Volendam in Wintertijd (deel 3)
Volendam in Wintertijd (deel 3)
(uit het Museumjaarboek 2007)
Inleiding
In de vorige aflevering hebben we een prachtige anekdote kunnen lezen van en over Dirk Sier zijn ervaringen met kou in Canada. De herinneringen van oudere plaatsgenoten aan voorbije winters gaan automatisch ook uit naar de oorlogswinters. In deze aflevering uit het artikel uit het Museumjaarboek rondom het thema “Volenam in Wintertijd” passeren slechts enige gebeurtenissen uit die beladen periode (1940-1945) de revue. Mocht u belangstelling hebben voor het museumjaarboek voor € 5,-dan kunt u dit nog verkrijgen door een van de bestuursleden te tippen. U ondersteunt daarmee het Volendams Museum en alle vrijwilligersactiviteiten.
Oorlogswinters
De ouderen bleven maar praten over de winter van negentig, ook tijdens de oorlogswinters van 1940, 1941 en 1942 en die van 1944/’45. Tijdens de winter van 1941 raakte het Zweedse schip Ossian vastgevroren op het IJsselmeer en niet zonder gevaar zorgde Hein Bootsman met vier helpers wekenlang dat de bemanning voorzien werd van proviand en brandstof. In de strenge winter van 1941/’42 raakten de onder tegen de dijk staande huizen aan het Noordeinde tot de zolder ingesneeuwd zodat een noodsituatie dreigde. Alle weerbare mannen van Volendam werden opgeroepen om sneeuw te scheppen om de mensen uit hun benarde positie te bevrijden. Min of meer door toeval ontdekten enkele sneeuwruimers het kleine huisje aan Noordeinde 64 naast het gemaaltje. Binnen zat de zwaar onderkoelde Piet Sier (van Pappie) met een doodgevroren kat op zijn schoot het einde af te wachten terwijl ook zijn zus er ernstig aan toe was. Na in het Liduina-ziekenhuis van Purmerend - volgens velen te snel - te zijn ontdooid overleed Piet op 26 januari 1942, waarna zijn zuster Trijntje nog heeft geleefd tot 1947.
Ingesneeuwde huizen op het Noordeinde
Tijdens de eind december begonnen winter van 1944/’45 was er door de oorlogssituatie zo’n gebrek aan brandstof en voedsel dat alleen al in Amsterdam 10.000 mensen omkwamen van de honger. Om aan brandstof te komen sneuvelden in deze ‘hongerwinter’ nogal wat havenpalen en vrijwel alle bomen langs het Edammerpad en de Monnickendammer Jaagweg. In zijn legendarische Oorlogsrevue maakte Pé Mühren er in een liedje gewag van: “Met een bijl en trekzaag gewapend, gingen wij op pad. Bomen zagen langs de Jaagweg, want daar stonden bomen zat!”. Onvergetelijk blijft de heldenrol van de Volendammer zeelui die van oktober 1944 tot mei 1945 onder hachelijke omstandigheden met hun botters aardappelen haalden uit Friesland voor de hongerende bevolking aan de west- en zuidwal met inbegrip van Amsterdam en Het Gooi.
Tegen het einde van de hongerwinter van 1944-’45 kwamen de eerste tekenen dat het einde van de oorlog in zicht was. Omdat de hongersnood met name in het westen steeds meer mensenlevens eiste liet de Duitse bezetter toe dat binnenschepen over het IJsselmeer voedsel gingen halen in Oost-Nederland. Vanwege de geallieerde beschietingen werden daarvoor eind 1944 de minder opvallende vissersschepen ingeschakeld. Met het oog op de ernstige voedsel- schaarste in het O.L. Vrouwegasthuis van Amsterdam nam de Volendamse rector Sijmen Mol het initiatief om de Volendamse vloot in te schakelen voor een aardappelenexpeditie naar Friesland. De jaarlijkse opening van het vaarseizoen die sinds 1984 rond Pasen onder de naam ‘Pieperrace’ vanuit de Volendamse haven plaatsvindt herinnert aan de gevaarvolle tocht. Na allerlei tegen- slagen en net voor de vorst inviel bereikte een vloot van 10 botters op zaterdagavond 23 december 1944 met een halve ton aan aardappelen de haven van Volendam. Aan boord van het vlaggenschip van Dirk Tol (van Job) waren behalve rector Mol de personeelsleden Delvigne en de Volendamse wasserijbaas Jan van Vlaanderen. In de dagen na kerstmis vonden de aardappelen hun weg naar de patiënten en het ziekenhuispersoneel die met de voorraad 3 maanden vooruit konden. In de maanden januari en februari 1945 breidde de actie zich al spoedig uit om de ergste noden in het vergunningengebied van Enkhuizen tot in Het Gooi te kunnen lenigen. De echte bevrijding liet echter nog op zich wachten tot 5 mei 1945.