Naar de inhoud

Het onderzoek

Bron: K. Hansen in NIVO

Het onderzoek
Afgelopen week was er weer de nodige heisa met betrekking tot de publicatie van Moedige Moeders over het drugsgebruik op het dorp. Het grootste deel van de selectieve verontwaardiging die losbrak is nog altijd dat onze goede naam er aan gaat. Geen woord over de vraag of er wel sprake is van een probleem en hoe dat op te lossen. Nee: hoe krijgen wij onze goede naam weer in orde. Dat is immers veel belangrijker dan een grootschalig drugsprobleem. Een van de publicaties in de Nivo verhaalde over de frustratie van Gary Kok over het gegeven dat hulp vragen bij politici steevast uitmond in de reactie: "We zullen een onderzoek instellen". Zo ben je als politicus er lekker makkelijk vanaf en verlies je ook geen kiezers. Pappen en nathouden.

Onderzoeken hebben zo wie zo iets tegenstrijdigs en onbetrouwbaars. Als je mensen ondervraagt die zo nu en dan een borrel drinken en vraagt naar hun drinkgewoontes zullen ze meestal wel een betrouwbaar antwoord geven. Vraag je het aan jongelui, dan krijg je vaak een overdreven inschatting, omdat deze geneigd zijn veel drinken als stoer te zien en daarom graag meer opgeven van wat zij werkelijk innemen. Is de conclusie van het onderzoek dan ook negatief dan valt het in de praktijk meestal wel mee. Vraag je daarentegen aan alcoholisten over hun drinkgedrag, dan krijg je vaak de helft aangereikt van wat zij drinken. Dit, omdat het gros van deze mensen gebruik maakt van een uitgesproken lieggedrag. Is de- uitkomst van een onderzoek dan "het valt wel mee met het drankgebruik" dan heb je ook kans dat het in de praktijk knap tegen kan vallen.

Vraag je wiet-rokers naar hun gebruik van wiet en hash, dan krijg je meestal een betrouwbaar antwoord. Wietrokers zijn immers geen onruststokers en het roken wordt niet als negatief beschouwd. Wil je weten of er veel coke gesnoven wordt, dan ontstaat er een akkefietje. Ook de meeste cokesnuivers vallen meestal op door een ongekend lieg- en draaigedrag: Zij zullen dan ook volmondig ontkennendat zij ook maar iets gebruiken. Dit houden zij vol tot de problemen zich huizenhoog opstapelen. Wanneer de heer Visser in de Nivo schrijft dat de inschatting van Moedige Moeders ongenuanceerd is, dan gaat die vlieger niet op, omdat door het totaal onberekenbare gedrag in het wereldje van de h.h. cókegebruikers er simpelweg geen genuanceerd beeld valt te schetsen van het werkelijke gebruik.

Om toch tot een redelijk betrouwbare inschatting te komen van het gebruik is het zinniger een inschaling te maken naar de ervaringen van ex-gebruikers en dealers. Eenmaal afgekickt is het lieg- en draaigedrag meestal wel verdwenen en is een reeel beeld te geven van de omvang van het cokegebeuren. Omdat ik geen zin heb in een onwerkelijke voorstelling van het snuifgebeuren, stel ik de resultaten van de gesprekken met ex-verslaafden meestal bij naar beneden. Maar zelfs dan is het resultaat zorgwekkend.

Het argument dat het cokegebruik te danken is aan de grote hoeveelheid geld die de jeugd te besteden heeft, is overdreven. Het is zo wie zo een kwestie van een aantal factoren bij elkaar. Het feitelijke probleem begint namelijk op de negatieve manier waarop sociale controle uitwerkt ten opzichte van Volendammers onderling. En de manier waarop wij iets te veel op elkaars lip zitten. Als groep hebben wij wel identiteit, maar niet als individu en dat wreekt zich. Daarom komt drugsgebruik ook zo duidelijk naar voren in plaatsen met dezelfde sociale structuur als Volendam. Met name in plaatsen als Urk en plaatsen in Zeeland.

De oordeelsvorming over wie wel is en niet is, is in meer dan een opzicht bedenkelijk. Er, is ook een klimaat ontstaan waarbij de angst om ergens niet bij te horen 80% van het doen en laten van de jeugd bepaalt en mensen extra beinvloedbaar maakt voor middelen als coke e.d. Het minderwaardigheidscomplex dat hier het gevolg van is, is de basis van de frustraties die de jeugd richting cokegebruik duwen.

Daarom is de oproep van Gary Kok van de Moedige Moeders ook een terecht noodsignaal aan de Volendammer gemeenschap. Tijd dus voor een plaatselijke maatschappelijke discussie over hoe wij omgaan met elkaar en met deze kwestie. Cruciaal punt is niet "hoe is het drugsgebruik in Volendam" maar "hoe ontstaat de hang naar drugsgebruik". Daarmee tackle je het probleem aan de basis. Misschien zijn er wat sponsoren te vinden om dit initiatief te steunen (dan doe ik ook mee), want wachten we op de politiek dan kun je wel een eeuwigheid wachten. En die tijd hebben we niet.

Klaas Hansen

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.