Frank Smits op veldwerk in Suriname
Frank Smits op veldwerk in Suriname
We spreken Frank Smits als hij net terug is uit Suriname, waar hij onderzoek heeft gedaan voor de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM). Frank is als hydroloog in dienst bij Waternet*, dat een samenwerkingsverband heeft met de SWM. Hydrologen houden zich bezig met het zoete deel van de watercyclus en dan vooral met grond- en oppervlaktewater en zowel met de hoeveelheden als de kwaliteit van het water.
"We werken momenteel in Moengo, een door een Amerikaans bauxietbedrijf opgezet mijnwerkers-stadje, met ongeveer 9.000 inwoners. Het stadje ligt in het noordoosten van Suriname, een deel dat veel heeft geleden onder de binnenlandse oorlog. De huidige drinkwaterzuivering in Moengo is 50 jaar oud en staat op instorten. De SMW maakt samen met Waternet plannen om hier een nieuwe zuivering te bouwen. De bron voor het drinkwater is de Cottica, die, na met enkele andere kreken en rivieren te zijn samengevloeid, 190 kilometer verderop in zee uitmondt. Samen met twee andere collega's, Eric Baars en Arie Copier, specialisten op het gebied van respectievelijk zuivering en distributie, ben ik twee weken aan de SWM uitgeleend om onder andere onderzoek te doen naar het mogelijke gevaar van zoutindringing vanuit zee op de Cottica.
Decembermoorden 1982
Ons onderzoek begon bij allerlei overheidsinstanties in Paramaribo. Dit is een bijzondere stad, met veel fraaie koloniale huizen en zelfs de grootste houten kathedraalter wereld. Hoewel een deel vervallen is, staat het centrum dan ook op de Werelderfgoedlijst. Veel doet nog herinneren aan de Nederlandse aanwezigheid, zoals straatnamen als Heeren-, Keizer-, en Gravenstraat. Ook het Fort Zeelandia is een markante plek, waar ik toch wel even stil werd van alle ellende die onze voorouders daar hebben aangericht en niet te vergeten de moorden in december 1982, waarvan de kogelgaten nog steeds zijn te zien. Tegen één van de buitenmuren van het fort staat overigens precies zo'n markante klassieke brievenbus als vroeger in Edam bij het postkantoor. Onze gedeelde geschiedenis werd daarmee opeens heel tastbaar, ik kreeg, ondanks de hitte, toch wel een beetje kippenvel...
Schoolboot
De meningen van de experts in Paramaribo over de zoutindringing waren verdeeld, dus zijn we zelf bij Moengo op de Cottica rivier gaan meten en hebben we bewoners langs de rivier opgezocht met onze vragen. In dit gebied zijn nauwelijks wegen en van oudsher gaat alles per korjaal over het water. Zo is er ook een schoolboot, die leerlingen dagelijks vanuit de dorpjes langs de rivier naar school brengt. Via de rivier trokken we diep het verder ondoordringbaar oerwoud in. Een deel van het gevaren traject werd vroeger zelfs gebruikt als smokkelroute naar Frans Guyana en we kwamen in dorpjes waar de tijd leek te hebben stilgestaan.
Tropische zon
Op de foto ben ik bezig met een meting van de geleidbaarheid van het water. Dat gekke Indiana Jones hoedje is noodzakelijk, want de tropische zon is onbarmhartig. Een Surinaamse collega, met een veel donkerdere huid, was zelfs een beetje in haar gezicht verbrand.
Tegenvaller
In een van de dorpjes, Wanhatti genaamd, ontmoetten we de hoofdkapitein van het gebied, een soort burgemeester. Uit zijn verhaal bleek dat aan het einde van de lange droge tijd, het zoute water tot slechts 15 kilometer stroomafwaarts van Moengo komt. Bij een stijging van de zeespiegel zal het zout verder landinwaarts indringen en waarschijnlijk ook de drinkwaterbron bedreigen. Dit was natuurlijk een tegenvaller, maar het onderzoek was daarmee wel zinvol; dergelijke bedreigingen wil je het liefst op voorhand goed in kaart brengen. Bij het ontwerp van de nieuwe installatie zullen we nu rekening moeten gaan houden met het feit dat er in de toekomst gedurende een deel van het jaar mogelijk geen zoet water uit de rivier beschikbaar is. Misschien kunnen we grondwater als alternatieve bron inzetten, maar dat vergt minstens een tweede veldwerk. Daar kijk ik overigens nu al naar uit, want Suriname is een indrukwekkend land, met bijzonder vriendelijke mensen en interessante hydrologische uitdagingen..."
