Realisme en voorzichtig optimisme voerden de boventoon na afloop van de eerste training van FC Volendam. Natuurlijk wacht de promovendus een moeilijk jaar in de eredivisie, maar waarom zou handhaving niet mogelijk zijn? ,,We staan met z'n allen voor een mooie uitdaging'', wist de nieuwe Volendam-trainer Frans Adelaar.
Hij moest weer even wennen. Aan het kunstgras onder zijn voeten en aan de spelers om hem heen. Een kleine twee jaar na zijn veelbesproken vertrek bij ADO Den Haag, maakte Frans Adelaar gisteren zijn rentree als trainer in het betaald voetbal. Bij Volendam, na Utrecht, De Graafschap en Den Haag zijn vierde Nederlandse profclub. ,,Het voelt goed om weer met een groep op het veld te staan, ik heb er echt van genoten'', zei de coach uit IJsselstein na zijn vuurdoop in het zonovergoten Kras Stadion.
Een uurtje vóór de eerste training sprak de 47-jarige Adelaar de spelersgroep voor het eerst toe. 'Uitdaging' was het sleutelwoord. ,,Ik heb gezegd dat we met z'n allen voor een mooie uitdaging staan. De spelers die vorig jaar de besten waren van de eerste divisie, mogen het nu op een hoger niveau laten zien. En jongens die vorig jaar bij andere BVO's niet aan de bak kwamen, krijgen nu de kans om zich te bewijzen. Maar de grootste uitdaging - ons proberen te handhaven in de eredivisie - moeten we als collectief aangaan. Dat is ook voor mij het voornaamste doel.''
De nieuwe trainer moet degradatie zien te voorkomen met een behoorlijk gewijzigde selectie. De basiskrachten Abdelhali Chaiat (De Graafschap), Boy Deul en Paul Quasten (beiden Willem II) zijn vertrokken, en voor hen komen Tim Bakens (RKC), Gerry Koning (RBC), Marijn Sterk (Ajax), Paul de Lange (Veria), Furdjel Narsingh (AZ) en Cecilio Lopes (Heerenveen) in de plaats. Daar komt volgens Adelaar in elk geval nog een middenvelder bij. ,,We zijn met een speler in gesprek, het ziet er goed uit. In principe is onze selectie daarmee rond. Als tijdens de voorbereiding blijkt dat we op sommige plaatsen versterking nodig hebben, kunnen we altijd nog om ons heen gaan kijken.''
Hij moest weer even wennen. Aan het kunstgras onder zijn voeten en aan de spelers om hem heen. Een kleine twee jaar na zijn veelbesproken vertrek bij ADO Den Haag, maakte Frans Adelaar gisteren zijn rentree als trainer in het betaald voetbal. Bij Volendam, na Utrecht, De Graafschap en Den Haag zijn vierde Nederlandse profclub. ,,Het voelt goed om weer met een groep op het veld te staan, ik heb er echt van genoten'', zei de coach uit IJsselstein na zijn vuurdoop in het zonovergoten Kras Stadion.
Een uurtje vóór de eerste training sprak de 47-jarige Adelaar de spelersgroep voor het eerst toe. 'Uitdaging' was het sleutelwoord. ,,Ik heb gezegd dat we met z'n allen voor een mooie uitdaging staan. De spelers die vorig jaar de besten waren van de eerste divisie, mogen het nu op een hoger niveau laten zien. En jongens die vorig jaar bij andere BVO's niet aan de bak kwamen, krijgen nu de kans om zich te bewijzen. Maar de grootste uitdaging - ons proberen te handhaven in de eredivisie - moeten we als collectief aangaan. Dat is ook voor mij het voornaamste doel.''
De nieuwe trainer moet degradatie zien te voorkomen met een behoorlijk gewijzigde selectie. De basiskrachten Abdelhali Chaiat (De Graafschap), Boy Deul en Paul Quasten (beiden Willem II) zijn vertrokken, en voor hen komen Tim Bakens (RKC), Gerry Koning (RBC), Marijn Sterk (Ajax), Paul de Lange (Veria), Furdjel Narsingh (AZ) en Cecilio Lopes (Heerenveen) in de plaats. Daar komt volgens Adelaar in elk geval nog een middenvelder bij. ,,We zijn met een speler in gesprek, het ziet er goed uit. In principe is onze selectie daarmee rond. Als tijdens de voorbereiding blijkt dat we op sommige plaatsen versterking nodig hebben, kunnen we altijd nog om ons heen gaan kijken.''