Naar de inhoud

Oefenen voor nat armageddon

Bron: Volkskrant

Oefenen voor nat armageddon
Maandag begint de rampenoefening Waterproef, de grootste in zijn soort. De kust krijgt het zwaar te verduren. De wereld vergaat de komende week, maar het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ziet het nakende armageddon met vertrouwen tegemoet. De waterbeheerder voor de kop van Noord-Holland heeft zich de laatste twee jaar met computermodellen uitputtend voorbereid op elke soort watersnood.

"Je zou kunnen zeggen dat we niet één, maar 500 worstcase-scenario’s hebben klaarliggen’, zegt adviseur Marcel Boomgaard. Die kennis zal van pas komen bij de nationale, ‘natte’ rampenoefening Waterproef – de grootste in zijn soort – die maandag begint. Meer dan 400 gemeenten, twaalf provincies, 27 waterschappen, 26 politiekorpsen en enkele ministeries worden op de proef gesteld. De kust krijgt een storm te verduren die zwaarder is dan die van februari 1953, toen Zeeland onder water liep. Tussen de Flevocentrale en Ketelbrug breekt de dijk door. De evacuatie wordt bemoeilijkt door files en stroomuitval.

Met Waterproef wil de overheid nagaan hoe goed Nederland is opgewassen tegen calamiteiten als in februari 1953 of, recenter, de hoogwatercrisis van 1995, toen bijna een kwart miljoen bewoners van het Gelderse rivierengebied werd geëvacueerd. Tot op de dag van vandaag worden verhitte debatten gevoerd over de evacuatie. De overheid leek amper te weten wat er gebeurt als de dijken langs de rivieren bezwijken. ‘We hadden ons veertig jaar voorbereid op een tweede Zeeuwse watersnoodramp’, zegt Jan Strijker, hoofd Beleid & Onderzoek van het Hollands Noorderkwartier. ‘Terwijl we in 1995, en twee jaar eerder, heel ergens anders natte voeten kregen.’ In 1993 trad de Maas in Limburg buiten zijn oevers.

Na 1993 gingen besturen, waterschappen en reddingsdiensten aan het werk om in kaart te brengen hoe ze dit soort calamiteiten te lijf moesten gaan. Daarvoor moest eerst duidelijk worden wat er onder water loopt als de dijken wijken, en hoe snel. In Edam stond het hoogheemraadschap voor een omvangrijke klus. Het gebied strekt zich uit van het Noordzeekanaal tot aan Texel. Het land ligt grotendeels onder de zeespiegel. Ongeveer 300 kilometer duin en dijk houden het ‘buitenwater’ van de Noordzee, de Waddenzee, het IJsselmeer en het Markermeer tegen. 1.200 kilometer dijkjes, dammen, kades en sluizen houden de 180 polders droog. ‘Het woord lappendeken dekt de lading amper’, merkt Strijker op.

De berekeningen die uit de computer rollen zijn zo precies dat het schap kan inzoomen tot een gebiedje van 100 x 100 meter en daarvan kan zeggen hoe hoog het water staat als zich een calamiteit voordoet. Inmiddels zijn voor 150 plekken diverse rampenscenario’s uitgerekend.

Boomgaard: ‘Er is gekozen voor locaties waar de meeste schade valt te verwachten.’ De computermodellen hebben hun waarde al wel bewezen. Twee jaar geleden werd in Purmerend een vliegtuigbom uit de Tweede Wereldoorlog in een kade gevonden. ‘We konden precies laten zien wat er zou gebeuren als het ding zou afgaan. Daar is toen in het noodplan rekening mee gehouden.’

Het hoogheemraadschap is er nog niet uit of ook de burger toegang krijgt tot die informatie. ‘Je wilt onterechte paniek voorkomen’, zegt Strijker. ‘Je praat over extreme waterstanden die zich eens in de tienduizend jaar kunnen voordoen.’ Maar hij erkent: die ene keer kan zich morgen aandienen.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.