Naar de inhoud

Het woonzorgcomplex in de Zuidpolder

Bron: CDA

Het woonzorgcomplex in de Zuidpolder

Het ontstaan van het idee
Het idee voor een Woonzorgcomplex (WoZoCo) volgens een geheel nieuw concept werd destijds bij de gemeente geïntroduceerd door dhr. Maarten de Vries, directeur van de Zorgcirkel, in combinatie met enkele plaatselijke (bouw)bedrijven (de Gouden Regen Groep). Er liepen toen al besprekingen rond de vernieuwing c.q. vervanging van het Nicolaashof en/of de Gouwzee. Maar voor de kom Edam was de noodzaak even groot, gezien de vergrijzing en de toekomstige vergroting van de wooneenheden in de Meermin, waardoor per saldo minder plaatsen over zouden blijven.

Zoals later ook in diverse commissies uiteengezet is, werd bij het WoZoCo uitgegaan van een nieuw concept: een combinatie van Wonen en Zorg in verschillende gradaties. Dat wil zeggen van zelfstandig wonen voor senioren tot en met de intensiefste vorm van intramurale (verpleeg)zorg. En alles wat daar tussen zit. Daarbij hoort ook een grote mate van flexibiliteit, zodat bij een toename van de zorgbehoefte niet meteen ook “de verhuiswagen” voor de deur staat . Nee, in de bestaande woning kan – tot op zekere hoogte – de intensievere zorg verleend worden.

Vandaar dat de verschillende onderdelen van dit complex in elkaars nabijheid gelegen dienden te zijn, omdat op die manier op efficiënte wijze kon worden gewerkt. Want ook hier gold en geldt: Tijd is geld en…….tijd is mankracht. Gezien de samenvallende vergrijzing en ontgroening (relatieve afname van het aantal niet-senioren) is immers een goede organisatie van de zorg belangrijker dan ooit. In dit verband was ook het aantal van ca. 200 eenheden (150 extra- en 50/60 intramuraal) een soort minimumeis, aangezien een zekere “hoeveelheid” uit het oogpunt van efficiency en financiën benodigd is voor zo’n concept.

Het bij-elkaar-bouwen van het complex hield ook verband met de financiële polsstok. Door het lucratieve bouwen van een aantal fraai gelegen koop-eenheden dan wel losstaande woningen voor senioren konden middelen vrijkomen ten behoeve van voorzieningen, waarvoor de bestaande wetten/regelingen als de AWBZ geen soelaas bieden. Te denken valt aan zoiets als een goed geoutilleerde gemeenschapsruimte en een gezondheidscentrum, waarvan alle bewoners van het WoZoCo (en wellicht ook andere Dijkwijkbewoners) gebruik zouden kunnen maken.

Het zoeken van een locatie
Uitgangspunt was dat het centrum “ergens” in of nabij de kom Edam zou moeten liggen (zie boven). Hoewel afstanden in onze gemeente zeer betrekkelijk zijn, is het “psychologisch” verschil tussen een ligging aan de noordkant of de zuidkant van de Dijkwijk toch niet helemaal te verwaarlozen. Diverse Edammers (voorstander van het WoZoCo) hebben onze fractie destijds zinnen toegevoegd in de trant van “eindelijk eens aandacht voor zo’n voorziening in Edam”. Als bewijs uit het ongerijmde voor die “kommenstelling” moge omgekeerd gelden dat de tegenstanders van het WoZoCo op de geplande locatie vrijwel allemaal vanuit de kringen van Oorgatters, Keetzijders en Molenbuurters kwamen. Het idee vonden ze best, maar de ligging in hun omgeving was en is het struikelblok. Eventuele (relatief hogere) bouw ergens aan de Volendamse kant zal ze worst zijn. Het principe van “Not In My BackYard”(Nimby) of “Niet In Mijn Voor- En Achtertuin” (Nivea) leeft nog steeds. Dit geldt trouwens ook voor de hierna te noemen ontsluitingsbezwaren.

In deze tijd waren de voorbereidingen voor het bestemmingsplan Zuidpolder-oost al in volle gang. Alternatieve Edamse locaties werden bekeken, maar niet geschikt bevonden: ten noorden van de Grote Kerk (“heilig verklaard” als Nationaal Landschap), op de 8 ha industriegrond Oosthuizerweg (te excentrisch, onplezierige omgevingsfactoren), nabij de antennemast (blokkade voor ontsluitingsweg) en tussen het Middengebied en de Zuidpolderlaan.

