Vragen CDA en antwoorden college
- Wethouder Bond spreekt in zijn brief over een onderzoek naar een horeca-onderneming met een bovenverdieping. Is het college van B&W bekend met dit onderzoek? Wat is de status van het onderzoek? Zijn de conclusies reeds bij u bekend?
Het betreffende horecabedrijf, het ‘Gat van Nederland’ te Volendam heeft afgelopen jaren diverse kleinere bouwkundige aanpassingen aan dit pand doorgevoerd. Deze aanpassingen waren voor de ondernemer aanleiding om in 2005 een nieuwe, ruimere gebruiksvergunning aan te vragen. De gemeente weigerde indertijd echter de gevraagde ruimere vergunning. Nieuwe toetsing na bouwkundige aanpassingen geschiedt immers altijd volgens het meest recente beleid c.q. de meest recente richtlijnen (het normenkader). Juist met betrekking tot meerlaagse horeca zijn die richtlijnen de afgelopen jaren behoorlijk in ontwikkeling.
Omdat door de aanvrager bezwaar tegen deze afwijzing werd aangetekend, ondersteund door een rapport van een extern bureau met een ruimere uitkomst, heeft de gemeente een ‘second opinium’ laten uitvoeren door een gezaghebbend landelijk orgaan op dit gebied. De gemeente werd hierdoor in de opvatting bevestigd, dat een ruimere gebruiksvergunning in de gegeven situatie niet aan de orde was. Omdat er vervolgens meerdere nieuwe alternatieve verbouwingsideeën bij de ondernemer aan de orde kwamen om meer bezoekers toe te kunnen laten, is in overleg besloten om met de medewerking van de gemeente vooraf die alternatieven te laten onderzoeken op het effect ten aanzien van het aantal toe te laten personenOp ons verzoek en met instemming van de ondernemer heeft de Regionale Brandweer (i.c. Brandweer Zaanstad) ten behoeve van onze afdeling VROM (het gaat immers om een bouwvergunning) een adviesrapport geschreven gedateerd 8 augustus jl.
Per 31 augustus 2007 heeft hier nog een kleine aanvulling/wijziging op plaatsgevonden. Dit rapport geeft een overzicht van het maximum aantal toe te laten personen op basis van de huidige, bestaande bouwkundige situatie en indeling van deze horeca-inrichting. Maar daarnaast is ten behoeve van een nadere afweging een aantal alternatieve aanpassingen doorgerekend. In dit rapport wordt geadviseerd om, op basis van de huidige normen en inzichten in het gebouw tegelijkertijd maximaal 454 personen toe te laten (begane grond: 300; verdieping: 154). De geldende gebruiksvergunning gaat uit van maximaal 410 personen (begane grond: 230; verdieping: 180). De afwijkingen houden verband met het feit dat de richtlijnen met betrekking tot meerlaagse horeca niet alleen in ontwikkeling zijn, maar ook voor meerdere uitleg vatbaar zijn. De onderzochte verbouwingsvarianten geven verschillende ruimere mogelijkheden aan voor de verdieping, maar dat vergt uiteraard eerst behandeling van de bouwvergunning en realisatie volgens de voorschriften. De ondernemer heeft overigens aan de portefeuillehouders (burgemeester en wethouder Kes) te kennen gegeven op vrijwillige basis af te zien van de maximale mogelijkheden en te kiezen voor een verbouwingsvariant, waarbij er overcapaciteit aan ontvluchting ontstaat. Met andere woorden: de nieuwe gebruiksvergunning wordt te zijner tijd voor een kleiner aantal aangevaagd, dan bouwtechnisch en als brandveilig gebruik mogelijk is.
Voor wat betreft de huidige situatie heeft het college vastgelegd dat de getallen van het meest recente adviesrapport worden gehanteerd. De ondernemer heeft zich hier per direct bij aangesloten en werkt nu aan een aangepast verbouwingsplan ten behoeve van te gelegener tijd een nieuwe aanvraag gebruiksvergunning. - Wethouder Bond vindt de situatie in deze horecaonderneming "tot op heden levensgevaarlijk" (d.d. 27 augustus). Deelt het college van B&W deze kwalificatie van wethouder Bond? Zo ja, waarom zijn er geen maatregelen genomen om deze situatie te verbeteren? Zo nee, wat vindt het college van de veiligheidsituatie van deze onderneming?
Het college en de burgemeester herkennen zich niet in deze opvatting/formulering. De uitspraak en interpretatie komenvoor rekening van de wethouder. Gezien de specifieke situatie (meerlaagse horeca) is er door de opeenvolgende colleges juist op uiterst zorgvuldige wijze met dit pand omgegaan. Zie ook de beantwoording van de eerste vraag. In 2001 is er een gebruiksvergunning afgegeven op basis van de destijds geldende inzichten en normen. Met het doel om een nieuwe gebruiksvergunning aan te vragen zijn er door de ondernemer na die tijd al diverse extra brandveiligheid maatregelen getroffen. Waaronder organisatorische scheiding van vluchtwegen.
Omdat de ondernemer voor de eerste verdieping een verruiming van het aantal toe te laten personen nastreeft, is er in 2005 een nieuwe gebruiksvergunningsaanvraag ingediend. De aangevraagde verruiming is indertijd door het college afgewezen. Omdat het een heel specifieke situatie betreft hebben diverse organisaties zich in de loop van de tijd over deze kwestie in dit betreffende perceel (´t Gat van Nederland) gebogen (lokale en regionale brandweer, adviesbureau DGMR, VROM en de NIBRA). Verder mag bekend verondersteld worden dat er meer dan gemiddeld horecacontroles plaatsvinden en wordt het pand in dit kader zeer frequent bezocht. - Wethouder Bond geeft aan dat er nog een onderzoek loopt, nl. naar de gebruiksvergunningen van andere horeca-ondernemingen. Is het college van B&W bekend met dit onderzoek? Wat is de aanleiding geweest voor dit onderzoek? Wat is de status van dit onderzoek? Zijn de conclusies reeds bij u bekend?
Het betreft een intern inventariserend onderzoek. Dit het college bekend, want de burgemeester heeft in het college gemeld dat hij hiertoe (intern) opdracht heeft gegeven. Deze opdracht komt voort uit de ervaring dat de richtlijnen inzake brandveilig gebruik en de bouwkundige eisen aan voortdurende verandering onderhevig zijn. Daardoor is periodieke doorlichting gewenst. Bij een verbouwingsaanvraag en/of verandering van de inrichting en/of gewijzigd gebruik wordt sowieso standaard ook de gebruiksvergunning opnieuw beoordeeld. Maar er zijn ook bedrijven waar geen aanpassingen in bedoelde zin hebben plaatsgevonden.
Mede naar aanleiding van de opgedane ervaring met het traject van de aangevraagde nieuwe gebruiksvergunning van café ´t Gat van Nederland, achten wij het zinvol om ook andere oudere gebruiksvergunningen met name uit 2001, periodiek tegen het licht te houden. Dit voor zover al niet eerder herhaalde beoordeling heeft plaatsgevonden. Er liggen geen incidenten of iets dergelijks aan ten grondslag. Doel is zorgvuldigheid te betrachten en ‘up to date’ te blijven. De resultaten/conclusies zijn nog niet bekend.
College van B&W Edam-Volendam