Voordat iedereen denkt dat Berenschot wel een betrouwbaar clubje is even een quote:
Berenschot rapport: "Schaamteloos gerommel"
Minister Jorritsma liet de accountantswetgeving evalueren door Berenschot. De conclusies van dit onderzoek werden op het allerlaatste moment ingrijpend gewijzigd, zo blijkt uit documenten in het bezit van FEM/DeWeek.
De registeraccountants (RA’s) hebben hun ‘kleine’ collega’s (AA’s) handig op een zijspoor gerangeerd.
Zelden stuurde het Nederlands Instituut van Registeraccountants (Nivra) zo’n positief persbericht rond als jongstleden 16 oktober. ‘Evaluatierapport Berenschot in lijn met beleidsnota Nivra’, zo ronkte het A4’tje in vetgedrukte kapitalen. De blijdschap wortelt in de prettige boodschap van de evaluatie: een scheiding tussen controleurs en adviseurs is volgens Berenschot helemaal niet nodig. Wel moet er extern toezicht komen op het accountantsberoep, en moet er één in plaats van twee wettelijke regelingen voor accountants komen. Precies zoals het Nivra het zelf een paar maanden geleden al voorstelde aan haar leden.
Kritiek op het Berenschot rapport is al in een eerder stadium - onder andere via AccountingWEB - naar buiten gekomen. Zie ook: Doorlichting accountancy ondermaats Deze kritische kanttekenigen verbleken bij de constateringen van FEM/De Week.
Zelden ook zal er op de Haagse burelen van de Nederlandse Orde van Accountants-administratieconsulenten (Novaa) zo hartgrondig gefoeterd zijn als die zestiende oktober.
Albert Harmsen, voorzitter van de Novaa voelt zich genomen. Hij vindt dat “Berenschot door het ijs is gezakt.” Uit documenten in het bezit van FEM/DeWeek blijkt waarom Harmsen zo verbitterd is.
In het conceptrapport van 17 augustus staat de volgende eindconclusie: ‘Wij hebben geen aanleiding gevonden voor een ingrijpende wijziging van de accountantswetten op korte termijn.’ Dat concept wordt op 12 september besproken met de begeleidingscommissie, en blijkens een verslag van deze ‘tiende en laatste bijeenkomst’ herhaalt Berenschot-projectleider Frits Klützow het daar nog maar eens: ‘Er zijn geen ingrijpende wijzigingen van de wet op korte termijn nodig.’
Een dikke maand later ploft het definitieve rapport op de mat, en is deze kernconclusie als bij toverslag verdwenen. Bij de Novaa valt men bijkans van de stoel van verbazing. Er zijn namelijk nog meer wijzigingen aangebracht ten opzichte van het concept. Zo verschijnt uit het niets dat de onafhankelijkheid van accountants niet in het geding is, een conclusie die de volgende dag in alle dagbladen te lezen is. Daarmee is de angel verwijderd uit de publieke discussie over de belangenverstrengeling tussen accountants en consultants die onder één dak samenwerken.
Ten onrechte. Op het punt van onafhankelijkheid wordt namelijk onderzoek van de Europese Commissie afgewacht, zo liet EZ de Tweede Kamer dit voorjaar weten. Des te opmerkelijker dat Berenschot er een mening over geeft: “Wij hebben geen aanwijzingen gevonden dat de accountants niet voldoen aan de onafhankelijkheidseisen (...) de onafhankelijkheid van de accountant is ook naar de mening van de afnemers van accountantsdiensten gewaarborgd.”
Deze eindconclusie is in het concept nergens terug te vinden, en is in het definitieve rapport volledig losgetrild van de honderden pagina’s onderzoeksbevindingen. In het achterliggende pak papier zijn overigens wél andere interessante details te vinden. Zo gaf vier procent van de 460 responderende kantoren toe dat er binnen de vestiging wel eens een financieel belang in een controleklant was geweest. Een absolute doodzonde in het accountantsberoep en een flagrante inbreuk op de onafhankelijkheid. Bovendien zullen veel accountants hier een sociaal wenselijk, en dus ontkennend, antwoord hebben gegeven. In de praktijk moeten we helemaal voor het ergste vrezen.
PvdA-Kamerlid Rik Hindriks weet er alles en tegelijkertijd niets van af. Hij kent de opmerkelijke verschillen tussen de concept- en eindversie van het gewraakte rapport, maar weet niet wie erachter zit. “Berenschot had nooit op deze manier met zijn opdracht mogen omgaan”, zoveel is Hindriks wel duidelijk.” Is dat niet overdreven politiek correct geformuleerd? Zo’n schaamteloos gerommel met de onderzoeksuitkomst past toch zelfs een bananenrepubliek niet? “Dat zijn uw woorden. Ik weet niet waarom, en op wiens aandringen, die wijzigingen zijn doorgevoerd. Ik weet wél dat we op basis van dit rapport niet moeten gaan sleutelen aan de bevoegdheden van registeraccountants (RA’s) en hun collega’s accountants-administratieconsulenten (AA’s).”
