Vakantiebaan voor doe-katholieken

Vakantiebaan voor doe-katholieken
Met la Grotte, de heilige plek in Lourdes waar Maria in 1858 verscheen aan het meisje Bernadette, heeft Ruud Fokker (49) uit Heemstede weinig. ‘Andere mensen voelen daar iets. Ik krijg het gevoel dat ik beetje sta te playbacken bij een beeld dat niet eens goed lijkt.’
Wonderbaarlijke genezingen heeft hij er nog nooit mogen meemaken. En toch komt Fokker al sinds 1980 elk jaar als vrijwilliger naar het bedevaartsoord in de Franse Pyreneeën. ‘Ik ben een doe-katholiek’, zegt hij, nippend aan een biertje in zijn stamkroeg Jeanne d’Arc in het centrum van Lourdes. ‘Ik ga niet elke week naar de kerk. Geloof zit voor mij niet in een gebouw. Ik geloof in het contact tussen mensen, in een goed gesprek, in een mooi gebaar. In de musical Les Miserables zegt iemand het treffend: al wie een ander liefheeft, ziet het aangezicht van God.’
‘Witte wain, soet of drook?’ vraagt een Franse ober. Op straat schittert de neonverlichting van de terrassen en de souvenirwinkels. Drommen pelgrims keren terug van een processie bij de basiliek. In een bonte stoet trekken ze langs: nonnen, verpleegsters, padvinders die rolstoelen voortduwen, groepen jongeren die borden dragen met daarop hun plaats van herkomst. Wales, Ballyroan, Luxembourg.
Dat is misschien wel het grootste wonder, zegt Fokker, dat 150 jaar na dato nog steeds jaarlijks 5 miljoen mensen van over de hele wereld naar de grot van Lourdes komen. Zelf werd hij de eerste keer meegevraagd door een vriend; een weekje ‘oude mensen sjouwen’. Sindsdien heeft het Lourdes-virus hem in zijn greep. ‘Hier heb ik geleerd: geven is ontvangen. Van elk mens dat je hier helpt, jong, oud, ziek of gehandicapt, kun je iets leren.’
Na jaren van vrijwilligerswerk in het accueil, het opvanghuis waar honderden zieke of gehandicapte pelgrims tijdens hun bedevaart verblijven, vroeg Fokker zich een paar jaar geleden af: wat kan ik nog meer doen? ‘Lourdes is prachtig, maar een pelgrim die in een rolstoel zit, of andere hulp nodig heeft, wordt hier nogal geleefd. Je moet een vast programma volgen, je hebt nauwelijks privacy. Ik dacht: er moet een plek komen, waar ze hun vakantie kunnen combineren met een bedevaart.’
En die plek heeft Fokker gevonden. Op zo’n 36 kilometer buiten Lourdes, in een dorpje met honderd inwoners tussen de hoge toppen van de Pyreneeën, staat De Gevonden Glimlach.
Fokker, in het dagelijks leven operationeel manager van 16 Albert Heijn filialen, kocht het huis inclusief 5.000 vierkante meter grond, voor 250 duizend euro. De inpandige garage werd verbouwd tot ‘zorgstudio’, met een in hoogte verstelbaar bed en een rolstoelvriendelijke badkamer.
Deze week is dit de slaapkamer van Doortje Weerts (52) uit Sint Anthonis. Tevreden zit ze aan een grote tafel in de tuin. ‘Ik kom hier voor de rust. En voor de ruimte. Ik ga ook naar Lourdes hoor, maar ik heb niet het gevoel dat ik er heen moet. Ik ben vier keer gegaan, voor de lichtprocessie en voor de grot. Zo heilig ben ik niet, maar soms heb ik behoefte aan het gebed. Waar ik voor bid? Dat is heel persoonlijk.’ Weerts is door rugklachten niet meer zo goed ter been en ze is chronisch moe. Vrijwilliger Ronald Brons (30), visverkoper uit Volendam, heeft haar vanuit Nederland naar Lourdes gereden.
Tijdens de bedevaarten duwt hij haar rolstoel. De twee kennen elkaar al jaren. Brons werkte als vrijwillige rolstoelduwer en Weerts zat met haar lichtgehandicapte man in hetzelfde hotel. ‘Mijn man is overleden, nu kan ik gelukkig met Ronald hierheen. Wat we de rest van de week doen? Vooral lachen.’ Fokker viert deze week ook zijn eigen vakantie in De Gevonden Glimlach. Met zijn vrouw en dochters bezet hij de andere helft van het huis. Op Lourdes raakt hij voorlopig niet uitgekeken.
Het commerciële circus stoort hem niet. Na al die jaren ziet hij de uithangborden en neonlampen niet eens meer. En nee, hij hoopt niet nog stiekem op een wonderbaarlijke genezing. ‘Mensen krijgen hier geen nieuwe benen. Maar ze staan wel op, in figuurlijke zin dan. Op een bedevaart kunnen ze weer een jaar teren.’