‘Wim Jonk is een kunstenaar’
‘Wim Jonk is een kunstenaar’
Oud-Ajacied Wim Jonk keert terug bij zijn oude club. Kan deze dichter uit Volendam de Amsterdammers redden? ‘Maduro kan iets van hem leren.’ Dichter uit Volendam ‘Hij is geen prater. Nee, Jonk heeft een andere onverklaarbare gave’
Hij is terug in de Arena, de dichter uit Volendam. Wim Jonk, de middenvelder met de onvoorspelbare kanonkogels uit de tweede linie, is wedergekeerd in de moederschoot. Niet als trainer of iets technisch in de directie, godzijdank, maar als de spelersfluisteraar van een paar manisch-depressieve Ajax-vedetten. Eindelijk komt er wat Sehnsucht, zachtheid en zweverigheid in die ijskoude beursgenoteerde voetbaltempel. ‘Want Jonk is een kunstenaar’, zegt dichter Marc Kregting (een NAC-fan) vanuit zijn schrijverswoning in het Belgische Mechelen.
De Neerlandicus besteedde in 2006 een essay aan Wim Jonks kunstenaarschap, dat tot nu bestaat uit één openbaar gemaakt gedicht van zijn hand: een requiem voor Harry Kwakman, de verongelukte Volendamkeeper. ‘Je levensstijl zat vol dynamiek (…) Altijd wilde je het beste en was je fanatiek.’ Dit ene zondagsgedicht, dat de verdrietige international neerpende tijdens het WK van 1998, was genoeg om hem voor eeuwig te doen opstijgen boven die rauwe werkelijkheid van de voetbalvelden.
Ogenschijnlijk hoort deze (bij)gelovige huisschilder helemaal niet thuis in de voetballerij. ‘Zijn terugkeer naar Ajax is wonderlijk. Jonk is geen prater, dat weten we allemaal van zijn tijd als voetbalanalyticus bij Studio Sport. Hij had nooit iets te zeggen’, zegt Kregting.
Nee, Jonk heeft een andere onverklaarbare gave, die niet in woorden is te vangen, laat staan in onverbiddelijke sportstatistieken.
‘Jonk is altijd een sfeergevoelige jongen geweest. Je kon hem bij wijze van spreken voor 98% programmeren, en toch maakte die 2% onzekerheid hem zo bijzonder.’ In het essay Laden en Lossen (te verkrijgen bij uitgeverij Vantilt in Nijmegen) analyseert hij Jonks ‘onverstoorbare gevoeligheid’ aan de hand van de grilligheid van zijn passes. ‘Jonk pleegde met regelmaat een bruuske actie waarmee hij zichzelf blesseerde. Geniale momenten kon hij afwisselen met onbegrijpelijke blunders die vraten aan zijn zelfvertrouwen’, schrijft hij.
En precies deze ervaring heeft Ajax nú nodig, denkt Kregting. ‘Maduro en Vermaelen zijn spelers die iets kunnen leren van Jonk. Emanuelson? Nee, die lijkt me te eigenwijs. Voetbal is toch voor een groot deel praten. Zelfvertrouwen opbouwen gaat via gesprekken. Het is niet vreemd dat Louis van Gaal, in die tijd Ajax-coach, en Jonk het goed met elkaar konden vinden. Ze hebben beiden behoefte aan peptalk. Nog steeds. Van Gaal blaft de media af, maar is eigenlijk een aanhankelijke hond die vist naar een complimentje.’ Maar met de komst van Jonk zijn de heilzame praatsessies van Van Gaal, die zelf ooit een gedicht voordroeg toen hij bij Ajax terugkeerde als technisch directeur (‘De cirkel is rond’) nog niet in ere hersteld. ‘Jonk kan dat niet. Die moet een pleister op zijn mond doen en alles voordoen. Dat is het beste voor Ajax.’