Deze laatste locatie was nog het langst in beeld, maar “sneuvelde” toch gezien de noodzakelijke consistentie in het bestemmingsplannenbeleid. Daarin werd immers behoud en voortzetting van de zogenaamde geledingszone tussen de diverse wijken aangevoerd als argument voor goedkeuring. Deze strook – met een kleine knik ter hoogte van de Molenbuurt – zou worden voortgezet in het parkachtige gebied nabij de Keetzijde.
Tenslotte kwam men tot de conclusie dat juist in die te realiseren zone mogelijkheden bestonden om beide doelen te verwezenlijken: behoud van en voortzetting van de geledingszone tot aan de dijk, met daarin voldoende ruimte om een prachtig gelegen WoZoCo te realiseren.

Die keuze bracht wel met zich mee dat het gestapelde bouw zou betreffen, aangezien anders het aantal eenheden zou verminderen, dan wel een té groot deel van de groenzone opgeofferd moest worden. Het verdere “koekhakken” over de (gevarieerde) hoogtes en de afstand tot de Keetzijde is bekend. Uiteindelijk werd met de PvdA en de VVD daarover een compromis bereikt. Voor de WoZoCo-gerichte bezwaarmakers was het niet genoeg, ondanks het feit dat, zonder opspuiten aan die zijde, het mogelijk lagere vloerpeil van het complex ten opzichte van hun vloerpeil een nog kleinere aanslag op hun “horizon” zou betekenen. De toenmalige coalitie van CDA-PvdA-VVD liet de belangen van (toekomstige) senioren zwaarder wegen. En………de Raad van State ook want dat soort bezwaren qua hoogte, historische omgeving e.d. speelden niet of nauwelijks een rol.

De secundaire ontsluiting aan de Keetzijde
Deze ontsluiting moet niet verward worden met de eigenlijk al langer van de baan zijnde noordelijke ontsluiting over het water van de Keetzijde en het Oorgat.
In de allereerste schetsen voor de Dijkwijk was alleen een primaire ontsluiting langs het zwembad getekend. Bij een bespreking in de commissie r.o. – nog vóór de verkiezingen van 2002 - – werd er met name vanuit de commissie in brede kring op aangedrongen langs de Keetzijde een secundaire ontsluiting te plannen. Weliswaar met beperkingen ten aanzien van een té zware verkeersbelasting, maar één ontsluiting vond men te weinig. Bovendien werd een makkelijke bereikbaarheid vanuit de kom Edam ook belangrijk gevonden. Aldus is later geschied.

Vast staat dat toen het WoZoCo ter plaatse nog niet voorzien was. Dat kwam pas later en ook toen is in de plannen steeds bepaald dat ook voor deze voorziening de primaire ontsluiting via de zwembadweg moest lopen. De Keetzijderoute zou secundair blijven en eventueel in geval van calamiteiten kunnen dienen. De enige verandering die met het WoZoCo verband hield was dat er wellicht een doortrekking zou plaatsvinden van de busroute vanaf de Kettingbrug tot aan het WoZoCo. Daarmee zou meteen de ongelukkige bestaande draaiprocedure bij de Kettingbrug verholpen kunnen worden. En de WoZoCo’ers kregen dan Openbaar Vervoer voor de deur.

Opvallend is ook hier dat de later toegevoegde 2e Volendamse ontsluiting nabij de Volkstuinen, die in feite op de zelfde weg (de de Ruyterlaan) uitkomt, vanuit de kringen van bezwaarmakers geen enkel probleem opleverde. Ook hier gold en geldt dus het MIMBY/NIVEA-principe.

De ligging IN de wijk
Tegenstanders van de ligging aan de Keetzijde voerden al snel als argument aan: de zogenaamde excentrische ligging: Té ver van allerlei voorzieningen. En natuurlijk werd deze drogreden bij tijd en wijle overgenomen in kringen van senioren. Na enige reflexie kwam men er wel weer op terug, maar dan was de stemming al gemaakt en het kwaad vaak al geschied. Wat zijn de feiten?

