Aan alle woningzoekenden in onze gemeente,
Ik ben met gemengde gevoelens terug naar Volendam gereden. Aan de ene kant had ik het idee dat de rechter de gemeente graag wilde helpen. Hij bood in ieder geval volop - soms iets te duidelijk - de mogelijkheid om verweer tegen de bezwaren van klagers te voeren. Dat lukte soms redelijk tot goed, maar was soms ook heel moeilijk.
De rechter moet eerst beoordelen of er sprake is van onverwijlde spoed om het goedkeuringsbesluit van de provincie te schorsen. Concreet komt dit erop neer dat hij moet inschatten of de gemeente spoedig onomkeerbare werken gaat uitvoeren, die in strijd zijn met de belangen van de eisers. Volgens mij zal hij hierbij laten meewegen dat de gemeente ter zitting heeft bevestigd begin volgend jaar zand te willen opspuiten.
Als de rechter onverwijlde spoed aanwezig acht, zal hij moeten inschatten of de Raad van State later dit jaar het goedkeuringsbesluit in stand laat. Hoe de rechter daar tegenaan kijkt, blijft gissen. De gemeente heeft hem echter wel op het hart gedrukt dat hij oordeelt over een grote groep relatief oude woningzoekenden. Ik hoop dat de rechter welwillend is tegenover hen die een woning in de Zuidpolder willen.
Wat mij somber stemt, zijn een tweetal opmerkingen van de rechter. Ten eerste zei hij dat het Waddenverenigingsarrest van het Europese Hof van Justitie kan meebrengen dat het "voorzorgbeginsel" ook op (delen van) de Zuidpolder van toepassing is. De polder grenst namelijk aan een beschermd natuurgebied, het Markermeer. Het "voorzorgbeginsel" is van toepassing als de bouw van woningen uitstralingseffecten heeft op het Markermeer. De gemeente heeft geprobeerd de rechter ervan te overtuigen dat er geen uitstralingseffecten zijn. Het is de vraag of de rechter de gemeente op zijn woord gelooft of dat hij een onderzoek wil.
Het andere uitspraak van de rechter die twijfels bij mij zaait, gaat over het belang van de Zuidpolder als nestel- en fourageergebied voor vogels. Hij zei dat dit onderdeel zeker bij de behandeling van de hoofdzaak aan de orde zou komen. Laten we hopen dat hij daarmee niet bedoelt dat de Zuidpolder tegen de tijd dat de hoofdzaak dient (ergens in de loop van het jaar) nog steeds als nestel- en fourageergebied dienst doet en dat er dan dus nog geen zand ligt.
Concluderend zeg ik dat de rechter ons misschien wel wil helpen, maar dat het de vraag is of het recht hem daar ook brengt. Ik doe geen voorspellingen over de uitspraak. Ik was niet in de raadkamer (waar de beslissing wordt genomen) en spreek dus slechts op basis van wat ik heb gezien. De uitspraak komt rond de kerst. Als de rechter de bouwactiviteiten schorst, lijkt het mij raadzaam om lessen te trekken uit zijn uitspraak en in het uiterste geval de procedure opnieuw te draaien. Ik hoop dat de rechter in het voordeel van de gemeente beslist.
Groeten, Ed Plat