Naar de inhoud

Jaap Snoek uit Volendam (1915)

Bron: Volenddams Museum

Uit het Museumjaarboek 2007 dat nog steeds te koop is in het Volendams Museum
‘Jaap Snoek uit Volendam (1915)’

Inleiding
In het museumjaarboek wordt geregeld een artikel gewijd aan een boek waarin Volendam een rol speelt. In het jubileumjaar is het de beurt aan het boek Jaap Snoek van Volendam (Uitgeverij Kluitman, Alkmaar 1915) van Christiaan van Abkoude, de schrijver van de Pietje Bell-reeks, en naar wie in Volendam een hoofdstraat werd vernoemd. Er wordt in het artikel aandacht besteed aan zowel de schrijver als aan de inhoud van het boek. Vanzelfsprekend kunt u het Museumjaar- boek nog aanschaffen bij de balie van het museum. Breng meteen een bezoek aan de jubileumtentoonstelling Volendam in Wintertijd.

Zijn tijd in Nederland
Christiaan van Abkoude werd in 1880 in een Rotterdamse volksbuurt geboren als zoon van een kapper. Na de middelbare school bezocht hij de normaalschool (later kweekschool en nu PABO) om op 20-jarige leeftijd al voor de klas te belanden. Van 1901 tot 1909 was hij schoolmeester aan een Rotter-damse volksschool. Omdat de kinderen de leesboeken zo saai vonden begon van Abkoude zelf boeken te schrijven zoals ‘Een strijd tegen domheid’ in 1905 en ‘Bert en Bram’ en ‘Hollandsche jongens’ in 1907. In 1910 werd van Abkoude journalist en dat jaar trok hij een tijdlang met twee collega’s langs de scholen van Nederland met een poppenkast. Na ‘De padvinders van Duinwijk’ uit 1912 schreef van Abkoude nog een flink aantal jeugdboeken totdat in 1914 als ongeveer 25ste boek het eerste deel van Pietje Bell verscheen. De zwartgelokte Pietje Bell werd evenals Dik Trom een populaire volksheld vol met kwajongensstreken.

In 1915 verscheen het populaire jeugdboek ‘Jaap Snoek van Volendam’
In 1915 verscheen het jeugdboek Jaap Snoek van Volendam, dat een aardig beeld geeft van het dagelijks leven rond die tijd. De tekeningen in het boek werden gemaakt door zijn toenmalige illustrator en tekenaar Jan Rinke (1863-1922) die behalve in het buitenland in het Gooi, Amsterdam en Volendam werkte. Van Abkoude ontleende veel wetenswaardigheden over Volendam aan Jan Rinke, die hem mogelijk ook op het idee bracht om Jaap Snoek te schrijven. Het tweetal verbleef geruime tijd in Volendam als gasten van pension Veldhuizen aan de Edammerweg (aldaar gevestigd vanaf 1903).

De Amerikaanse periode
In 1916 emigreerde van Abkoude naar Amerika en een jaar later reisden zijn vrouw en drie zoontjes hem achterna. Intussen had van Abkoude een heimelijke verhouding met de Haagse zangeres Betty Poulus met wie hij naar Amerika was vertrokken. Uit die verbintenis kwamen twee kinderen voort die na het verbreken van de relatie maar door zijn eigen vrouw werden ‘geadopteerd’. Het gezin vestigde zich in Alameda in de staat Californië en in het begin verdiende van Abkoude zijn brood als pianist bij de stomme film. Later trok hij rond met een kindershow langs de basisscholen van Amerika, waarbij hij met de kinderen liedjes zong en verhalen vertelde over Holland.

In 1936 verscheen in New York de Engelse vertaling van ‘Jan Snoek van Volendam’
Voor de Amerikanen veranderde van Abkoude zijn achternaam in Winters, maar voor de Nederlandse markt bleef hij gewoon van Abkoude. In Amerika schreef hij nog een stuk of 15 boeken waaronder het succesvolle en ook verfilmde Kruimeltje uit 1922 en nog een zestal nieuwe titels in de Pietje Bellreeks. In 1936 verscheen in New York de Engelse vertaling
van Jaap Snoek onder de titel ‘Brown sails and silver guilders’. Op hoge leeftijd richtte van Abkoude in Californië nog een toneelgezelschap voor kinderen op waarvoor hij zelf de stukken schreef en de regie voerde. Na nooit meer in Nederland te zijn geweest stierf Christiaan van Abkoude in 1960 op 79-jarige leeftijd in Portland in de staat Oregon.