* Waternet is een samenvoeging van het Waterschap Amstel, Gooi & Vecht, de Dienst Waterbeheer & Riolering van Amsterdam en het Waterleidingbedrijf van Amsterdam. Het is daarmee de enige organisatie in Nederland die de complete cyclus van oppervlaktewater, grondwater, drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering beheert.
Enkele anekdotes:
a). Surinamers zijn gek op zangvogeltjes; er worden op zondag in het park zangwedstrijden georganiseerd en zelfs volwassen kerels lopen met vogelkooitjes op hun schouder over straat. Een SWM-collega vertelde dat een kennis van hem (iedereen schijnt elkaar daar te kennen, het is net Volendam, maar dan met een half miljoen inwoners) een zangwedstrijd had gewonnen. Hij had dit vogeltje daarop verkocht en van de opbrengst een nieuwe brommer aangeschaft.
b). Zoals geschreven heeft Moengo sterk geleden in de binnenlandse oorlog tussen het regeringsleger van Bouterse en het junglecommando van Ronnie Brunswijk. Moengo is het hoofdkwartier van Brunswijk, hij woont er nog steeds. Brunswijk zit nu overigens in de Nationale Assemblee, vergelijkbaar met onze Tweede Kamer.
c). We hebben, voor een overleg met drinkwatercollega's aldaar, ook Frans Guyana bezocht. Dat is een overzees gebiedsdeel van Frankrijk en de verschillen met Suriname zijn groot. Het degelijke bestuur van de Fransen maakt dat alles veel beter georganiseerd is; zo zagen we er, in tegenstelling tot in Moengo, politie en een ambulance. We hebben daar ook nog een knapperig stokbroodje gekocht, heel apart zo vlak bij de evenaar...
d). De Surinaamse bevolking is een smeltkroes van culturen, hun voorouders zijn grotendeels door Nederlanders uit andere werelddelen naar Suriname gehaald. De mensen in Suriname leven vreedzaam samen en zijn heel hartelijk, zo was ik jarig tijdens de missie en ons kamermeisje gaf me een bos tropische bloemen cadeau, die je daar overigens zo in de tuin kunt plukken.
e). Het gaat steeds beter met Suriname. Mijn collega's, die er de laatste jaren regelmatig komen, zien dat er steeds meer ontwikkeling plaatsvindt. Ook de van oudsher toch wel lastige relatie met Nederland wordt meer volwassen. Er gaan nu zelfs Surinaamse studenten die in Nederland afgestudeerd zijn, terug naar Suriname. Dat is een positief teken, al moet er nog veel gebeuren.
f). Waternet probeert ook de water-opleiding aan de Universiteit te gaan ondersteunen, waarschijnlijk zal ik op een volgende missie niet alleen veldwerk uitvoeren naar het grondwatersysteem bij Moengo, als alternatieve bron, maar ook gastcolleges gaan geven op de Universiteit. Ook daar ligt veel werk; van de 30 Bachelor-studenten haalt slechts één zijn diploma en pas na een Master-diploma, de vervolgfase die ze daar dus niet eens hebben, zijn jonge professionals min of meer zelfstandig inzetbaar.
g). Wij komen daar vooral kennis brengen, maar omgekeerd heb ik er ook veel van geleerd. Zo is de drinkwatervoorziening in Suriname meer basic dan in Nederland en hoewel je het als specialist natuurlijk wel weet, wordt je nadrukkelijk met je neus op de feiten gedrukt hoe moeilijk het vaak is om op betrouwbare wijze veilig drinkwater te leveren en hoe afhankelijk we daarvan eigenlijk zijn.
h). De voorbereiding voor deze missie was kort en heftig; één week ervoor zat ik nog voor de EU twee weken in Budapest, om les te geven in het kader van een zogenaamd capacity-building project, maar ook dat had ik niet willen missen...