Ondernemers pleiten voor goede bereikbaarheid Edamse binnenstad
Ondernemers pleiten voor goede bereikbaarheid Edamse binnenstad
Maandag 17 september werd er in de Harmonie op initiatief van de PvdA gesproken over het verkeer in de Edamse binnenstad. Tal van partijen en particulieren werden in de gelegenheid gesteld om hun mening naar voren te brengen. Voorlopig gevolg is de oprichting van een werkgroep. Hierin zal ook de Ondernemersvereniging Edam (OVE) participeren. Gerard Visser, bestuurslid OVE, is afgevaardigd als werkgroeplid.
Tijdens de bijeenkomst vertolkte Visser het standpunt van de vereniging. De ondernemers willen allereerst een aantal fabeltjes ontzenuwen. Volgens tellingen in opdracht van de gemeente is gebleken dat de bezetting in Edam niet uit twee auto’s per woning bestaat, maar 0,8%. “Dat betekent feitelijk dat bij 50% groei in Edam we pas op de landelijke norm van 1,2 zitten. 50% groei van het totale auto-gebeuren wordt landelijk de komende jaren absoluut niet verwacht. Van het voorstel van de PvdA voor een vergunning per huis valt op voorhand dan ook te betwijfelen of dit het juiste effect zal geven.” Visser tekent er bij aan dat Edam natuurlijk uit vele kleine, oude straatjes bestaat. “Een landelijke normering er op loslaten is dus lastig. Maar toch, het zijn wel de feiten.”
Langparkeerders
Visser komt met een tweede voorbeeld. “Er zijn de laatste jaren heel veel parkeerplaatsen verdwenen in de binnenstad. Zonder compensatie, maar overigens vaak met een loffelijk streven (stedenschoon). Dan heb je het toch gauw over 60 tot 70 parkeerplaatsen. Als dan blijkt, na onderzoek, dat de parkeerdruk in de oude kom voor 80(!) afkomstig is van bewoners, slechts 10% van bezoekers en voor de laatste 10% van klanten van onze winkels, dan zie je direct dat langparkeerders voor de grootste druk zorgen. De winkels hebben in de huidige situatie vaak last van het blauwe-zone beleid. De meeste plaatsen zijn bezet door lang-parkeerders.”
Kleine stad
Belangrijkste inzet voor het bestuur van Ondernemersvereniging Edam is dat bij de discussie die op gang is gekomen over het parkeerbeleid in Edam uitgangspunt moet zijn dat de stad klein is. “Heel klein. Wat de openbare weg betreft zeg ik altijd: hij is niet van mij, maar ook zeker niet van U. Wij allen, bewoners, horeca, dienstverlening en winkeliers moeten het er samen mee doen en delen..”
Verzoek aan politiek
Oplossingen voor een goede balans moeten volgens Gerard Visser onder andere gevonden worden aan de buitenkant van de stad. “De mogelijkheden van het Korsnas-gebied horen daar zeker bij. Binnen de huidige situatie zal qua parkeren altijd wel één partij benadeeld worden. Dat lijkt ons niet wenselijk.“
Visser noemt het een raadsel dat er vanuit de politiek, en dan met name de VVD, gesproken wordt over ‘bergen’ Europese subsidie voor ondergrondse parkeergarages. “Bij Korsnas moet nog gebouwd worden. Het lijkt ons dan ook zinnig dat er vanuit de politiek onderzoek naar deze subsidies gedaan wordt. De landelijke partijen schijnen hier connecties voor te hebben…”
Een ander speerpunt zou het creëren van fietsbeleid zijn. “Edam kent veel fietsers, maar de faciliteiten zijn matig. Beleid is natuurlijk veel breder. Daar moet serieus naar gekeken worden.”
Van levensbelang
Voor de winkeliers is bereikbaarheid van levensbelang. “Als je bepaalde aderen doorsnijdt dan vertrekt het leven. We zitten toch al in een kwetsbaar gebied voor winkels, dus goed bereikbaar zijn is echt noodzakelijk! Nu de politiek te kennen heeft gegeven dat een supermarkt niet als serieuze optie wordt onderzocht bij de ontwikkeling van het Korsnas-terrein, iets wat in onze ogen juist een echte trekker zou zijn voor de bestaande winkels, blijven we afhankelijk van het beleid van de gemeente. En natuurlijk ook van de kwaliteit van de Edamse ondernemers. Ja, dat klopt.”
Behoud van het huidige winkelbestand is gekoppeld aan ‘traffic’. Verkeer in de meest brede zin betekent publiek voor en langs en uiteindelijk in je winkel. “Wij willen duidelijk maken dat dit het uitgangspunt is voor een leefbare stad met winkels. Indien bijvoorbeeld een fietsvrije stad zou worden voorgesteld, dan zouden we ook onze kanttekeningen plaatsen!”