Grote meid van Edam komt tot leven

Grote meid van Edam komt tot leven
Ter gelegenheid van het 650-jarig bestaan van de stad Edam heeft Lydia Rood een meeslepend jeugdboek (10+) geschreven over de Grote Meid van Edam die leefde in de vroege zeventiende eeuw: Meisje aan de ketting. De schrijfster van het kinderboekenweekgeschenk liet zich inspireren door de vele verhalen over de jonge reuzin, Trijntje Keever. De presentatie van het eerste exemplaar vindt plaats op 29 september 2007 in Edam. De Grote Meid zal in levenden lijve aanwezig zijn en ontvangt het eerste exemplaar uit handen van acteur en schrijver Aart Staartjes.
Trijntje Keever (1616 - 1633) was een reuzin: ze stak een meter uit boven de langste mannen in haar tijd. Haar ouders gingen kermissen met hun Grote Meid af om haar aan het publiek te tonen. En zelfs stadhouder Frederik Hendrik kwam haar in 1625 in haar woonplaats Edam bezichtigen, in gezelschap van de ‘Winterkoning’ van Bohemen. Deze was erg onder de indruk van Trijntje. Hij wees de langste man van het reisgezelschap aan, en die moest naast Trijntje gaan staan om het verschil duidelijk te maken.
In het Edams Museum, een zestiende-eeuwse koopmanswoning, zijn de sfeer van het boek en gebruiksvoorwerpen uit de tijd van Trijntje Keever terug te vinden. Een levensgroot schilderij van haar hangt in het oude Stadhuis, dat fungeert als dependance van het Museum. Maghali Huysman heeft het historische kostuum, dat tijdens de presentatie door de Grote Meid gedragen wordt, nauwgezet gekopieerd. Het boek ‘Meisje aan de ketting’ wordt uitgegeven door Leopold en zal vanaf 29 september in alle boekhandels in Nederland te koop zijn.
Meisje aan de ketting
Edam, 1629. Ver weg woedt de Tachtigjarige oorlog, maar in Edam bloeit de scheepsbouw. Zoutzieders en touwslagers bepalen het dagelijks leven. De Kaaswaag bestaat nog niet; de handel concentreert zich bij de hoge Damsluis. Edam is nog grotendeels een stadje van hout, waar enorme branden kunnen woeden, zoals die in 1602 waarbij de Grote Kerk is verwoest. Maar de herbouw is voltooid en de Purmer is juist drooggemaakt; zeeschepen varen af en aan. En langs de smalle havens en grachtjes worden steeds meer koopmanshuizen van steen opgetrokken.
Tegen deze historische achtergrond speelt het spannende verhaal over Trijntje Cornelisdochter. Na een hete zomer zijn de spaarpotten leeg en Trijntje is bang dat haar vader haar mee zal geven aan de Berenman, die vijftig gulden voor haar heeft geboden. En wie moet er dan voor haar nieuwe pleegzusje zorgen?