Justitie plukt drugsbenden - Volendammer geplukt voor 26 miljoen
Justitie plukt drugsbenden - Volendammer geplukt voor 26 miljoen
Justitie heeft gisteren bij de rechtbank in Haarlem 42 miljoen euro geëist van acht leden van een drugsbende, die in 2004 zijn veroordeeld. Dit geld hebben zij volgens het openbaar ministerie verdiend met drugshandel. Als het aan justitie ligt moet een vijftigjarige Volendammer het hoogste bedrag van de acht betalen: 26 miljoen euro. Justitie ziet hem als leider van de drugsorganisatie. De acht verdachten komen uit Volendam, Den Oever, Hoorn, Amsterdam, twee uit Bolsward en twee wonen in het buitenland. Volgens justitie heeft een aantal van hen zich beziggehouden met zeiltransporten, waarbij grote partijen softdrugs van onder andere Marokko naar Nederland zijn gebracht. Via een verkooppunt in Amsterdam zijn ook partijen softdrugs verkocht. In opslagplaatsen vond de politie 1450 kilo hasj. Tegen een vijftigjarige man die in het buitenland woont en die volgens justitie bij dit verkooppunt was betrokken, eiste de officier 10 miljoen euro. Justitie wil dat een 36-jarige man uit Den Oever 1,4 miljoen euro betaalt.
Een 60-jarige verdachte die in Spanje woont, wordt aangeslagen voor 10 miljoen euro. Hij was de enige van de verdachten die bij de zitting aanwezig was. „Ik weet een ding voor 100 procent zeker: dat misdaad niet loont", zei de man. Zijn advocaat zei dat zijn cliënt dit bedrag onmogelijk kan betalen. „Dan zou hij de komende vijf jaar 2 miljoen euro per jaar moeten verdienen."
Bij een aantal van de verdachten heeft justitie transporten meegeteld, waarvoor deze mensen tijdens de strafzaak niet zijn veroordeeld. Het OM vindt het toch aannemelijk dat ze hierbij waren betrokken en er veel geld mee hebben verdiend. De advocaten van alle verdachten vonden dat justitie er maar een slag naar slaat bij de berekening van wie wat zou hebben verdiend en hoeveel winst er totaal was gemaakt. Zij spraken van 'astronomische bedragen', die hun cliënten absoluut niet zouden hebben verdiend en die ze ook niet kunnen betalen.
Officier van justitie Tielens hield echter voet bij stuk: „Het is een zakelijke rekening. De vordering is ook verschrikkelijk hoog, maar dat wil niet zeggen dat het niet reëel is. Het is algemeen bekend dat met de handel in softdrugs enorme winsten worden behaald. Maatschappelijk is het onaanvaardbaar dat veroordeelden na het uitzitten van hun straf van hun geld kunnen genieten." De advocaten vinden het maatschappelijk onaanvaardbaar iemand te straffen als niet zeker is dat ze de misdaad hebben begaan.
De rechtbank doet 11 juli uitspraak.