Rechter legt voorbereidende werkzaamheden voor Baanstee-Noord stil
Rechter legt voorbereidende werkzaamheden voor Baanstee-Noord stil
De gemeente Purmerend mag voorlopig niet beginnen met voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van het nieuwe bedrijventerrein Baanstee-Noord. De bestuursrechter heeft dat bepaald in een kort geding, dat was aangespannen door de Stichting Baanstee-Noord Nee. De stichting maakte de uitspraak van het kort geding, dat op 28 juni diende, gisteren bekend. De uitspraak houdt in dat de gemeente niet eerder met voorbereidende werkzaamheden mag beginnen dan zes weken nadat er een uitspraak is gedaan door de rechter in de bodemprocedure. En die moet nog gevoerd worden. Baanstee-Noord Nee verwacht dat die pas in het late najaar plaatsvindt.
Baanstee-Noord Nee was naar de rechter gestapt omdat de stichting van mening is dat de gemeente zichzelf onterecht een vergunning had verleend om vast te beginnen met de voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van het nieuwe bedrijventerrein. De gemeente had verzuimd om de vergunning te publiceren, aldus de stichting in een verklaring. Ook was Baanstee-Noord Nee niet door de gemeente geïnformeerd. Terwijl er juist toen veel contacten over en weer waren over de presentatie van het ontwerpbestemmingsplan voor de Baanstee-Noord.
Invulling
Verder vond de stichting dat de gemeente een veel te ruime invulling gaf aan het begrip 'voorbereidende werkzaamheden'. Purmerend zou van plan geweest zijn om, vooruitlopend op de procedures en de procedures rond het bestemmingsplan Baanstee-Noord heeft aangespannen bij de Raad van State, alvast op 90 hectare van het terrein zand op te brengen. Ook zouden er al sloten worden gedempt en bouwwegen worden aangelegd. Bovendien kunnen voorbereidende werkzaamheden volgens de stichting nog niet beginnen, omdat bepaalde ontheffingen in het kader van de Flora- en Fauna wet nog niet zijn geregeld. Er zouden steenuilen, kroeskarpers, torenvalken, meervleermuizen en gestreepte padden in het gebied voorkomen, maar de ontheffingen zijn nog niet aangevraagd, stelt Baanstee-Noord Nee.
Ten slotte had de gemeente zichzelf de vergunning niet mogen verlenen. Dat had gedaan moeten worden door de provincie Noord-Holland, aldus de stichting. Die vond het bijzonder dat de gemeente tijdens de zitting van het kort geding geen inhoudelijke verweervoering had, maar de Stichting Baanstee-Noord Nee alleen maar niet-ontvankelijk wilde laten verklaren omdat de stichting een onderdeel van de procedure zou hebben gemist. “De bestuursrechter was van die insteek duidelijk niet gediend", aldus de stichtingswoordvoerders Rikki Kolkman en Jan Heilig.