Kees Kwakman: 'Succes komt niet aanwaaien'
Kees Kwakman: 'Succes komt niet aanwaaien'
De regen komt met bakken naar beneden. "Ik moet er niet aan denken dat ik nu nog anderhalf uur terug had moeten rijden naar Volendam", zegt Kees Kwakman binnen, in de trendy sponsorlounge van zijn club en werkgever NAC. De middenvelder van NAC is zo Volendams als zijn achternaam en bijnaam Kees Ballap doen vermoeden, maar hij woont 'gewoon' in Breda. "Hier vlakbij, achter de spoorrails," wijst hij in de richting van de wijk Westerpark. "Toen ik bij RBC speelde, woonde ik in Roosendaal.
Volgens mij wisten ze dat bij NAC niet eens. 'Je blijft toch niet in Volendam wonen?', vroeg Theo Mommers tijdens de contractbespreking." Kees Kwakman (25) is een Volendammer, die is uitgevaren. "Veel van mijn vrienden zouden dat niet gedaan hebben. Iedereen wil het liefst in het dorp blijven wonen. Daarom zijn de huizen er ook zo duur." Bijna iedere vrije woensdag rijdt hij even op en neer naar het vissersdorp achter de Dijk. "Dan maak ik bijvoorbeeld in twee uur tijd een rondje langs mijn tante, mijn zus en mijn oma."
Treft hij er (sinds de promotie naar de eredivisie) een weer voetbalgek Volendam aan? "Ach, het regende woensdag. Dan kom je weinig mensen tegen op straat." Met die gekte valt het volgens hem sowieso mee. "Volendammers zijn erg begaan met het voetbal, maar ze zijn ook erg kritisch. En er is meer dan alleen het voetbal." Hij wijst op het handbalteam en – uiteraard – de muziek. Het maakt van Volendam een uniek dorp. Kwakman haalt er de schouders bij op. "Het is voor een deel toeval en het heeft sowieso te maken met hard werken. Bij iedereen die iets bereikt heeft, is het niet komen aanwaaien."
Ook bij hem, zoon van oud-prof Wim Kwakman niet? "Ik had redelijk wat talent, maar voor mij gold dat ook ja." Kwakman komt voort uit een leuke lichting. Hij noemt zich een typisch product van de Volendamse school. "Technisch spelend, in één tempo." Top is anders. "Wim Jonk was onze laatste topper", weet hij.
Wat voor jeugdspeler was hij? "Een die er van droomde om ooit in het eerste van Volendam te spelen. Je kunt wel dromen van Barcelona, maar dan heb je geen reëel beeld van jezelf. Eerst maar eens Volendam 1 halen, dacht ik."
Die droom werd snel werkelijkheid. Kwakman was er vervolgens de man niet naar om het daar bij te laten. Hij haalt Maurice Buys aan. "Die verlengde drie keer zijn contract. Zomaar, zonder voorwaarden te stellen. Maurice bleef plakken en boerde zo achteruit, Hij probeerde het vervolgens nog wel bij Helmond Sport en Telstar en nu werkt hij ergens op een kantoor. Aan hem moest ik denken toen ik ook voor de vraag stond: blijven of vertrekken?"
Het werd RBC. Hij kwam er terecht bij Robert Maaskant en werd een betere voetballer.
Lachend: "Bij Volendam moet Peter Wijker helemaal gek van me geworden zijn. Als verdediger wilde ik scoren en dat gaat alleen maar door constant naar voor te gaan. Maaskant heeft me dat snel afgeleerd."
Kwakman kwam als voetballer tot bloei. Het gedwongen vertrek van Maaskant bij RBC en de moeizame relatie met diens opvolger Rob Meppelink, maakte hem echter opstandig. Hij gooide als aanvoerder zijn hele ziel en zaligheid in de strijd om het elftal uit het moeras te trekken.
"Ik bemoeide met allerlei dingen, ik ergerde me overal aan en ik liep op het laatst met de ziel onder mijn arm."
Toen Kwakman in de gaten kreeg dat hij er ziek van werd in zijn hoofd, draaide hij de knop om. "Toen besloot ik om alleen nog maar keihard voor mezelf te gaan werken. Ik moest mezelf zien te verkopen."
NAC wilde hem het jaar ervoor al en met Maaskant aan het roer werd de deal een seizoen later alsnog gemaakt.
"Het is enorm zwaar tot nu toe", zegt Kwakman over zijn debuut in de eredivisie. Voor een Volendammer is dat eerder uitdagend dan afschrikwekkend.
"Ik moet hier elke dag aan de bak. Ik ben geen sterspeler, ik ben niet naar hier gehaald met de garantie dat ik een basisplaats zou hebben. Ik heb een paar goede wedstrijden gespeeld, maar ik zag vanochtend Edje de Graaf (potentiële concurrent, red.) al weer meetrainen. Je moet nooit denken dat je er al bent."
Een Volendammer blijft zich bewust van het feit dat er altijd voor gewerkt moet blijven worden?
"Ik weet ook wat werken is. Naast het voetbal heb ik andere baantjes gehad. Postbode, en gewerkt in het recyclingbedrijf van Kras."
Kwakman noemt zichzelf koppig. "Ik ben bezeten van wat ik doe. Net als mijn vader. We denken over voetbal allebei hetzelfde. Dan zie ik hem bezig met zijn jeugdelftal en denk ik: zo ben ik ook. Ik riep laatst bij NAC iets bij een corner en dacht: dat zijn de woorden van mijn vader."
Zijn fanatisme brengt hem ver. Verder kennelijk dan zijn grote vriend Jack Tuyp. "Jack heeft te weinig uit zijn carrière gehaald. Ik denk dat ik er nu meer uit haal dan velen bij Volendam ooit gedacht zullen hebben."
Afgelopen zaterdag speelde Kees Kwakman thuis tegen Heerenveen een dijk van een wedstrijd. "Anderen wijzen me er dan op dat ik het elftal van de maand van VI heb gehaald. Zelf ben ik daar niet zo mee bezig."
De nuchtere Volendammer kijkt nog altijd vol verbazing om naar het Avondje NAC van afgelopen zaterdag. "Ik zei: jongens we zijn toch geen kampioen geworden?" Omdat hij altijd vooruit blijft kijken? "Oh, maar ik weet ook te genieten van dergelijke wedstrijden, hoor. Maar toen ik zaterdagavond na afloop van de wedstrijd in bad zat met Patrick Mtiliga zei ik hem ook: 'als we nu zondag (morgen, red.) bij Volendam verliezen, is het allemaal voor niks geweest."