Uit huis gezet: Na zestig jaar wonen gedwongen om met alle herinneringen te verkassen (foto)
Uit huis gezet: Na zestig jaar wonen gedwongen om met alle herinneringen te verkassen
Het is mens eigen om zo lang als het kan zelfstandig door het leven te gaan. Hoe vanzelfsprekend de stap naar het bejaardentehuis ook moge zijn, ouderen stellen dat het liefst zo lang mogelijk uit. Helemaal als je nog kwiek en bij de pinken bent en het huis bewoont waar alles is begonnen. Mevrouw Bep Buijs-Bolte (83) is vergroeid met alles wat zich tussen de muren van haar woning aan de Julianaweg bevindt, maar zij wordt – na ruim zestig jaar – gedwongen te verkassen. Omdat de slopershamer volgend jaar dreigt voor dat deel van de Oude Kom. ,,Ik heb écht het gevoel dat ik mijn huis uit wordt gezet.” Ze moet één of misschien wel twee keer gaan slepen met haar herinneringen. ,,Het zal nooit meer worden zoals hier.”
Het huis op de hoek van de Julianaweg en Schippersgracht ruikt naar en ademt de sfeer uit van zestig jaar huiselijke bedrijvigheid. De vrouw des huizes mag dan reeds begin vorige eeuw in Nieuwveen het levenslicht hebben gezien, ze staat nog midden in het leven. ,,Eens even kijken in mijn agenda”, zegt ze als het tot een afspraak komt. ,,Dat is nodig omdat ik dingetjes vergeet, maar het is ook zo dat ik nog best veel om handen heb.”
Vertrouwd
Daags eerder heeft ze de plannen van Woningbeheer De Vooruitgang gelaten aangehoord. ,,Er waren veel vragen van mensen, maar of ze er wat mee gaan doen…” Van achter het bureau is beslist dat een groep mensen het vertrouwde om hen heen dient te verlaten en dat een deel van de Julianaweg/Kielstraat/Schippersgracht om gaat. In het kader van ‘Volendam en het hoofd bieden aan de vergrijzing’. Veel van haar ‘lotgenoten’ zijn verbolgen over hoe het er straks uit moet komen te zien. ,,Waarom is het ontwerp niet zoals in de Roerstraat? Dat is mooi geworden”, zegt mevrouw Buijs.
Als kind zag zij meerdere woningen in allerlei gebieden van binnen. ,,We hebben in veel verschillende plaatsen gewoond, omdat mijn vader bij de Spoorwegen werkte. Bijvoorbeeld Uithoorn, en in Amsterdam werd diverse keren verkast. Mijn moeder draaide haar hand er niet voor om, ik was jong en had er geen erg in.”
Zij trouwde enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog in Alkmaar (Oudorp). ,,In 1948 kwamen we hier op de Julianaweg te wonen. Tegenover de plek waar mijn schoonvader – de meerenboer – vroeger het beroep van boer had. Ik kwam al vanaf mijn derde in dit dorp, want mijn oom, Henk Ruis, woonde hier.”
Zelf kreeg ze twee kinderen. Eén daarvan, Marian, overleed recentelijk, december vorig jaar. Zij leed aan het Down Syndroom. Haar man Dick viel drie jaar geleden weg. ,,Ik ben blij dat hij dit allemaal niet meer mee hoeft te maken.” Maar het maakt het berusten in de situatie die komen gaat, er niet gemakkelijker op.
De plannen voor nieuwbouw lagen er al langer. Dochter Tineke: ,,Toen die eerste brief kwam, dacht ik: toe maar, dat duurt nog wel even. Maar inmiddels komt het dichterbij en hoop je alleen maar dat mijn moeder het eigenlijk niet meer hoeft mee te maken. Maar dan moeten ze het wel heel lang gaan uitstellen, want ik wil dat ze honderd wordt…”
Mevrouw Buijs: ,,Zelf dacht ik: als dat nou pas over drie jaar plaatsheeft, dan ben ik misschien in de situatie dat het beter is om naar het bejaardentehuis te gaan. Je weet niet wat er gebeurt als je op deze leeftijd bent. Het kan best zijn dat je tegen die tijd hulpbehoevend bent of afhankelijker bent. Nu kan ik alles nog zelf, rijd ik auto en kom ik overal waar ik zijn wil.”
Betrokkenheid
Als vrijwilligster helpt ze de gehandicapten bij ’t Nest met kantklossen. ,,Dat is een grote hobby van me. Daarnaast wil ik door middel van het bezoeken van vergaderingen betrokken blijven, hoewel ik wel aan het afbouwen ben. Mijn man is geruime tijd voorzitter geweest van ’t Nest, dus die betrokkenheid is er altijd al geweest.”
