Naar de inhoud

Hoe nu verder tot 2018?

Bron: Stadssocioloog Joachim in NIVO

Hoe nu verder tot 2018?
In de NIVO van 17 oktober 2007 stond de uitslag van een enquête over prijscategorie woningen Zuidpolder. Negenenzestig (69) procent zou een woning voor starters kunnen betalen van 180.000 tot 250.000 euro. Dit sluit aan bij het volgende: Begin oktober werd door de Gemeentelijke Rekenkamercommissie aan de verschillende politieke partijen in onze gemeente gevraagd om onderwerpen te noemen, die mogelijk door de Rekenkamercommissie zouden kunnen worden onderzocht.

Een van de vraagstellingen volgt hieronder:
'Er zijn negentienhonderdvierenvijftig (1954) woningzoekenden (gegadigden) per 17 sept. 2007, waaronder 1368 starters, aldus onze gemeente (daarnaast nog 116 starters, die al in een huurhuis o.i.d wonen). Van de maximaal 1050 te bouwen woningen in het bestemmingsplan Zuid-polder is een derde deel bedoeld voor regionale woningzoekenden. Als van het resterende aantal van zevenhonderd (1050 minus 1/3 deel) woningen alleen voor Edam-Volendam het enorme aantal van 70 procent starterswoningen zouden worden gebouwd, dan hebben vijfhonderd (500) starters een woning. Dat wil zeggen dat zo'n 868 woningzoekende starters (plus nog 116 "wonende" starters) dus nu al weten dat ze buiten de Zuidpolderboot zullen vallen. De Zuidpolder moet tot 2018 voldoende zijn.

De vraag die in ieder geval gesteld moet worden is:


  • Of dit bewust beleid is van de colleges vanaf 1994?

  • Of de bevolking, respectievelijk de woningzoekende starter hierover voldoende is geïnformeerd?

  • Of er voldoende voorlichting is en wordt gegeven?
In de structuurvisie Edam-Volendam: een verkenning demografische ontwikkeling en woningbehoefte, verschenen in april 2007, worden de gegevens vanaf 1995 tot 2005 behandeld. Hierin staat onder meer dat er ongeveer 1500 woningen aan regionale woningzoekenden zijn verkocht of verhuurd. Reeds in 1997 werd door de heer Reijers (toenmalig VVD-lid) gesteld dat zo'n 300 leegstaande woningen verkocht zouden zijn aan regionale woningzoekenden. Deze ontwikkeling was dus niet helemaal onbekend. Daarom lijkt het ons gerechtvaardigd te onderzoeken:

  • Of deze ontwikkeling ook bij de verschillende colleges vanaf 1994 bekend was?

  • Waarom er pas in april 2007 een demografisch rapport is verschenen?

  • Of deze ontwikkeling zich ook heeft voorgedaan in 2006 en 2007 en er dus over 2006/2007 een vervolgrapport zou moeten worden geschreven.
EINDE van deze vraagstelling.

Dit zijn vragen gericht aan "de politiek"
Daarnaast zijn e r ook nog andersoortige vragen die beantwoord zouden moeten worden. Vragen die zowel betrekking hebben op de woningzoekende starters als op de politieke besluitvormers.

  • Wat wordt er gebouwd voor de 5 à 10 procent woningzoekenden, die absoluut geen koopwoning wensen of die prijs nooit kunnen betalen?

  • Wordt er nog gedacht aan burgers die perse niet in de Zuidpolder willen wonen?

  • Wat betekent het bovenstaande in de praktijk voor de lijst met woningzoekenden?

  • Moeten de ongeveer 1000 woningzoekende starters tot 2018 wachten voor ze eventueel een woning kunnen kopen?

  • Moeten ze ondertussen gewoon blijven hopen dat ze misschien tot de 500 starters zullen behoren die in de Zuidpolder kunnen bouwen?

  • Wat wordt er in de tussentijd gebouwd voor starters?

  • Hoeveel woningen/flats in de inbrei-lokaties in onze gemeente zijn voor starters gebouwd de laatste jaren en hoeveel zullen er worden gebouwd vanaf NU tot 2018?

  • Willen woningzoekende starters deze woningen/flats niet of kunnen ze die niet betalen?

  • Hoeveel 50-plussers; die al tientallen jaren (riant) wonen hebben de laatste jaren woningen/flats kunnen, kopen?

  • Hoeveel woningen/flats zullen er tot 2018 voor deze groep van 50-plussers worden gebouwd?

  • Is de urgentie voor 50-plussers groter dan voor de woningzoekende starters? • Is onderzocht wat er gebeurt met de vrijgekomen woningen van 50-plussers?

  • Is het te verwachten dat die worden gekocht door woningzoekenden uit deze gemeente of dat ze, zoals de afgelopen 10 jaar, vooral door regionale woningzoekenden worden gekocht?
In veel gemeenten waar starters problemen hebben met het kopen/huren van woningen probeert men al jaren alternatieven aan te bieden.

  • Het geven van subsidies aan werkelijk minvermogenden.

  • Het geven van leningen.

  • Het opkopen door de gemeente van leegstaande woningen/gebouwen om daarmee betaalbare woonruimte aan te bieden.

  • Woningbouwverenigingen die leegstaande woningen en gebouwen opkopen en via huur of andere constructies als huurkoop starters aan woningen helpen.

  • Enz. enz.
Serieus nemen van de woningzoekende starter Als de woningzoekenden starters werkelijk serieus worden genomen, dan worden deze reeds jaren bestaande vragen niet alleen gesteld maar ook beantwoord. En dat zal er dan toe moeten leiden dat er tot 2018 een beleid moet worden gevoerd voor starters dat niet alleen maar over de Zuidpolder gaat.

Hoogachtend,
De stadssocioloog Joachim (Naam bij de redactie bekend)

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.