Naar de inhoud

Het stuift op de dijk

Bron: NHD

Het stuift op de dijk
(Teksten: Richard Walraven en Gerben van ’t Hek)
De pisbakken van het café zijn nog vrij. Maar voor het herentoilet staat een rij. “Je denkt toch niet dat ze daar allemaal echt even gaan zitten?", klinkt het. Elk toilet is een potentiële ruimte voor drugsgebruik in Volendam. Het dorp waar het ieder weekend 'wit poeder' sneeuwt.

Het is een typische Volendamse uitdrukking: 'Voor goud gaan'. Eén die past binnen de unieke mores van het dorp. Volendammers zoeken graag extremen op. Houden ervan om op te vallen, uit te blinken. In sport, muziek en bedrijfsleven. Maar ook in het uitgaansleven gaan ze graag 'voor goud'.

De horeca op en rond de dijkheeft een faam die ver over de dorpsgrenzen strékt.,En bezit een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de eigen jeugd. In Volendam is het niet ongebruikelijk wanneer je elk weekend op dertien-, veertienjarige leeftijd de barren bezoekt. Iets wat vrijwel altijd gebeurt in grote vriendengroepen, die de spil vormen in het sociale leven van het vissersdorp.

De groepsdruk in die groepen is heel groot. En vooral dát blijkt een rijke voedingsbodem voor het massale drugsgebruik onder jongeren. „Als er eenmaal een paar aan de drugs zijn, zie je dat het zich razendsnel door die groepen heen verspreidt. Het wordt normaal gevonden. Iets wat hoort bij het weekend, bij op stap gaan", vertelt een jeugdige Volendammer. „Pillen, cocaine. Je kunt het hier overal krijgen. En iedereen weet ook bij wie. In welke kroeg? In welke niet. Aan het eind van de avond kun je zo aanwijzen wie er gebruikt. Hoe? Diegenen die niet meer dronken lijken te worden, zitten allemaal tjokvol. Gaan halverwege de avond even naar de wc om een oppeppertje te halen. Effe een puntje wit op je fietssleutel of rechtstreeks uit de wikkel."

Nuancering
Het is het verhaal dat overal op de dijk onder jongeren op te tekenen valt. Maar dan wel anoniem. En steevast met dezelfde nuancering. „Het is bij ons heus niet erger dan in andere plaatsen. Omdat het Volendam is, valt het alleen meer op. Want het is echt niet zo dat wij allemaal gebruikers zijn." Politie en hulpverlening schetsten echter een somber beeld. Dat van een dorp dat stuift van de coke, van wijdverspreid drugsgebruik. En waar de lokale apotheek niet voor niets drugstesten aan bezorgde ouders verkoopt.

En plekken om te gebruiken zijn er legio. Ook voor wie niet naar de kroeg kan. De verborgen hoekjes van de schoolpleintjes, achter het winkelcentrum of op speelveldjes. Tijdens de laatste kermis werden door politie in burger liefst veertig mensen wegens 'snuiven' aangehouden. „Er wordt openlijk gebruikt, dat geeft aan hoe gewoon het wordt gevonden. Staven met statistieken kunnen we het niet, maar het heeft er alle schijn van dat het in Volendam erger is dan ergens anders."

En de leeftijd waarop voor het eerst met drugs wordt geëxperimenteerd, daalt drastisch. Moedige Moeders, de organisatie van bezorgde moeders die de strijd met drugs heeft aangebonden, heeft het zelfs al over gebruikers van twaalf jaar. Via oudere vriendjes, waar ze na schooltijd mee omgaan, of na de overstap van lagere naar middelbare school krijgen jongeren er mee te maken. Brugpiepers aan de coke zijn niet uitzonderlijk. En de 'handel' gebeurt tussen 'vrienden'.

Rosalie Knuvelder van Moedige Moeders: „De jonge dealertjes zijn vaak ventjes die op de lagere school gepest werden. En dan zijn ze opeens de man als ze gebruiken. Krijgen ze heel veel aandacht. Ik ken iemand van 13 jaar die elke dag coke gebruikt. Dat is niet ongebruikelijk. Om hun verslaving te betalen werken ze. In de viskar of in de bouw, vaak zwart. Of ze gaan zelf dealen."

