Kletsverhalen om van te leren

Kletsverhalen om van te leren
Het moeten stukjes worden die de mondhoeken laten krullen. Maar als 'onderwijzer' wil hij zijn publiek ook aan het denken zetten. Columns gebaseerd op de vragen van zijn studenten na zijn colleges. „Leuke kletsverhalen om wat van te leren, zoiets dus", zegt Nico van Straalen. Wie Nico van Straalen dan wel niet is om ons dat voor te schotelen? De Edammer (55) is professor aan de Vrije Universiteit. Specialist in de biologie, ecologie en evolutieleer. Een slimmerik dus. Intellectueel. Maar dan wel eentje die tussen de mensen wil staan. Kan ook niet anders als telg uit een katholiek gezin met dertien kinderen uit het West-Friese Spierdijk. Daar leerde hij wat doorzetten is. Vader was bloembollenkweker. „Dus zat ik als kind altijd,op het land. Bloemen koppen tot je rug helemaal stijf was. En in juli bollen rapen. Dat was aanpoten."
Maar Nico van Straalen was niet voor dat vak geboren. Ging als jochie van twaalf naar het internaat, het seminarie. „Ik wilde priester worden. Nou ja, eigenlijk dacht ik dat bisschop ook moest lukken. Ik had een paar ooms die priester waren. Die hadden een zekere uitstraling van intelligentie waar ik bij wilde horen. Priester worden was toen een normale doorleermogelijkheid. Maar het is er niet van gekomen. Na zes jaar seminarie, vergelijkbaar met een gymnasium, ben ik biologie gaan studeren. Dat was eind jaren zestig veel spannender." Bij de Vrije Universiteit ging hij niet meer weg. Maakt hij carrière als moleculair ecoloog. „Doe onderzoek naar DNA in het milieu. De bodem zit vol met DNA van levende organismen. Veel meer soorten dan we altijd dachten. Dan praat je over bacteriën en eencelligen. Voor een groot gedeelte weten we niet wat die doen en hoe ze eruit zien. Hun DNA kunnen we wel herkennen. Met behulp daarvan kunnen we zien of grond bijvoorbeeld vervuild is."
Schrijven wordt zijn tweede carrière
Een- deel van zijn inspiratie put hij uit de pennenvruchten van een andere bioloog. „Midas Dekkers is mijn voorbeeld. Zijn columns vind ik erg leuk. Ik schrijf niet zoals hij - Midas is meer veldbioloog, ik modern bioloog - maar je kunt wel een paar parallellen trekken. Alleen schrijft hij over dieren, ik over mens en evolutie." Zijn colleges aan studenten biologie vormen een andere inspiratiebron. „Mijn colleges gaan onder meer over de evolutie van de mens, Darwiniaanse theorie. Dat levert vaak discussie op en interessante vragen. Zo jeuk dat ik er af en toe eens eentje opschreef. Alles in mijn columns is waar gebeurd. Soms
wat aangedikt of gecombineerd met een andere gebeurtenis, maar niks verzonnen."
Dat alles moet leiden tot voorlichtende artikelen ('Ik ben nu eenmaal onderwijzer') met een knipoog. Een voorbeeld: „Een student stelde me de vraag: 'Waarom hebben mannen tepels?'. Daar gaat de eerste column over. Het antwoord is dat mannen op vrouwen lijken. Een andere gaat over de vraag of sponzen dieren zijn. In het handvest van de Partij voor de Dieren staat namelijk niet wat dieren zijn. Vissen zullen daar vermoedelijk wel bij horen. Maar de pissebed? of de zeester? om van micro-organismen maar te zwijgen. Zou Marianne Thieme zich het lot van de spons aantrekken? Ik laat mijn studenten hun eigen DNA onderzoeken. Dan blijkt dat het DNA van een Turk, Surinamer en Nederlander zo goed als identiek is. We verschillen dus nauwelijks van elkaar. Overigens heeft de chimpansee voor 98,7 procent dezelfde genen als de mens, zelfs dan moet je al goed zoeken naar verschillen."
Stukjes die hij voorlopig een jaar lang wil schrijven. „Daarna gaan we kijken of het mij bevalt en of het de lezer en de krant bevalt. De vraag is ook of ik wel voldoende stof heb. Misschien is het na een jaartje wel op. Ik zou er best langer mee door willen gaan, maar mijn levensgeluk hangt er niet vanaf. Maar ik vind het leuk om kletsverhaaltjes te houden. En mensen zeggen vaak dat ik van iets onbenulligs vaak iets leuks weet te maken. Het worden leuke kletsverhalen om wat van te leren. En stiekem wil ik een beetje reclame maken voor mijn echte vakgebied. Laten zien dat biologie niet stoffig, maar juist erg leuk is."