10 vragen aan Monique Wiemeyer
10 vragen aan Monique Wiemeyer
1. Even voorstellen
Monique Wiemeyer, 49, getrouwd met Ocky, 2 kinderen. Maud van 14 en Ocky jr. 16.
Opleiding; Design Academy Eindhoven. Alweer ruim 20 jaar werkzaam bij de bladen en heel happy aan het Oorgat in Edam.
2. Deze maand verschijnt de 500e editie van VT Wonen. Je bent al lang het gezicht van dit populaire woonmagazine. Hoe lang ben je al werkzaam voor VT Wonen en waaruit bestaan je werkzaamheden?
Ik ben nu ruim een jaar hoofdredacteur van VT Wonen. Zo’n 19 jaar geleden begon ik er als stilist. Daarna heb ik voor verschillende bladen gewerkt; van Libelle tot Ariadne at Home. Mijn werk is geen dag hetzelfde. Als hoofdredacteur ben ik verantwoordelijk voor het merk VT Wonen; we doen nog veel meer dan alleen een blad maken. Zo is er de Woonbeurs, geven we specials en boeken uit en maken we collecties met andere merken zoals Flexa, Novilon en Eijffinger.
3. Vorige week zaterdag stond je in De Volkskrant. Opnieuw een mijlpaal of leuk onderdeel van je werk?
Dit najaar gebeurt er extra veel rondom VT Wonen. Het oktobernummer is in een extra grote oplage verspreid. We hebben net ons 500e nummer afgerond (500 pagina’s dik! En vanaf 26 oktober in de winkel; mis ‘m niet!). Er komt weer een ‘Lifestyle Special’ uit en ons nieuwste boek ‘Enjoy your Home’ is net verschenen. Kortom, genoeg redenen voor media-aandacht; daarom vond ik het heel erg leuk om het Weeklog te schrijven voor de Volkskrant.
4. Kun je beschrijven hoe je werkweek er uit ziet?
In een week zit altijd heel veel variatie. Dat vind ik fijn; ik ben allergisch voor teveel regelmaat. De ene dag ben ik met de cover bezig, brief ik de stilisten, beoordeel ik beeld en vormgeving. De volgende dag zit ik met adverteerders om tafel, bespreek ik strategieën met mijn uitgever of zit ik in een brainstorm. En af en toe op reis naar een beurs in het buitenland hoort er ook bij. Druk en afwisselend, heerlijk!
5. Zijn jullie een trendsetter of volgen jullie de trends?
Beide. Natuurlijk volgen we de trends, lezen we alle buitenlandse bladen en gaan we naar de toonaangevende designbeurs in Milaan. Alhoewel de trend eigenlijk is dat er geen trend is; alles kan. Dat is zo heerlijk aan het maken van een blad: we putten uit alles wat er maar beschikbaar is en maken daar ons eigen ding van. En we merken dat de lezers van VT Wonen onze ideeën overnemen.
6. Kun je iets zeggen over de smaak van Nederland anno 2007?
Over smaak valt niet te twisten. Je ziet wel dat mensen steeds meer werk en tijd stoppen in de inrichting van hun huis. Het belangrijkste is dat je je thuis voelt in je eigen huis. Wat voor smaak je ook hebt.
7. Is die smaak er in de loop der jaren op vooruit gegaan?
Ik denk dat door de overweldigende aandacht voor wonen in bladen, op televisie, in kranten, iedereen steeds meer een eigen smaak heeft ontwikkeld. Maar; smaak is subjectief. Passie en oorspronkelijkheid zijn in mijn ogen veel belangrijker; daar komt je persoonlijkheid in uit.
8. Wat zijn de trends voor het komende (winter)seizoen?
Alles kan, volg je hart, waardeer het oude, laat je inspireren door het nieuwe en lees VT Wonen!
9. Edam bestaat voor een groot deel uit historische panden. Als je een keuze moet maken; kies je dan voor een mooie oude woning of voor een ultramodern huis?
Ik vind eigenlijk de locatie belangrijker dan historisch of ultra-modern. Maar het feit dat ik alweer 19 jaar met veel plezier in het oude Edam woon zegt genoeg.
10. Zou Edam als woon-winkelstad een soortgelijke functie kunnen krijgen als Naarden?
Ik las in de Stadskrant dat het Bosvolk gebouw wordt verbouwd tot woonwinkel. Grappig; een paar jaar geleden droomde ik er met 2 collega stilisten van om het Bosvolk om te toveren in een ‘inspiratiehuis’. Met wisselende stijlkamers, exposities, workshops en thee met taartjes en lekkere soepen in de tuin. We zagen het al helemaal voor ons. Alleen het geld ontbrak. Om een echte woonwinkelstad te worden moet je goeie en gekke panden tot je beschikking hebben en mensen met lef, passie en oorspronkelijkheid die hun nek durven uitsteken. Die moeten er toch zijn?