Waterkelder onder bouwplaats
Waterkelder onder bouwplaats
Wat gebeurt er met de ondergrondse waterkelders als woningen verrijzen in de voormalige kloostertuin? Die vraag wordt interessant nu projectontwikkelaars voorbereidingen treffen voor de bouw van een woningbouwcomplex naast de voormalige Coornhertschool aan de Matthijs Tinxgracht in Edam.
Na de bouwvakvakantie start aannemer Hoogland uit Volendam met de bouw van zes appartementen, een penthouse en vier herenhuizen. Het plan sluit qua architectuur nauw aan bij de bestaande stijl van het schoolgebouw. Verder voorziet het geheel in een ecologisch binnenterrein die herinnert aan de voormalige kloostertuin op deze plek.
Cholera
Wat de plannenmakers zich wellicht niet realiseren, is dat onder dit terrein nog enkele reusachtige waterkelders schuilgaan. Reden voor Edammers met historisch besef aan de bel te trekken, zoals Gerrit Conijn doet. Conijn beschikt over uitgebreide documentatiekennis die hij ter plekke paraat heeft. „De kelders werden in 1893 gebouwd, in een tijd dat de meeste mensen nog een eigen waterput in de tuin hadden.
Bij grote droogte viel die bron droog en voor het reinigen van servies en drinkwater week men dan uit naar sloten en grachten. Omdat er nog steeds op grote schaal besmettelijke ziekten uitbraken zoals cholera, ging men op zoek naar andere mogelijkheden over voldoende schoon water te beschikken. Zo kwam men uit op deze kelders. Het benodigde water ving men op via het kerkdak, dat zijn enorme oppervlakten die in korte tijd veel water verzamelen."
Conijn heeft ze gezien en er, tijdens een grondige schoonmaakoperatie, zelfs met een bootje in rondgevaren, kort voor de Tweede Wereldoorlog. Toen namelijk beseften de autoriteiten dat zij met het oog op de te verwachten schermutselingen over een buffer vers water moesten beschikken. Ter bescherming van deze waterbron werden bij de plaatsing van noodlokalen voor de Coornhertschool in 1980 draagconstructies om de kelders heen gebouwd. Dankzij die maatregelen zijn ze nog volledig intact.
Voormalig koster Ruud Bakker en Peter Versluis (Oud Edarn) steunen Conijn in diens oproep de kelders voor het nageslacht veilig te stellen. Desnoods door een ondergronds gedeelte te conserveren en er een waterput op te metselen in de toekomstige tuin, zodat passanten zich realiseren welke functie dit reservoir ooit vervulde. Achter de schermen wordt een diplomatiek offensief in werking gezet, via de gemeente, de historische vereniging Oud Edam en de projectontwikkelaar. “Want voor je het weet, slaan ze er zonder omkijken heipalen dwars doorheen.”