Beneliga vol vraagtekens
Beneliga vol vraagtekens
De één sprak van een geweldige dag voor het handbal, een ander noemde het een prachtig initiatief en weer een ander zei dat de handbalsport een flinke vooruitgang tegemoet zou
gaan zien.
Kortom, alleen maar lovende woorden voor de gisteren officieel opgerichte Beneliga Handbal, waarin in principe de beste clubs van Nederland en België het tegen elkaar op zullen nemen.
In januari starten de Nederlandse mannenteams Volendam, Bevo, Hellas en Aalsmeer met de eerste knock-out editie. Op termijn moet de Beneliga een volledige competitie worden, die naast de eigen liga’s bestaat. Voordat hiervoor plaats is op de speelkalender moet Nederland de eredivisie terugbrengen naar tien teams. Daarover wordt al gesproken.
Maar ook na de persconferentie, die toepasselijk in Baarle-Nassau werd gehouden, blijven er vraagtekens. Zo weet niemand of het Nederlandse en Belgische handbalpubliek echt trek heeft in zo’n competitie. In de eredivisie komen al steeds minder toeschouwers, waarom zouden die mensen wél naar een potje tussen bijvoorbeeld Aalsmeer en Tongeren komen? Tijdens iedere voorbereiding op een seizoen sparren teams uit beide landen al, maar dan zit er in ieder geval nooit iemand.
,,Het is aan de clubs uit te dragen dat de Beneliga belangrijk is’’ zegt Guus Hölscher, voorzitter van het eredivisieplatform. ,,En dat we de steun van het publiek daarom hard nodig hebben. Ik denk dat een wedstrijd tussen Aalsmeer en Tongeren interessanter is dan Aalsmeer - Swift Arnhem. Van het laatste duel staat de uitslag vooraf redelijk vast, want het klassenverschil is te groot. De top van België en Nederland ligt dichter bij elkaar.’’
De eredivisieclubs hopen dat met de Beneliga het niveau van de totale eredivisie omhoog gaat. Probleem is alleen dat slechts vier ploeg van elk land meedoen. In Nederland krijgen de vier hoogst geklasseerde ploegen na de heenronde een ticket, in België wordt er gekeken naar de eindstand van het vorige seizoen.
Dit heeft in België al tot scheve gezichten geleid. Zo is Bocholt, op dit moment vierde, boos dat het niet mee mag doen, terwijl de huidige nummer acht Tongeren wél van de partij is. En in Nederland valt vice-kampioen Sittardia weer af.
Erg veel te winnen valt er niet met de Beneliga. ,,Er zijn gesprekken gaande met het Europees Handbalverbond EHF,’’ zegt Luc Tak, voorzitter van Tongeren. ,,Insteek is een Europees ticket voor de winnaar. Voorlopig krijgt de winnaar tienduizend euro. Inderdaad, dat is niet veel geld.’’
Een Belgische sportmarketingbureau garandeert dat ieder duel op tv wordt uitgezonden. Geïnteresseerde zendgemachtigden zijn er echter nog niet. In Nederland is de kans klein dat de NOS de duels op het scherm brengt. Veel drempels hoeven de zenders overigens niet te nemen, want het bureau levert gratis en voor niets de kant-en-klare beelden aan.