"Een scheve schaats rijden"
Triomfen uit mijn tweede schaatsleven
Beste vrindjes, jaren geleden stond ik niet alleen aan de nationale top, neen ook in de mondiale schaatswereld was ik iemand om mee rekening te houden. Menig nationaal record is door mij gebroken zelfs op het buitenijs van Baselga. Echter in tegenstelling tot Bambi die menig maal op ze kaak ging op het ijs, zo bleef ik staan als een ware Anton Geesink op zijn voetstuk. Niets kon mij omver werpen! Ik had reeds een indrukwekkende carriére á la Christine ‘onverslaanbaar’ Aaftink achter de kiezen en na mijn triomftocht op de Olympische spelen van Hamar, alwaar ik het Vikingskippe tot mijn achtertuin doopte. Doch, na dit succes kreeg ik last van een soort premature burnout. Brullend lag ik in bed te krijsen om die vervlogen dagen. Ik trainde als een buffel dag in dag uit maar het had geen zin, ‘het oude lijf wil gewoon niet meer’ dacht ik gelijk een doemdenker. Een normaal mens zou gelijk Falko Zandstra in een negatieve spiraal als deze koppie-onder gaan al ware het Leonardo DiCaprio in Titanic, maar Arie Loef zou geen Arie Loef heten als hij zich daarbij neer zou leggen! Neen, ik was eerder te compariseren met Kate fokking Winslet van het verhaal! Koppie onder ja, maar overgeven aan de golven en de brute kou? Dat nooit! Maar goed, ik zal gelijk Multatuli in zijn meesterwerk het inferieure gedeelte uit Max Havelaer overslaan, en doorgaan naar mijn wederopstanding. Mijn renaissance op de Meent… of zoals Ria Visser zo mooi kan zeggen met haar aangename stem, aankomen in mijn tweede schaatsleven.
Awel, na deze 7 magere jaren waarin ik weinig bij kon schrijven op mijn roemruchte palmares, brak voor mij de zon door. Ik had mij kantjeboord weten te plaatsen voor de World Cup wedstrijden welke gehouden zouden worden op het heilige ijs van de Meent. Daar waar Karin Kania onsterfelijk werd door halverwege de 5 te gaan kakken op het ijs en toch met 4,3 seconden verschil Europees kampioene werd voor haar naaste concurrente, de toen nog relatief onbekende Elena Belci.
Op de dag zelf van de confrontatie met mijn schaatsende concullega’s voelde ik de adrenaline door mij aderen gieren al ware het coke in de luchtpijp van ome Diego. Het was de dag van de 500, de dag waarop ik alle blaam van de afgelopen maanden in 1 keer ongedaan kon maken. Akkoord, Egbert van het Oever en zijn équipe hadden me bijna uit de kernploeg gezet maar dankzij alle inspanningen van mijn goede vrind Harry ‘warme persoonlijkheid’ Mens (die na lang onderhandelen ende negotiëren een ’81 Opel Manta op naam van Egbert zette) mocht ik toch blijven. Voor mij was nog altijd de 500 het koningsnummer. Daar waar Ben Hohnson en Carl Lewis hun titanenstrijd op de 100 van Seoul uitvochten, zo boekte ik mijn matadorengevecht op de Olympic Oval van de Meent met mijn tegenstander, Boris Zhelezovsky bijgenaamd de havik. Deze sympathieke doch koelbloedige rus werd in de wandelgangen ook wel ‘de beer uit Minsk’ genoemd.
Met Ab Krook hadden we een maand tevoren een lactaattest gedaan in Colalbo. Dit snelle ijs van moeder natuur op 2000 meter hoogte in de Italiaanse Alpen smolt altijd als een TGV over mijn 85 Rockwell Viking staal, de test mondde uit in een wonder der natuur. Mijn lactaat oftewel zuurgraad was, na een Spartaanse 5 km durende foltering, dusdanig laag dat een PR cq. wereldrecord in het verschiet zou liggen. Mijn hematocrietwaarde was gelijk aan die van Inge nog niet gepakte de Bruijn, echter toendertijd sprak met nog van een overschot aan rode bloedlichamen, hemaglobine. Een kaak had ik altijd al, maar aan dope had ik een broertje dood. Ik was gewoon een Übermensch.
