Naar de inhoud

Volendam in wintertijd (deel 2)

Bron: Volendams Museum

Volendam in wintertijd (deel 2)
(Uit het Museumjaarboek 2007)

Inleiding
In de vorige aflevering hebben we kunnen lezen dat de winter van 1890/’91 als een hele strenge winter te boek staat en lang in het geheugen van Volendammers is bleven hangen. Een gevleugelde uitspraak na die strenge winter werd dan ook: “Dut is nag niks, in négentig was ’t koud”. Dirk Sier (1874-1943) alias Vadertje had op zeker moment genoeg van deze uitdrukking en voegde met onderstaande anekdote over een door hem beleefde “koude-ervaring” in Canada een nieuwe dimensie toe aan het begrip koud. In het Volendams museum zijn momenteel nog een fors aantal uit het archief van Jan Zwarthoed (Kiek) komende en door hem ter beschikking gestelde schitterende wintertaferelen te zien op speciaal daarvoor vervaardigde fotowanden. De jubileumtentoonstelling is genaamd “Volendam in Wintertijd” en mag u gewoonweg niet missen.

In négentig was ’t koud
De decembermaand van 1890 was de koudste sinds 100 jaar en de vorst was dermate fel dat de sloten en rivieren tot op de bodem bevroren waren. De Zuiderzeevloot kon in de eerste weken van 1891 niet uitvaren waardoor vooral de vissersknechten met hun gezinnen het moeilijk kregen. Toen de winter van 1892 de botters weer tot 8 maart binnengaats hield waren de Vincentiusbeurs en de Armenkas wel gedwongen om per noodlijdend gezin 20 gulden uit te keren. De vorige eeuw begon met een serie strenge winters, namelijk die van 1900, 1901, 1904, 1907 en 1909.

Daarna volgden zeven zachte winters tot 1917, toen het kruiend ijs tot bovenop de dijk kwam en bedreigende vormen aannam. Tijdens de kwakkelwinter van 1923/’24 verdween schipper Jaap Smit van de VD 172 op 25 februari 1924 bij het binnenvaren van de haven reddeloos onder de ijsschotsen. De volgende strenge winter was die van 1929 toen er menige tocht over de Zuiderzee werd gemaakt en Hein Bootsman (van de Slappe), Maartje Zwarthoed van Dirk van Boertje (vrouw van Veerman Som) en Sijmen Schilder (Snert van de St. Antoniusstraat) met een paar stikken roggebrood en een kompas in één dag heen en weer naar Urk schaatsten. Op 3 maart 1929 reed Lauwtje Stroek maar liefst met zijn vrachtwagen over zee naar Urk met aan boord onder andere Jaap Schilder (de Bok), Piet Bond (Ouwe Pekkie), Ouwe Jelle en Jan Tuyp Okke. Op de terugweg ontstond een levensgevaarlijke situatie toen er mist opstak en het ijs door grote scheuren onder water kwam te staan. Na een aantal in nood verkerende schaatsers te hebben opgepikt wisten de mannen na een overnachting in Enkhuizen weer heelhuids de thuisbasis te bereiken. Op 31 maart van dat jaar reden er nog personenauto’s van Volendam naar Marken.

Winter 1990 koudste winter aller tijden
Ondanks de felle kou bleven de oudere Volendammers elke opmerking over kou en vorst afdoen met het gezegde: ‘Dut is nag niks, in négentig was ’t koud!’. Dirk Sier (1874-1943, broer van de Ouwe Waffel en Vais) alias Vadertje die op de Holland Amerika-lijn had gevaren was het gezeur over de winter van negentig wel eens zat. Hij vertelde dat hij een keer in Canada in een toneelstuk zat en dat was nogal een aandoenlijk stuk, zodat de mensen af en toe in snikken uitbarstten. Nu was het daar in Canada zo koud, dat de tranen van de mensen die op het balkon zaten als hagelstenen in de zaal neerkwamen. Dat, zo zei Vadertje, noem ik koud!

Wordt vervolgd

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.