Ooit kon het stel hun stulpje op de hoek van de Schippersgracht en Julianaweg kopen. ,,Maar op dat moment mocht het niet, want mijn man had een eigen bedrijf. Anderen mochten wel, middels de subsidieregeling, maar omdat wij teveel verdienden, was dat op ons niet van toepassing. Daarna hebben we de kans nooit meer gekregen. Terwijl wij al heel snel het gevoel hadden dat we hier oud wilden worden.”
,,Ik hoef hier niet weg. Mijn lief en leed van zestig jaar ligt hier”, kijkt zij om zich heen. ,,Ik vind het nogal wat”, zegt haar dochter Tineke. ,,Zelfs als één van je ouders iets gaat mankeren, wil je hem of haar zolang mogelijk in het eigen huis verzorgen, wetende dat dat ook hun wens is. Nu word je gedwongen je huis uit te gaan en mocht ze terugkeren, dan moet ze eigenlijk ook delen.”
Bij een eventuele terugkeer in het appartementencomplex dienen oorspronkelijke bewoners een stuk privacy in te leveren, alsmede de ruimte om in de open lucht op het eigen erf te kunnen zitten. ,,In dat opzicht zie ik er wel tegen op. Ik ben geen type die elke dag bij iemand anders op de koffie hoeft. Maar ik heb wel het gevoel dat ik op 83-jarige leeftijd opnieuw moet beginnen, weer iets moet gaan opbouwen in een nieuwe omgeving. Zelfs al zou ik op dit plekje terugkomen.”
,,Ik wil wel aardigheid in mijn leven houden. Het feit dat je straks bijvoorbeeld geen tuin meer hebt, waar je even in kunt gaat zitten of met de kleinkinderen spelen, weegt zwaar. Die kleinkinderen vragen me nu al of ze straks nog wel bij me kunnen slapen. Nu kan ik ze alle vier nog hebben, maar daar heb ik straks geen kamers voor…”
,,Alle huizen worden afgebroken en je zou zeggen dat daarvoor iets moois terugkomt op een plaats die mij toch beeldbepalend lijkt. Maar in plaats van een mooi complex oogt het lelijk, waarbij ik de kanttekening plaats dat je zoiets pas echt kan beoordelen wanneer het af is . Maar het wordt ook nog eens drie hoog; waarom? En hoe reageert ‘de overkant’ daar op?”
Ze hoopt dat er bezwaarschriften volgen. ,,Ze schermen met ouderdom van het huis, er zou sprake zijn van betonrot. In de tussentijd zijn er op dit rijtje jongere mensen komen wonen en die hebben het opgeknapt. Wat is daar mis mee?”
Geen onwil
Al betreft het een huurhuis, ,,het voelt na zo’n lange tijd als je eigen huis, waar je je leven hebt opgebouwd.” Ze mag bij De Vooruitgang nog wel haar voorkeur uitspreken voor een – al dan niet tijdelijke – nieuwe woning. ,,Maar dat zal het nooit halen bij waar ik nu woon.”
Dan valt nog af te wachten of het om een tijdelijke verhuizing gaat. Wanneer ze terug wil keren aan de Julianaweg, zal ze twee keer alles van nu en toen moeten meenemen. ,,Ik wil best terug in het appartement dat op deze plek komt. Maar dan moet het echt goed voelen en daar kan ik pas achter komen als het klaar is. Er is me toegezegd dat ik dan nog kan beslissen.” ,,Dan is ook nog maar de vraag in welke staat ik dan ben, want tenslotte hebben we te maken met onze leeftijd”, glimlacht ze.
Dochter Tineke luistert aandachtig. Ze beseft dat de gemeente moet inspelen op de toenemende vergrijzing. ,,Maar bouw geen pakhuizen voor oudere mensen, want worden ze daar gelukkig van? Ik weet dat het een moeilijk vraagstuk is en dat er beleid voor gemaakt moet worden. Maar als zoiets jezelf betreft…”
Mevrouw Buijs: ,,Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de Woningbouw me netjes behandeld heeft. We zijn daar geweest voor een goed gesprek. Maar wat het vervolg wordt, dat is afwachten.”
,,Ik probeer me er maar niet al te druk om te maken, want ik kan er weinig aan doen. Maar als ik bijvoorbeeld bij de supermarkt kom, word ik aangehouden. Waar ga je naar toe? Je wordt er dus steeds mee geconfronteerd. Nu we warme temperaturen hebben, kan ik lekker rustig buiten zitten, achterom. Straks gaat dat niet meer, daar denk ik regelmatig aan. E
n ik zal een heleboel dingen weg moeten doen, want ik krijg een kleinere behuizing.”
Stiekem hoopt zij dat het haar tijd wel uitzingt. Ook al is daar een langspeelplaat voor nodig.