Naar de inhoud

Winter in Nederland

Bron: Peter Louter

Winter in Nederland
Het schijnt al weer tien jaar geleden te zijn dat de winter streng genoeg was om in de haven een ijsbaantje aan te leggen. Ik hoorde het van Siem, mijn goede vriend die zich nog alle strenge winters vanaf 1940 herinnert. Vorige week belde hij. “Ik heb je lang niet gezien”, begon hij wat beschuldigend. Nu klopt dat, al was het op stukken na niet zo lang als Siem deed voorkomen. Zijn belletjes betekenen altijd weer dat hij zijn somberheid heeft overwonnen en verlegen zit om een praatje.

U, lezer, herinnert zich Siem misschien nog wel uit eerdere stukjes die ik schreef. Hij is al weer lang een vriend en die vriendschap is ontstaan omdat we allebei een heftige psychiatrische ervaring achter de rug hebben. Als ervaringsdeskundige was hij lang mijn praatpaal. Siem woont alleen en staat onder de ‘bescherming’ van zijn buurvrouw Trijn. Ze bereddert hem zo’n beetje en verschijnt ook zodra ze me bij Siem de deur in ziet gaan. Ze komt om koffie te zetten ‘omdat die van Siem niet te drinken is’. Dat zegt ze, maar ik weet dat het een smoesje is. Als altijd probeert ze me dan weer bondgenoot te maken in de regels die ze Siem oplegt. En soms is dat nodig. Siem begint al te protesteren als Trijn aankondigt dat de sokken die hij draagt nodig in de was moeten.

Met Siem had ik de afspraak gemaakt om de volgende dag langs te komen. Als vanouds zat hij in zijn praatstoel voor het raam. Het eerste halfuur is hij altijd zelf aan het woord om al zijn opgespaarde beschouwingen ten beste te brengen. Deze keer ging het voornamelijk over de winters die geen winters meer zijn. Hoewel hij, net als ik, een bloedhekel aan de wintertijd heeft, vertelt hij graag over de winters van zijn jeugd. Over de ijsbloemen op het zolderraam, de schaatstochten naar Marken, de koek en zopie aan de Haven en de keren dat Volendam door sneeuwval van de buitenwereld afgesloten was.

Ik luister graag naar zijn verhalen. Ze brengen ook mijn herinneringen weer tot leven en hoewel ik wat jonger ben, behoren een aantal barre winters ook tot mijn levenservaring. Maar deze keer zit Siem niet te wachten op mijn herinneringen. Dat we nauwelijks nog echte winters hebben, baart hem grote zorgen. “De natuur en de mensen hebben stevige winters nodig, Peter”, betoogt hij op indringende wijze.’ Een goede winter ruimt alles wat geen levenskracht meer heeft netjes op. Wat wel kracht heeft wordt er door uitgedaagd en gaat alles erop en eraan aan de slag zodra de krokussen bloeien.’ Nadat hij dat gezegd heeft kijkt hij me aan met de onuitgesproken vraag of ik dat goed heb begrepen en of ik er nog wat tegen in te brengen heb. Ik vraag hem of de visserij ook belang had bij stevige winters. Het antwoord had ik kunnen raden. Voor zowel de visserman als de vis was het uiteindelijk een zegen. Goed spul wordt gevormd door het overwinnen van weerstand. Bij gebrek aan barre omstandigheden vaart niets en niemand wel.

Hij heeft een stevig argument bij de hand, want in zijn boekenkast staat een boek dat de groei van het menselijk intellect verklaart uit de levensomstandigheden van vroegere ijstijden. Maar Trijn slaat het hem bij haar binnenkomst uit handen. “Je moet hem niet geloven hoor”, zegt ze als ze de kopjes neerzet. “Zodra het koud wordt, komt meneer het huis niet meer uit en in de lente is hij zo slap als een vaatdoek. Hij gelooft liever in de theorie dan de praktijk.” Ik grijns maar wat terwijl ik naar een antwoord zoek en naar het ongemakkelijke gezicht van Siem kijk. Maar Trijn is sneller dan wij twee. Haar snibbige toon vervangend voor een vergoelijkende zegt ze: “Je bent ook de jongste niet meer, Siem. Dan krijgen de verhalen de overhand op de praktijk.”

“Maar nou eens wat anders”, vervolgt Trijn. “Misschien heeft hij wel een beetje gelijk, want de halve buurt is naar de wintersport. Zou dat er wat mee te maken kunnen hebben?”
En dat is koren op de molen van de levensfilosoof die Siem eigenlijk is. Hij begint aan zijn antwoord in plat Volendams, waarschijnlijk omdat Trijn de vraag stelde. Zodra hij echter zijn blik weer op mij richt, herstelt hij zich. Er volgt een lang betoog dat ik graag voor u samenvat.

Winters, zegt Siem, zitten in de mens. Hij weet van nature dat hij zich op een winter moet voorbereiden om die goed door te komen. Van die slappe winters van tegenwoordig raakt de mens echter van slag. En daar heeft hij wat op gevonden. De wintersport. Je moet je er op voorbereiden omdat je er anders niks aan hebt. Eenmaal daar aangekomen proberen ze zich te bewijzen door zich ’s avonds vol te gieten om de volgende dag met een slalom te laten zien dat ze geen watje zijn. Het is pure namaak van wat het eigenlijk zou moeten zijn. De mens die zich meet met de natuur. Nou, ik kan alcohol geen natuur noemen. En wat is nou helemaal wintersport. Als de zon niet schijnt of als het sneeuwt blijven ze binnen en organiseren ze ’s morgens al een afterskiparty. De stommelingen, dat zijn nou net de dagen dat ze buiten moeten zijn. De uitvinding van de centrale verwarming is het slechtste dat de mens is overkomen en ik vrees dat de verdere ontwikkeling van het verstand van mensen daar definitief mee is stopgezet.

Peter Louter

4 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • Achter de Rozenstraat niet hoor! Dat megacomplexs op de plek van "In de meer" wel. Maar wat Smarsys bedoelt zijn die bungalows achter de rozenstraat.

  • Smartsys ik kan me vergissen maar volgens mij was dat stuk grond al bebouwd.

  • Ik denk dat ze wel de hoogte in moeten, want er is verder geen plaats meer om te bouwen, aangezien de ZP niet door gaat. En aangezien iedereen graag op het dorp wil blijven wonen, zal er een compromis gesloten moeten worden. Ik vind de bouw in het park trouwens wél mooi (niet zo mooi als de roerstraat, maar je kan niet alles hebben)...

  • Jullie hebben lekker veel verstand van bouwen zie ik al. Hier weten ze echt wel wat ze doen hoor! KIjk maar naar het Havenhof en de Gouwzee, prachtige trespapanden in de oude kom en op onze antieke zeewering. De haven staat vol met -in oude stijl gebouwde kolossen- En op elke hoek wordt een prachtig winkelpand neergezet met appartementen erboven. En dat allemaal in de oud Volendammer stijl. Nee jullie moeten nog veel leren.....