Over betrouwbare onderzoeken gesproken.
Onderstaand de conclusie en aanbevelingen uit het rapport dat in januari 2004 aan de raad van Edam-Volendam is aangeboden. Een beter onderzoek is er tot nu toe op de samenleving van Edam-Volendam nog niet gedaan. Aan de deskundigen en de politiekverantwoordelijken om te bepalen wat er met deze conclusie en aanbevelingen is gedaan.
Omvang gebruik
Hoewel de omvang van het gebruik alleen op grond van kwantitatief onderzoek kan worden vastgesteld, is het toch mogelijk iets over de omvang te zeggen op grond van de bevindingen van dit kwalitatieve onderzoek. Uit de bevindingen blijkt dat met name jongens cocaïne gebruiken. Bovendien lijkt het bij cocaïnegebruik vooral te gaan om oudere jongeren (boven de 18 jaar). Zo kunnen we in ieder geval concluderen dat het eerder genoemde percentage, dat 80% van de jongeren cocaïne zou gebruiken, een overschatting is. Het onderzoek richt zich in het bijzonder op uitgaande jongeren in Edam-Volendam. Er zijn geen gegevens voorhanden over het aantal jongeren dat uitgaat, maar het is voorstelbaar dat cocaïnegebruik met name onder uitgaande jongeren plaatsvindt. Veel geïnterviewde jongeren hebben aangegeven dat het uitgaan minder wordt als zij een vaste partner hebben en gaan samenwo-nen. Het is niet duidelijk of het gebruik van uitgaansdrugs ophoudt wanneer jongeren niet meer uitgaan. Wel is duidelijk dat de geïnterviewde jongeren van mening zijn dat gebruik van uitgaansdrugs dan minder passend is.
Aanbevelingen
De aanbevelingen zijn op te splitsen in twee onderdelen. Allereerst zijn dat aanbevelingen die betrekking hebben op het plan van aanpak. Op verzoek van de opdrachtgever volstaan wij hier met een aantal algemene aanbevelingen. Deze zijn inmiddels grotendeels verwerkt in het plan van aanpak dat het IVO samen met de projectgroep heeft opgesteld. Ten tweede doen wij een aantal aanbevelingen voor vervolgonderzoek.
Plan van aanpak
Op grond van onze expertise en onze ervaringen met het verloop van de discussies in de projectgroep tijdens het onderzoek menen wij dat het (drugs)probleem opnieuw dient te worden gedefinieerd op basis van de resultaten van het kwalitatieve onderzoek. Het onderzoek schetst de huidige situatie en geeft inzicht in de aard van het gebruik van uitgaansdrugs. Hieruit blijkt onder andere dat het gebruik van uitgaansdrugs varieert van experimenteel gebruik tot problematisch gebruik van uitgaansdrugs. Experimenteel gebruik vraagt uiteraard om een andere aanpak qua preventie dan problematisch gebruik. Daarbij zou het bij voorkeur over alle middelen moeten gaan, inclusief alcohol. Ook geven de resultaten aanleiding om specifieke aandacht te besteden aan alcohol en combinatiegebruik, omdat alle gebruikers van uitgaansdrugs aangeven deze middelen onder andere te combineren met alcohol.
Wanneer het probleem duidelijk is afgebakend kan vervolgens worden bepaald in hoeverre de voorgestelde aanpak inderdaad tot de gewenste effecten leidt. Hiertoe is het zinvol om ervaringen van andere gemeenten die een zelfde aanpak hanteren mee te nemen. De aanpak dient zich te richten op verschillende doelgroepen, te weten: ouders, gebruikende jongeren, niet-gebruikende jongeren, professionals die met jongeren werken en de gemeenschap in het algemeen. Het plan van aanpak dient voor elke doelgroep specifieke activiteiten te bevatten. Deze activiteiten dienen zowel elementen voor preventie, repressie als handhaving te bevatten. Zij kunnen vanuit en op verschillende (ontmoetings)plekken plaatsvinden, bijvoorbeeld scholen, club- en buurthuizen, hangplekken en horecagelegenheden. Ook dient het plan van aanpak zich te richten op de situaties waarin gebruik plaatsvindt. Dit betekent dat specifieke aandacht moet zijn voor de wijze waarop de horeca is ingericht.
Vervolgonderzoek
De resultaten van dit onderzoek nodigen uit om drie terreinen verder te onderzoeken: de omvang van middelengebruik, gebruik van uitgaansdrugs in niet-openbare gelegenheden en kenmerken van de aanbodzijde.
Uit de bevindingen blijkt dat het beeld van de omvang van gebruik van uitgaansdrugs zeer vertekend is. Bij eerdere schattingen van de omvang lijkt sprake van een overschatting van de omvang. Om het actuele gebruik in de gemeente Edam-Volendam te kunnen vast stellen en te kunnen vergelijken met andere gemeenten is kwantitatief onderzoek noodzakelijk. In eerste instantie bestond er in de gemeenschap onvoldoende draagvlak voor zo’n onderzoek. Met de ervaringen van het kwalitatieve onderzoek is het mogelijk een aangepast kwantitatief onderzoek te doen dat aansluit bij de gemeenschap en op voldoende draagvlak kan rekenen.
Het onderzoek heeft – zoals afgesproken - met name plaatsgevonden op openbare ontmoetingsplekken van jongeren in Edam-Volendam. Uit de bevindingen is af te leiden dat gebruik van uitgaansdrugs ook op andere plekken plaatsvindt. Er zijn daarbij drie situaties genoemd waarover grote bezorgdheid bestaat binnen de gemeenschap, te weten: gebruik op nazitjes, gebruik door ouderen in thuissituaties en gebruik op het werk. Om meer zicht te krijgen op deze situaties is vervolgonderzoek in de vorm van observaties en interviews nodig.
Om het vertrouwen in het onderzoek niet onnodig te schaden heeft het onderzoek zich niet specifiek gericht op de aanbodzijde van uitgaansdrugs. Wel biedt het onderzoek aanknopingspunten voor verder onderzoek naar aanbieders van uitgaansdrugs en de wijze waarop dit gebeurt.
Bron:
EDAM-VOLENDAM ONTNUCHTERT
Een kwalitatief onderzoek naar uitgaansleven en middelengebruik in Edam-Volendam
Rotterdam/Utrecht, januari 2004 Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving* en Trimbos-instituut**
Dit onderzoek is uitgevoerd door het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (IVO) en het Trimbos-instituut (Ti), in opdracht van de gemeente Edam-Volendam