Voor het merendeel van de toekomstige (redelijk vitale) bewoners van het WoZoCo is de afstand tot de geplande winkelvoorziening in de Dijkwijk niet of nauwelijks van gewicht. Het is vlakbij gelegen en in geval van (kortstondige) ongesteldheid kan er een beroep worden gedaan op de hulp vanuit het centrum. Daarnaast is er uiteraard in het centrum zelf ook een (beperkte) winkelvoorziening, zoals gebruikelijk bij dit soort complexen. En voor de intramurale bewoners gelden op dit vlak helaas totaal andere behoeften.
Ook hier is weer opvallend dat dit soort gezochte bezwaren nooit gehoord worden bij andere complexen. Zowel Nicolaashof, Gouwzee als Meermin liggen ook niet bepaald naast winkels e.d., maar in de praktijk blijkt dat geen probleem te zijn. En juist bij het WoZoCo nabij de Keetzijde – op zichtafstand van het nieuwe winkelcomplex zou dit wel een bottle neck vormen!!!

Een ander aspect dat met de ligging samenhangt is het begrip “fraai”. Niet te ontkennen valt dat de geplande locatie op dit punt hoog scoort:
- in de groene parkzone en toch in de “bewoonde wereld”,
- uitzicht op de sluis, op het Markermeer en op het inmiddels verfraaide Oorgat,
- en met Edam en Volendam aan de einder.

Deze fraaie ligging was mede een pluspunt om de gevarieerde bouw te kunnen realiseren. De doelgroep van kapitaalkrachtige senioren wil best betalen voor een mooi huur- of koopappartement, maar daarbij is de gunstige ligging uiteraard van belang. En hun portemonnee draagt mede bij om de extra voorzieningen ook mogelijk te maken voor de senioren met een wat beperkter beurs. In dit licht is een locatie boven een gepland winkelcentrum, achter een lawaaierig zwembad en vlak naast “gewone” woonblokken toch minder riant.

Het aantal woningen in de Dijkwijk
Uitgangspunt voor de Dijkwijk is altijd geweest een aantal van 1050 “gewone” wooneenheden (voornamelijk grondgebonden en wat appartementen). Dat aantal plus het toegekende quotum van 740 in de toekomstige Lange Weeren maakt deel uit van het provinciaal totaalprogramma “Waterlands Wonen”, zoals dat voor de uitleglocaties van het streekplan Noord-Holland-Zuid is uitgewerkt. Een aandeel van ca. 1800 op de 3000 huizen, waar Edam-Volendam heel goed mee scoorde. Dat is in talloze besprekingen zwaar bevochten door de toenmalige wethouder r.o. Daarnaast kon – met als argumenten de komende vergrijzing en het verlies van bestaande capaciteit door modernisering van oude complexen – een extraatje worden losgepeuterd wat betreft de Zuidpolder. Dat was het WoZoCo van pakweg 200 eenheden.

Gezien de planologisch benodigde (omgevings)ruimte voor gelaagde bouw van enige omvang is verplaatsing naar het “Volendamse deel” van de Dijkwijk altijd verworpen. Dat zou daar veel te veel te woningen kosten, als men tenminste de toekomstige starters geen uitzicht van dichtbij wilde bieden op de muren van een aantal “torentjes”. De nu geplande verhuizing zal in dit opzicht moeten leiden tot een geringer aantal senioren-eenheden, indien men de “omgeving” niet te dicht wil benaderen. Daarmee komt het concept van levensloopbestendig wonen in een WoZoCo op losse schroeven te staan. Of er moet een groot aantal “gewone” woningen opgeofferd worden. Of die allemaal aan de Keetzijde gecompenseerd kunnen worden? Dat zal toch een verdere aantasting van het groengebied betekenen, met alle gevolgen van dien voor het “evenwicht” in de gelede opbouw van het plan. Om nog maar niet te spreken van de PvdA-gevoeligheden ten aanzien van de “groene Keetzijde”. Die slikte men tenslotte in met als argument de geweldige vergrijzing. Of ze ook die doodgewone woningen voor (hoofdzakelijk) Volendamse starters door de rood/groene keel krijgen???? Te vrezen valt inderdaad dat daarop dan weer beknibbeld zal worden.

Ergo: de vrees is gerechtvaardigd dat de voorgenomen verplaatsing ofwel voert tot een vermindering van het aantal “gewone” woningen voor starters, ofwel tot een veel geringer capaciteit aan senioren-eenheden. In dat laatste geval is de uitwerking van een WoZoCo volgens voornoemd flexibel en gevarieerd concept hoogst twijfelachtig.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.