Naar de inhoud

Onder het juk van verslaafde tienerzoon

Bron: NHD

Onder het juk van verslaafde tienerzoon
(Teksten: Richard Walraven en Gerben van ’t Hek)
Ze had het niet in de gaten. “Ik dacht dat het beperkt bleef tot een wietje en een pilletje", vertelt Margreet uit Volendam. Het veranderende gedrag van haar zoon hoorde natuurlijk bij de overgang naar de middelbare school of de puberteit. Pas later kwam ze er achter dat hij cocaïne gebruikte. “Op zijn twaalfde is het al begonnen.”

Pas nadat de Moedige Moeders in Volendam de strijd met de coke aangingen en informatie verspreidden, herkende ze de signalen bij haar zoon. Hij was zo'n zoetekauw. En altijd maar neusverkouden. Natuurlijk was zijn gedrag veranderd. Puberteit en andere school denk je. Maar het was de coke. We hadden wel het idee dat hij af en toe wiet rookte. Ook een ramp, maar tenminste eentje die nog te overzien is. Uiteindelijk bleek hij al sinds zijn twaalfde cocaïne te snuiven."

Het drugsgebruik heeft tot jaren van ellende geleid. Het hele gezin lijdt er onder, zegt Margreet. Ze heeft haar zoon inmiddels een ultimatum gesteld. “Afkicken of ophoepelen." Ze hoopt vurig op het eerste. “Maar doorgaan als de afgelopen jaren kan niet. Ik heb al jaren een klotenleven door die drugs. Het is gewoon op." De problemen? “Hij zoekt het conflict. Maakt ruzie met iedereen in het gezin. En hij bleef vaak dagen weg. Op vrijdag kreeg ik al hartkloppingen omdat het weekeinde eraan kwam. De feestdagen en de vakantie waren een ramp. We durfden zelf niet op reis. Altijd bang dat hij vanuit het buitenland binnen een paar dagen op het vliegtuig naar huis werd gezet. En we wilden hem niet alleen thuis laten. Dan wordt het een gebruikershuisje."

Want haar zoon is niet de enige in het dorp. “Er zijn er een hoop ook van de generatie die nu in de dertig is", vertelt ze. Achteraf herkent ze de signalen. De jongens die niet gebruikten, vielen één voor één af in de vriendengroep. Anderen kwamen er bij. “Hij zegt zelf, dat-ie niet erger is dan de rest. Alleen geven die nog niet toe dat ze verslaafd zijn: En veel ouders steken hun kop in het zand." Volgens Margreet is de groepsdruk groot en de gelegenheid altijd aanwezig. „Het zijn allemaal leuke, lieve jongens. Maar het is heel normaal dat ze met veertien elk weekeinde naar de kroeg gaan. Het is stoer en ze willen erbij horen. En het is gezellig. Denk aan het nachtvissen. Hartstikke populair. Gaan ze met een hele groep 's nachts vissen. Zeggen ze, want ik heb geen vis gezien. Zitten ze gewoon ergens binnen te gebruiken."


Geld was voor haar zoon geen probleem. “Veel mensen denken bij verslaving aan een junkie in de goot. Maar dat is hier niet. Ze hebben geld genoeg. In het begin krijgen ze drugs van anderen. Tot ze verslaafd zijn, dan hebben ze meer nodig. Die van mij was veertien toen hij, onder het mom van stage lopen, ging werken. Maar dat was op een gegeven moment ook niet genoeg. Dus leende ik hem geld en hield zo zijn verslaving in stand. Anderen gaan zelf dealen of desnoods stelen ze."

(De naam Margreet is omwille van de privacy van de familie gefingeerd.)

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.