Samenvatting Jaap Snoek van Volendam:

Jaap Snoek droomt van de zee
In het schilderachtige vissersplaatsje Volendam woont in 1906 Jaap Snoek in een knus huisje met zijn vader Tijmen, moeder Hilletje en zus Grietje. Jaap brengt zijn vrije tijd door zoals alle jongens van zijn leeftijd, maar poseren voor kunstschilder Breedenvoorde doet hij niet al te graag. Als een echte vissersjongen knutselt hij van een oude klomp een botter in elkaar en luistert wat graag naar zijn vaders verhalen over zijn sterke grootvader Jaap de Reus. De tienjarige knaap wil zo graag naar zee dat hij zich zelfs verstopt in de botter en als hij dan op een dag met zijn vader mee mag naar zee kan hij zijn geluk niet op. De botter gaat te vissen met hoekwant in het Hoornse Hop waar zijn vader het verhaal vertelt van de ramp bij Terschelling in 1896. Jaap lijkt wel net zo hongerig als Bolle Dries bij het zoodje eten en hij mag meehelpen bij het binnenhalen van de beug. Onder het avondeten geniet hij van de verhalen over blakte op zee en over een Volendamse kol of zieneres die eens de dood van een visserman had voorspeld. Jaap droomde in de kooi over vissen en over Neptunus die hem een botter gaf die juist zou vergaan toen hij ineens wakker werd doordat Dirk riep dat er een storm opstak.

De zeeslag en andere bedakkerijen
Terug op school daagde Jaap zijn klasgenoot Geert uit en met een hele groep jongens speelden zij in de haven een zeeslag tussen de roeiboten van de Watergeuzen en de Spanjaarden. Geert had uit jaloezie in de tot De Zeven Provinciën gedoopte boot van Jaap een gat geboord met een kurk erin, die hij er net voor de slag wist uit te trekken. Toen de boot zonk was het maar een geluk dat Jaap en zijn maats zich zwemmend konden redden. Geert’s jonge broertje Pierke vond in de schuur de boor en hij liep ermee naar buiten om gaatjes te boren. Aangetrokken door de chocolaatjes en koekjes belandde hij in het atelier van schilder Breedevoorde. Toen hij ook daar wilde gaan boren pakte de vriend van de schilder, meester Verhoef, de boor af. Op dat moment hoorden zij de vier jongens die schreeuwend in de haven rondzwommen nadat hun roeiboot was gezonken. Tijmen Snoek ontdekte het boorgat na de boot te hebben bovengehaald. Onder de toegelopen vissers was Geert’s vader, die thuis de boor miste en hem via Pierke weer terugvond in het atelier van de schilder. Geert haalde een groep jongens met sigaren over om te gaan vechten met de groep van Jaap Snoek, die werd gesard totdat hij Geert perongeluk bewusteloos
sloeg met een riem. Geert kwam thuis al gauw bij, maar Jaap zat een uur lang aan de dijk in de rats, omdat hij het ergste vreesde voor Geert. Tot zijn opluchting bleek Geert nog springlevend, maar een verzoeningspoging van de schilder Breedevoorde mislukte. Met Sinterklaas zorgde Jaap thuis voor een verrassing met een rijksdaalder die hij had verdiend met een rondleiding. ’s Winters waren er wedstrijden hardrijden waarbij Geert uitgleed en Jaap prijzen won die hij op aandringen van zijn vader naar het huis van Geert bracht.

Eindelijk naar zee
Vader Tijmen Snoek ontdekte brand in de school en waarschuwde de brandweer maar door de sterke wind was er geen houden aan. (Dit slaat op de brand in de Openbare school aan de Edammerweg op 18 februari 1912). Na zijn schooltijd kreeg Jaap bij schipper Harm de Bot meteen de vuurdoop. Er stak een zware storm op en de schipper raakte bewusteloos. Ze waren helemaal stuurloos en uit de koers geraakt richting Spakenburg. Knecht Karel deed zwaar overdreven in Spakenburg zijn verhaal. Na commentaar van een Marker visser deed Karel er nog een schepje bovenop door een onzinnig verhaal over de duivel op Schokland.

Een Marker visser vertelde toen het echte verhaal van de vloek van de pastoor van Schokland. Na de storm gingen ze weer vissen bij Schokland en toen op huis aan met 20 manden met garnalen, schol en paling. De boot van de vader van Geert was in de reparatie en Geert was ten einde raad aan het werk gegaan bij een eendenhouder, van wie hij eerst tien eieren in Edam verkocht en vervolgens tientallen eenden. Door een dode eend onder diens bed te verstoppen maakte hij Jaap Snoek tot verdachte, maar gelukkig was Geert ‘s avonds gezien door zijn baas, die de veldwachter zei in te schakelen waarop Geert bij schilder Breedevoorde zijn diefstal bekende. Jaap kwam even later met de eend en alles kwam uit. Toen kwam het 121/2 jarig huwelijksfeest van Tijmen Snoek en zijn vrouw waarop volop werd gezongen en de heer Verhoef het echtpaar en alle Volendammers prees in een toespraak.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.