Harmsen vertelt dat zijn gevoel vanaf het begin niet goed was: “Binnen de Novaa leefde steeds het idee dat het ging om de gewenste uitkomst van het onderzoek, en niet om een daadwerkelijk onafhankelijk onderzoek.” Het rapport dat op 16 oktober door minister Annemarie Jorritsma aan de Tweede Kamer is aangeboden bevat opmerkelijk veel goed nieuws voor het Nivra, en valt na de plotselinge aanpassingen juist in slechte aarde bij de Novaa. Dat riekt naar een kongsie tussen Nivra en EZ? “Ja, dat zou je haast gaan denken”, zegt Harmsen, zonder over keiharde bewijzen te beschikken. De Novaa heeft in elk geval direct opheldering gevraagd bij Gertjan Lankhorst, de verantwoordelijk ambtenaar op EZ. Deze laat per brief weten dat de kernconclusie ‘op expliciet verzoek van de begeleidingscommissie is verwijderd’ en dat hij ‘derhalve niet kan inzien wat er mis is met de gevolgde procedure.’ Maar in de notulen van de begeleidingscommissie zijn de wijzigingen (zie kader ‘Zoek de verschillen’) niet terug te vinden. De Novaa is teleurgesteld en schrijft haar leden: ‘Onderzoek levert bevindingen op en daar baseer je dan je conclusies op (…) Maar in dit geval lijken de aanbevelingen meer te zijn geïnspireerd door het wensenpakket van EZ en het Nivra, dan op de bevindingen van het onderzoek.’
Of zich daadwerkelijk een kongsie tussen Nivra, EZ en Berenschot heeft afgespeeld, is volgens Hindriks niet bewezen. Het Nivra ontkent de suggestie met klem. Voorzitter Paul Baart: “Wij waren formeel niet eens betrokken bij het onderzoek. De RA’s in de begeleidingscommissie zaten daar op persoonlijke titel.” Hindriks heeft in een Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW)-commissievergadering wel minister Jorritsma aan de tand gevoeld over de totstandkoming van het rapport. Zij antwoordde daarop dat haar geen onregelmatigheden bekend waren. Hindriks: “En ik vertrouw de minister.” Een lichtpuntje is dat de minister wel wat afstand heeft genomen van het rapport, door expliciet te melden dat het om de visie van Berenschot gaat, en niet om die van EZ. Ze lijkt de Berenschot-conclusies dus niet zomaar klakkeloos over te gaan nemen.
Gelukkig maar. Want nog afgezien van de onverklaarbare wijzigingen, kunnen ook de achterliggende honderden pagina’s onderzoeksverslag voor een groot deel prima dienen om het haardvuur wat op te porren. “Onder de maat”, zo typeert Hindriks het onderzoek, want: “Het maatschappelijk verkeer (fiscus, aandeelhouders, toeleveranciers, banken et cetera, red.) is de afnemer van accountantsdiensten. Zij vertrouwen op het oordeel van een accountant. Aan hen is echter niks gevraagd door Berenschot, en dus hebben ze wat mij betreft hun evaluatie niet goed gedaan. Hindriks heeft hier een punt. Een inspecteur van Volksgezondheid die wil onderzoeken of de hygiëne in een frietkraam wel oké is, belt ook niet alleen een paar klanten om te vragen of de kalfskroketten lekker zijn, maar gaat minstens een keer zelf poolshoogte nemen.
Berenschot laat bij monde van projectleider Klützow weten dat “we wel degelijk alles in het werk hebben gesteld om de onderste steen boven te krijgen. U vergeet dat we ook interviews met onder meer de Verzekeringskamer, De Nederlandsche Bank en de STE hebben gevoerd.”
Het kamerlid had graag gezien dat er echt eens diepgravend onderzoek was verricht. “Ik hoor van de top van het bedrijfsleven zelf dat zij zich zorgen maken over de positie van de accountant, en diens onafhankelijkheid. Bedrijven opereren steeds vaker op het randje, bijvoorbeeld onder hoge druk om op de beurs goed te presteren. En er vinden ook ongevallen plaats: ik noem u Begemann, Baan en Ceteco. Ik zeg niet dát er in die gevallen een verband is met de positie van de accountant, maar ik denk wel dat er interessante informatie uit zou kunnen komen, als daar meer onderzoek was gedaan.”
