"Gastvrij" Volendam
"Gastvrij" Volendam
Volendam is een prachtig stadje en een ideaal doel voor een korte vakantie trip. Omdat er dit jaar het 650-jarig bestaan in de regio wordt gevierd, togen we dus naar West-Friesland en namen een hotel in Volendam. Drie dagen konden we volop genieten van gezellige feesten en mooi weer o.a. in Hoorn en Edam-Volendam. De derde dag zagen we uit naar een hernieuwd bezoek aan het veelgeprezen Volendam, waar we verwachtingsvol begonnen met een broodje paling. Dat zou er wel ingaan. Rond het verkoopstalletje werden we lekker gemaakt met eters, die ons voorgingen. Voor veel geld werd ons een broodje overhandigd, waar een enkel sliertje paling uitnodigend uitstak; het water kwam in mijn mond. Bij het nuttigen bleek echter, dat dat sliertje het enige beleg was en alleen maar diende om de illusie te wekken van een royaal beleg, en voor de uitbater een manier was om snel winst te maken. "Nou ja, laat maar, de zon schijnt en laat die mensen ook iets verdienen".
Het weer was inderdaad prachtig, en in de volle zon slenterend bemachtigden we een plaatsje op een bank op de landtong achter de haven. Bejaarde praatgrage inwoners van Volendam mengden zich gezellig bij de club van aanmerende jachtbezitters, die elkaars boten bewonderden en sterke verhalen ophingen over hun belevenissen. De onvolprezen havenmeester (een waardig visitekaartje voor Volendam!) met zijn kleine bootje was overal vriendelijk aanwezig, soms met een praatje, soms met een helpende hand bij het "parkeren" van de boten. Een goddelijke dag. Na enige tijd genoten te hebben van dit alles, kregen we trek in iets anders, en klommen in een euforische stemming de berg op, richting de Dijk en bij Cathrien de hoek om, richting Spaander. Om de thuisblijvers lekker jaloers te maken met een berichtje, kochten we net vóór Spaander enkele ansichtkaarten en informeerden, of de verkoopster ook postzegels had. Een kil "nee, supermarkt" was ons deel. Geen informatie, waarom niet, of waar die supermarkt dan wel te bereiken was, niets. Voorzichtig vroegen we of we de kaarten dan wél even mochten schrijven op de hoek van de toonbank; voor alle duidelijkheid: in de winkel was, behalve mijn vrouw, ikzelf en de verkoopster, niemand te bekennen. Ook nu was weer het kille antwoord "Nee". Op onze opmerking, dat dat niet zo erg klantvriendelijk leek, kwam weer het bitse antwoord terug: "Als we dat zouden toestaan zou de hele winkel vol staan". (Zou dat niet ideaal zijn voor een winkel? Maar bij deze antwoorden begon ik intussen te begrijpen, waarom er niemand in de winkel was). Oké, we lieten ons humeur niet bederven en vonden elders een plaatsje om te schrijven. Bij het "Havengat" genoten we van heerlijke cappuccino met appeltaart en het gezellig uitzicht op de Marken Express en het Praathuisje. Daarna maar weer verder onder het genot van een ijsje.
Naast café-restaurant "De Vrijheid" zagen we in een souvenirwinkel een mooi beeldje, dat we eigenlijk wel wilden gaan kopen, maar we wilden de winkel niet bevuilen met ijs, en dus eerst maar even dóórlikken, en dan naar binnen gaan. Op dat moment stond er naast me een voor mij onbekende persoon iets te mompelen, dat bij nader inzien voor mij bestemd bleek te zijn. Ik had het niet verstaan. "Pardon?" "Als u voor een andere etalage gaat staan, heb ik er geen last van". Het bleek de winkelier van de betreffende winkel te zijn! Stomverbaasd keek ik hem aan, en hij herhaalde het nog eens: "Als u voor een andere etalage gaat staan, heb ik er geen last van". Verbouwereerd en totaal uit het veld geslagen schoven we werktuiglijk een paar meter verder, maar mijn vrouw kwam het eerst weer bij zinnen en stapte naar binnen om uitleg te geven; we hadden immers zijn inventaris en zijn winkel willen beschermen tegen bevuiling, en pas ná onze consumptie naar binnen willen gaan. Ongemeen bot liet de winkelier haar nauwelijks uitspreken: "Dat interesseert me geen barst mevrouw". Ook ik liet mijn verbazing blijken; om klanten te trekken, moet je ze toch eerst voor je etalage hebben? En weer in het bijzijn van de andere klaf~ten: "Dat interesseert me geen barst, u bent gewoon een aso". Een enorme kwaadheid en aanvechting om de hele winkel te verbouwen overviel me. Wat bezielt zo'n man? Verbijsterd over zoveel onredelijke en vernederende botheid verlieten we de winkel; zo'n man verdient toch geen klanten, en gaat hopelijk zo vlug mogelijk failliet! Mede in het belang van Volendam's imago.
Maar ineens was heel onze euforie over Volendam verdwenen. Er hoefde niets meer. We wilden niets meer, alleen maar wég zijn; er waren kennelijk te veel ratten tegelijk op één plaats, waardoor de agressie van de gastheren toesloeg. We zijn regelrecht onze auto gaan opzoeken en zijn vertrokken. In de rotsvaste overtuiging om nooit meer één stap in de richting van Volendam. te gaan.
Wat VVV en/of gemeente proberen te promoten, wordt zo door enkele chagrijnen teniet gedaan. Waar haalt die man het recht vandaan om een voor hem wildvreemde persoon "een aso" te noemen? Is die titel misschien op hem zelf van toepassing? Helaas kan de VVV of de gemeente aan het voorval niets meer veranderen. Maar zou er nooit een samenkomst van VVV, middenstand en/of gemeente zijn, waarin besproken wordt, wat "gastvrijheid" betekent, wat bezoekers verwachten? Hoewel dat eigenlijk niet nodig zou moeten zijn voor mensen, die hun geld verdienen met het ontvangen van gasten. Natuurlijk zullen er ook toeristen zijn, die onbeschoft zijn en het bloed onder de nagels vandaan halen, maar daar moet een winkelier zich toch tegen proberen te wapenen. En met een béétje mensenkennis zal hij toch ook kunnen zien, dat niet alle toeristen lastposten of criminelen zijn. De middenstand zal het toch van diezelfde toeristen moeten hebben; waarom heeft ze anders een winkel? Maar dit soort ondernemers verdient niet één klant.
Dit is helaas een op 19 juli jl. wáár gebeurd verhaal.
Th. v. Neerven,
Zeislaan 67
4904 VC Oosterhout,
tel. 0162-455636