‘Verskrikkelijke’ bijnamen in beschrijving Premiefoto in Museumjaarboek 2008 (Deel 2)
‘Verskrikkelijke’ bijnamen in beschrijving Premiefoto in Museumjaarboek 2008 (Deel 2)
Inleiding.
In het eerste deel van de beschrijving behorende bij de premiefoto 2008 hebben we al enige ‘verskrikkelijke’ bijnamen de revue zien passeren. De bijnamen van de illustere bewoners van ons havenfront uit het verleden van deze aflevering doen zeker niet onder van die van vorige week. De havenbewoners van weleer vormden een rijke voedingsbodem voor allerlei bijnamen als: De Koolstruiken, Ouwe Koppen en Bienen, en de Kesiemannen. Jen Rog, Huipie Spreeuwennest en Jaap de Fluiter laten ook weer eens van zich horen. Zo is ook sprake van een Volendammer bijgenaamd “Lombok” die tijdens een verre reis op de grote reis is gekielhaald. De Lombok heeft het ook nog eens kunnen navertellen. Kortom, ga er eens rustig voor zitten en laat de bijnamen eens goed op u inwerken.
Haven 148/150
Na zijn schoonvader Cornelis van Vlaanderen woonden op nummer 148 Cornelis Thames-zoon Koning (Ouwe Karremelk, schipper en later Tolhuisligger, geb. 22-6-1830, overl. 8-11-1908) en Welmoet van Vlaanderen (geb. 16-6-1833, overl. 9-5-1913). De vader van Ouwe Karremelk was Ouwe Koppen en Bienen en hij was de bap van Toles. Hun kinderen werden de ‘Koolstruiken’ genoemd omdat Kees vaak in Broekerhaven groente voor het dorp haalde. Van zoon Kees die trouwde met de Schokkerin Maria Kluessien stammen de Kesiemannen af.
Bewoner Jen Rog was niet altijd even okselfris
Erachter op Haven 150 woonde zoon Jan Koning van Karremelk, de roemruchte en niet altijd even okselfrisse Jen Rog (geb. 8-3-1873, overl. 31-1-1958). Op Haven 148 hebben ook korte tijd Arie van der Heiden en Geert Sier gewoond en vervolgens de familie Kees Bont (Kees van Kaantje, geb. 21-02-1904, overl. 26-11-1965) die gehuwd was met Marie Koning (Karremelk, geb. 12-8-1905, overl. 5-8-1977). In de jaren 1960 werd het huis aan de dijk nieuw gebouwd en op deze plaats is nu een winkel.
Haven 146/144
Hier woonde Piet Tol (van Abees, geb. 9-12-1878, overl. 10-3-1952) gehuwd met Geertje Braan (evenals Jannetje Smok dochter van Jaap van Kalfie en geb. 22-10-1882, overl. 16-3-1970) en nu is daar een nieuwe winkel gevestigd. Achter Piet van Abees op nummer 144 woonde Bruin Tol alias Kip van de Grutter (geb. 27-10-1863, overl. 10-3-1952) met Griet Zwarthoed van Poejan (geb. 24-10-1871, overl.22-6-1966). Achter 144 en 150 over de sloot stond vanaf 1925 de Gasketel.
Haven 142/140 bewoond door Cornelis Tol
In dit huisje woonden Cornelis Tol (huisschilder en vader van o.a. schilders Henk en Siem Tol en schoenmaker Jaap Tol en geb. 24-4-1882, overl. 8-12-1922) en Mientje Sprokholt (geb. 25-9-1853 te Zwolle en overl. 22-3-1919) en toen zij oud werd woonde op Haven 140 afgescheiden achterin Mientje d’r moeder Bessie van de Krim (geb. 16-2-1827, overl. 15-10-1909), die getrouwd was geweest met Toon Sprokholt (Toon de Poep ofwel Sprokkelhout, geb. 16-11-1821, overl. 23-3-1899). Zij dreven vroeger herberg ‘De Krim’ op de plaats waar nu café-restaurant van den Hoogen is gevestigd. Naast het huis van Cornelis Tol leidde een trap naar een steegje dat de Kuil werd genoemd.
Naast het raam van Bessie van de Krim was een luikje waar zij een ‘slokkie’ verkocht aan de opgeschoten jongelui die nog niet in een café mochten komen. Je kon er ook een kwart kantje kopen. Na Jan Schilder (Baas ‘Oog, geb. 18-11-1841, overl. 21-3-1929) woonde op Haven 142 Jan Schokker, zoon van Kleine Frerik Schokker en Stijn Pan, dochter van Jan Pooijer Pantjes en Geert Karregat de Zaligmaker. Deze Jan Schokker, de Zeilenmaker (geb. 12-2-1887, overl. 10-01-1969) was getrouwd met Aal de Boer (van Boertje, geb. 2-10-1886, overl. 18-5-1962). Zijn huis werd later restaurant Old Dutch van Willem Konings.
Op Haven 138 woonde Huipie Spreeuwennest en later Pek en in hun schuur sliep Lombok
Achter Haven 140 en wel op Haven 138 was het huisje van Jac. Jonk, maar ook werd de moeder van Huipie Spreeuwennest genoemd. Later woonde daar Piet Bond (Pek, geb. 29-03-1903, overl. 18-1-1952) met Hilletje Veerman (Kok, geb. 12-10-1902, overl. 10-1-1977). In hun schuur was de slaapplaats van Lombok, een koopvaardijgast die op het stoomschip Lombok had gevaren. Hij heette Kees Mol, leefde van 1892 tot 1961 en was een broer van Sans uit de Berend Demmerstraat. Wegens het neerslaan van een hoge officier aan boord is hij eens veroordeeld tot kielhalen (aan een touw onder de breedte of lengte van het schip doortrekken). Terwijl dat voor twee van de drie veroordeelden de dood betekende overleefde Lombok de straf. Lombok had geen spijt want de officier had hem de hele reis tot het uiterste getreiterd. Achter de schuur was dan nog het huisje van Jaap Molenaar (Jaap de Fluiter, geb. 30-4-1847, overl. 20-10-1925) en Maartje Veerman oftewel Maartje van Dikke Piet, geb. 30-9-1848, overl. 20-4-1926). Jaap de Fluiter dankte zijn bijnaam aan het type schip waarmee hij vis van IJmuiden vervoerde. Zij waren de ouders van Barn en Stalen Jan Sr.