Na discussie in de pers over mijn longinhoud gelijk Chasey Lain, mijn Swarzenegger in mister Olympia vorm zijnde benen, de hoeveelheid bloed in mijn bloedbaan gelijk de bloedbaden veroorzaakt door het Meddelin kartel in Colombia en mijn affectie op vrouwen, zei Ab dat dit aantijgingen zijn die mijn voorbereidingen in de weg zouden staan. We vroegen mijn oude vriend Abraham de juridische afhandeling voor zijn rekening te nemen. We konden hem tevreden stellen met een oude medaille van het 4 banentoernooi welke ik jaren eerder op de Jaap Eden baan in Amsterdam had gewonnen. Ik fikte na distantiering van pers en afsluiting van de buitenwereld gelijk Stallone in Rocky 3 met mijn Viking special sprint met 36.2 over de streep en arme Bori Bori was in het kielzog gesmoord.
Eric Flaim, welbekend om zijn “haute couture” in de schaatswereld brulde een week later met een franse flaveur in het Engels naar mij, "skate the catwalk in flaim’s stylo et yer zu man!" Zo gezegd zo gedaan, ik boekte Eric zijn pak aan en stevende tijdens de voorlaatste wereldbekerwedstrijd, in de Miele achtige aandoenende, in de dus bijna similaar zijnde vrieskist van Osaka, op een derde wereldrecord en PR op mijn befaamde 500 van het schaatsseizoen af. Sjapoa ohha! Tetterde het van de tribune, alsof Toets (OOR 11/2000) zijn achtergrondkoor uit de Jordaan over was gekomen. Op het podium pikte ik een traan weg en uit troost kreeg ik in de kleedkamer. Een orale troosting van Nilfisk dikbil S. van Zwolle. Terugrijdend in de GT Carrera turbo LTD Edition van Hein Vergeer, die mij op grootse toernooien vergezelde, moest ik mijn vriend Hein bekennen dat ik zelfs na de wedstrijd op top niveau gepresteerd had. De volgende dag liep Sandra met een pleister op haar oog door de fitness ruimte, je kent het wel, die van vroeger, als je een lui oog had, die. Enfin….
Voor 500 Yen per nacht de man zaten we in het Yakki-Bukkake-Ki hotel, iets wat Hein en ik een schijntje noemden. Het pre-Olympische seizoen deed de concurrentie haar grondvesten schudden, alsof Ien Dales met haar geproportioneerde heupen op hen bekkens neerknalden en paardje begon te rijden alsof ge een jonge amazone geweest zou zijn. Voor de schaatskroniek, het officiële vakblad van de KNSB, vroegen ze mij te poseren. Midden in de voorbereiding, medio juli, poseerde ik, met medailles om, om de voorpagina tezamen met Heidi Klum en mevrouv Schiffer (vanzelfsprekend in puriek) op de gevoelige plaat te leggen. Daar ik in de coulise druk bezig was Heidi op een Oostenrijkse manier te vermaken ben ik haar tweede naam vergeten, of weet ik niet zeker meer? Claudia?
Mijn voorbereidingen stonden in het teken van recepties, lounge parties en versnaperingen die hoogstwaarschijnlijk in een lab tot stand komen. Gelijk Willie Voet weet ik wat prepareren is en had ik de paradepaardjes of beter de elite van een beter niet te noemen modeconcern al snel horizontaal. Conditie opbouwen hoeft niet op de Sandstra-carbon skeeler dacht ik. In het Olympische jaar startte ik het seizoen op een high-tech low-end engineerde RAPS schaats, jaren later zou blijken dat een zeker knakker uit Fryslan daar op vlamde gelijk methanol uit Kit zijn dubbele Brabus uitlaat. Ik stond scherp, alsof er aan beide kanten van mijn hoofd, precies op mijn slaap, een claymour was geplaatst waarvan de draden door mijn voorhoofdsholte geboekt waren. Ik stond scherp, scherp alsof ik in de rij stond voor de Houston 500, geen fluff girl nodig hebbend. En das scherp. Ik weet wel waarom dat was, de concurrentie was groter geworden. Gretige honden als Jan Bos en Jacco “kanon 1500” Leeuwangh brachten mij in een benarde positie.
...