Naar de inhoud

Ouderwetse winters uit Volendams Verleden beschreven in Museumjaarboek 2007

Bron: Volendams Museum

Ouderwetse winters uit Volendams Verleden beschreven in Museumjaarboek 2007

VOLENDAM IN WINTERTIJD
In het jaar van het 30-jarig jubileum van het Volendams Museum en het 60-jarig bestaan van het Sigarenbandjeshuisje heeft het speciale Museumjaarboek als thema ‘Volendam in Wintertijd’ en het subthema is de pluimveehouderij. Uiteraard is ook de premiefoto aan de winter gewijd en omdat Volendam vroeger elke ‘knappe’ winter wel met een of meer foto’s de pers haalde viel het niet mee om een goede keuze te maken. Hieronder volgt het eerste deel van een globale terugblik op vroegere wintertijden.

Waar zijn de ouderwetse winters gebleven
Een van de meer dan 100 liedjes over Volendam werd (op muziek van Max Tak) geschreven door niemand minder dan Alex de Haas die in het refrein ‘Volendam in de winter’ toezingt: ‘Volendam, dan bekoor je me zo, en dan geef ik voor jou al wat mondainer is cadeau. Volendam in de winter geef je ’tzuiverst idee van je mensen en hun leven, van je haven en de zee’. Hanicotte, Ten Kate en andere kunstenaars maakten prachtige schilderijen van Volendam in de winter en door kunstfotograaf Eilers en ontelbare andere fotografen werden wintertaferelen in de eerste helft van de 20ste eeuw verreweg het meeste in Volendam geschoten. Je kan werkelijk geen oude krant of tijdschrift openslaan of de schaatsers, priksleeberijders, ijszeilers en botkloppers komen je tegemoet. Wandelaars op de Zuiderzeedijk zagen in vroeger tijden in de verte allerlei lichten voor zich van de botvissers. In het dikke ijsbed werden door deze vissers gaten gehakt en daarin de aan latten bevestigde botnetten geschoven. Voortdurend werd dan met de hei op een plank geslagen om met het geluid (en de weeromstuit) de vis naar de netten te trekken. Ook werden er wel molentjes gebruikt, die, door de wind bewogen, snel ronddraaiden. Aan de as zat een hout bevestigd dat voortdurend het ijs raakte. De bot, op die wijze verschalkt, noemde men dan ook “klopbot” en was naar verluidt een heerlijke vis. Wandelaars op de Zuiderzeedijk zagen in vroeger tijden ’s avonds in de verte allerlei lichten voor zich van de botvissers hetgeen destijds een aardig schouwspel moet hebben opgeleverd.

De Gouwzee, de haven, het Brèèkie, de Edammervaart met baanvegers als De Stekeraip en de vaart naar Oosthuizen compleet met koek en zopie waren de meest voorkomende locaties. Vervuld van nostalgie haalt de oudere generatie nog wel eens herinneringen op aan het ‘kakkooien’ (ijsje bochelen), de schaatswedstrijden op de Haven en de tochten naar Marken. Welke jongen bouwde toen niet zijn eigen ijsschuit door twee priksleeën aan elkaar te timmeren met een zeiltje erop of flitste op de schaats naar Marken met behulp van het toen uitgevonden surfzeil. Wie herinnert zich niet de schaatstochten door de boerenslootjes richting Katwoude, Zuidpolder, Oosthuizen en Warder. Vooral na een barre tocht met tegenwind smaakte een bord snert als nectar en kon het in de café’s Kaan en Has in Oosthuizen of in het Wapen van Warder niet normaal gezellig worden. Wat voor het gemak soms wel eens wordt vergeten is de overlast van de “ompelepompels” (= hompen aangeplakte sneeuw) onder je östers en de oranjegekleurde kanvas bandjes die dwars door je klompsokken striemen veroorzaakten in je verkleumde voeten, waarin al het gevoel uit verdween en waar je na het afbinden niet meer op kon staan. Vergeten is ook de ellende van de ruige vorst die ’s morgens aan je deken zat en het natte klussie om buiten kolen te scheppen en de kachel met stukjes krant en houtjes weer aan te maken.

Strenge winters van alle tijden
Tijdsomstandigheden als zomer en winter hebben in de historie hun sporen nagelaten. Dat geldt zowel voor extreem warme zomers waarin besmettelijke ziektes gemakkelijker uitbraken als voor strenge winters waarin de mensen vroeger veel moeite hadden om aan voldoende brandstof, voedsel en vooral drinkwater te komen. Uit veel stambomen blijkt dat de sterfte juist in de zomer (door bacteriële infectie) en in de winter (door longontsteking) het hoogst was. Gegevens en beelden van ijsvermaak vertellen ons dat er in de middeleeuwen al sleden waren en ‘glissers’ oftewel van koebeenderen gemaakte schovelingen of schaatsen. Het meest tot de verbeelding spreken de extreem winterse omstandigheden die in elke eeuw voorkwamen. Zo moet na de winters van 1433, 1490, 1510, 1511 en 1608 die van 1616 bar en boos zijn geweest en de jaren 1620 tot en met 1623 noemde men wel de ‘Kleine IJstijd’. Met ingang van wellicht de koudste januarimaand ooit begon in 1740 een vorstperiode van drie maanden waarin de zee van de Sont bij Denemarken tot voor het Italiaanse Genua bevroren was, waarna de kou nog tot 8 juli aanhield. Naar de kunstschilder werd deze winter later het ‘wintertje van Schelfhout’ genoemd. Volendammer soldaten maakten mee hoe de Russische Veldtocht onder Napoleon door de barre winter van 1812 uitliep op een ijzingwekkende catastrofe voor beide partijen. De 19de eeuw kende een opvallend lange reeks van strenge winters zoals die van 1849 toen de Durgerdammer Klaas Bording met zijn twee zoons bij het botkloppen werden verrast hetgeen na veertien dagen rondzwerven op een ijsschots alleen zoon Jaap overleefde. Dan was er de winter van 1865 als langdurige uitschieter en die van 1890/’91 als de aller-strengste.

Museumjaarboek met unieke Premiefoto nog steeds verkrijgbaar in Volendams Museum voor slechts € 5,-
Het cultureel-historische Museumjaarboek 2007 met de schitterende Premiefoto is nog steeds verkrijgbaar in het Volendams Museum. U kunt de museumactiviteiten extra steunen door begunstiger te worden voor € 12,- of meer. U ontvangt dan niet alleen het Museumjaarboek met Premiefoto maar u heeft tevens gratis toegang tot alle exposities in het Volendams Museum. U kunt even het museum binnen lopen of u geeft een tip via de telefoon: 0299 369258. Het Museumjaarboek met Premiefoto wordt dan bij u thuis gebracht zonder extra kosten. Een tip aan een bestuurslid kan ook! De voorraad is beperkt want er zijn opnieuw weer vele afnemers toegetreden.

Met vriendelijke groeten van het bestuur en de vrijwilligers die er ook dit jaar weer voor gezorgd hebben dat het Volendams Museum en de daaraan verbonden cultureel-historische onderzoeken en activiteiten in stand zijn gebleven.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.