Toch is er echt niet veel mis in het métier, zo meent Harmsen. “Wat ons betreft was er geen onderzoek nodig geweest, en in elk geval niet zo grootschalig.” Minister Jorritsma moest echter sowieso een evaluatie uitvoeren, omdat de wet haar daartoe dwong. In 1993 werd nieuwe wetgeving voor accountants aangenomen, en daarin is bepaald dat er zes jaar later een evaluatie moet plaatsvinden. In dat jaar kregen AA’s volwaardige controlebevoegdheden, en dat is volgens veel RA’s een domme miskleun van de politici geweest. Jorritsma koos ervoor een onderzoek door consultants te laten uitvoeren.
Onder RA’s wordt dan ook gesproken over de ‘fout van 1993’, en die lijkt nu via een omweg alsnog te worden rechtgezet. Berenschot stelt namelijk ook dat er behoefte is aan een betere herkenbaarheid van de accountant wanneer deze aan het werk is als controleur. Dat kan door het invoeren van een afzonderlijke titel Certificerend Accountant, waaraan deskundigheidseisen zijn verbonden. Dat komt mooi uit, want het Nivra denkt er precies zo over. De gedachten gaan er naar uit om zo’n titel alleen te mogen voeren als de accountant meer dan een paar honderd uur per jaar bezig is met controlewerkzaamheden.
In de praktijk komt het erop neer dat verreweg de meeste leden van het Novaa hieraan niet kunnen voldoen, en dus op een zijspoor worden gerangeerd. Ze mogen immers straks niet meer controleren. En daardoor staan de verhoudingen tussen Nivra en Novaa op scherp. “Het is allang geen strijd meer tussen RA’s en AA’s”, zo zegt Harmsen. “Het is een strijd tussen grote en kleine kantoren geworden. Want als de ureneis gaat gelden, zullen ook veel RA’s op kleine kantoren het haasje zijn. En ik vraag me af of ze zich dat wel realiseren.”
Zoek de verschillen
FEM/DeWeek vergeleek het conceptrapport van 17 augustus 2000 met het definitieve rapport van 27 september 2000. Een greep uit de opmerkelijke verschillen in deze zogenaamde koepelnotities:
‘Wij hebben geen aanwijzingen gevonden dat de accountants niet voldoen aan de onafhankelijkheidseisen’, zo concludeert Berenschot in het definitieve rapport. En een paar regels verderop: ‘Reden voor ons geen (cursivering, red.) uitspraken te doen over (…) verdere scheiding van deze werkzaamheden.’ Een gekunstelde paragraaf over de onafhankelijkheidskwestie duikt op in het definitieve rapport.
Uit het niets opgedoken komt in het definitieve rapport de opmerking: ‘Afnemers geven de voorkeur aan het inschakelen van RA-opgeleiden (boven AA-opgeleiden, toevoeging red.) bij het opstellen van verklaringen.’ Een overduidelijke sneer aan het adres van de Novaa.
Soms is het gênant om te zien hoe kleine toevoegingen zijn verwerkt. Zo kent het rapport een paragraaf waarin wordt gesteld dat accountants soms een deel van het voorgeschreven controleprogramma niet uitvoeren, als het controlebudget niet toereikend is. Schandalig, zo moet een argeloze lezer direct concluderen. Maar nee hoor, dat valt in de praktijk best mee, getuige een kleine toevoeging in het definitieve rapport: ‘Dit wil overigens niet zeggen dat de kwaliteit van de controle in het geding is.’
In het definitieve rapport staat de conclusie dat ‘de beide beroepsgroepen goed samenwerken’, terwijl in het concept op die plaats nog stond dat ze juist ‘niet naar elkaar toegroeien’.
Tenslotte nog een toevoeging die rechtstreeks uit de koker van EZ lijkt te komen.
‘Want’, zo concludeert het definitieve rapport ‘een ruime meerderheid van de accountants is voorstander van (…) een enkele wettelijke regeling van het accountantsberoep.’ EZ wil al jaren niets liever dan één, in plaats van twee wetten. Merkwaardig toch, dat het conceptrapport de hele kwestie niet aanroerde.
Volgens Frits Klützow is er geen sprake van onverwachte wijzigingen in de conclusies. Alle aanpassingen in de koepelnotitie zijn besproken met de begeleidingscommissie. Maar dan zijn de notulen op zijn minst voor meerdere uitleg vatbaar? “Voor mij is het glashelder.”
Volledig artikel (bron: FEM/De Week)
_________________
De waarheid bestaat niet. Het is een interpretatie van wat men feiten noemt.