Op de tien basisscholen van Stichting Katholiek Onderwijs Volendam wordt al enige jaren in groep 7 en 8 een voorlichtingsprogramma gedraaid. „Zijn een paar bezorgde vaders mee begonnen. Gaat het niet alleen over drugs, maar ook over drank. Dat is minstens zo'n groot
gevaar", zegt Jan Tol namens de stichting. „Het uit de taboesfeer halen, is goed. Het moet niet verborgen blijven. Het is natuurlijk niet de taak van het onderwijs om kinderen van de drugs te houden. Dat is de verantwoording van de ouders. Die moeten niet hun kop in het zand steken. Dat wij dit doen, is puur een morele verplichting."

Het Don Bosco College (voortgezet onderwijs) is bekend met de drugsproblematiek onder de scholieren. Rector Gerard Dekkers kent de verhalen van twaalfjarige drugsgebruikers. „Maar wij constateren geen gedragsproblemen in die leeftijdscategorie." Logisch ook volgens Knuvelder, want er gaat enige tijd van gebruik aan vooraf voordat verslavingsproblemen zich openbaren. De school, de grootste in de gemeente, heeft ingrijpende maatregelen genomen om drugsgebruik en drugshandel uit het schoolgebouw en van het schoolplein te weren. Met succes, zegt Dekkers. „De kluisjes van de leerlingen worden meerdere malen per schooljaar gecontroleerd. Stelselmatig én onverwacht. We vinden bijna niks. Geen drugs, geen drank, zelfs geen pornoplaat je."

Verder is er een tweede conciërge aangesteld om ook het plein en de fietsenstalling in de gaten te houden. Worden ouders alleen al bij vermoeden van drugsgebruik gewaarschuwd, geven oud-verslaafden voorlichting over drugs en zijn er camera's geplaatst. Maar bij het schoolplein eindigt ook de verantwoordelijkheid van de school. Dekkers: „Wat er verderop achter de bowling gebeurt, tja... "

Gerda Buijs is al 23 jaar psycholoog in Volendam. Ook zij constateert dat de jongeren met problemen door drugs steeds vroeger aankloppen. “Of het erger is geworden, daar zijn geen statistieken van. Maar ik zie meer jongeren dan vroeger. Vroeger kwamen ze vanwege pesten, depressies of een overleden moeder. Nu omdat ze de deur niet uit durven zonder drank en drugs. Hun sociale ontwikkeling blijft achter door drugsgebruik. Ik hoor van meisjes dat het moeilijk is een jongen te vinden die niet gebruikt."

Voorlichtingsprogramma
Verontruste ouders hopen maar dat hun kind in een goede vriendengroep belandt. Of fanatieke sporters worden. Zo bezit amateurvoetbalvereniging Volendam, ruim 900 leden, nog altijd een enorme jeugdafdeling. Maar ook hier zijn plannen voor een voorlichtingsprogramma, vertelt jeugdcoördinator en bestuurslid Henk de Geus. “Het is heel naïef om niets te doen. Het probleem speelt. Als je sommige jeugdspelers zondagochtend het veld op ziet komen, kun je zo zien dat ze niet alleen maar dronken zijn geweest. Met dopingtesten kunnen we moeilijk aankomen zetten, maar we zijn druk bezig bewust beleid te maken op dit gebied. Het lijkt voor een deel van de jongeren normaal om een pilletje te slikken, maar het is het natuurlijk niet"

De cruciale leeftijd is tussen twaalf en veertien jaar, bevestigt De Geus. „Daarvan zien wij op de club een grote groep afhaken. Van de 13 of 14 elftallen bij de C-junioren is in de B leeftijd nog maar de helft over. Ik snap daarom heel goed dat ouders hopen dat hun kind blijft sporten. De kans om aan de verlokkingen van de dijk ten onder te gaan, is dan toch stukken kleiner."

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.