Een democratische doofpot?

Een democratische doofpot?
Wethouder Karregat heeft ons behoed voor grote financiële problemen schrijft de VVD in de Nivo van vorige week. Ja, zo kun je ook reclame maken als iemand gewoon zijn gezonde verstand heeft gebruikt, zoals in verreweg de meeste gemeenten is gebeurd.
Op mijn beurt kan ik u mededelen dat ik persoonlijk en eigenhandig ‘huize Louter’ ook voor een grote financiële ramp heb behoed. Ondanks alle aandrang, verleidelijke reclames en zwakke momenten, is het me met veel inspanning gelukt om het overigens bescheiden familiale spaargeld zonder schade door de wereldwijde crisis te loodsen. Ik kan me daarom goed voorstellen dat de VVD zijn wethouder uitbundige lof toezwaait voor het feit dat hij het gemeentelijk spaargeld heeft laten staan waar het stond. Dat getuigt van een grenzeloos groot inzicht en met de VVD moeten we maar gelukkig zijn dat er zo’n uitzonderlijke man aan het roer staat.
Of het zelfde grenzeloze groot inzicht van deze uitzonderlijke man hem terzijde stond bij het ontraden van de motie over de grondexploitatie van de Pieterman, is nog maar de vraag. Het kan ook een zwak moment zijn geweest.
Als ik de motie goed heb begrepen lopen we de kans dat bijna twee miljoen euro’s misschien onverplicht terechtkomen bij de Pieterman-exploitanten, zonder dat duidelijk is of die aderlating noodzakelijk is. De nacht nadat ik het bericht las, droomde ik dat het evaluatierapport van de Rekenkamercommissie over de gemeentelijke bemoeienis nog door het vorige college van B&W werd behandeld. Ik zag de fractie van het CDA woedend weglopen terwijl de fractieleden van de VVD nog zittend op hun stoel een beroerte nabij waren. De vertegenwoordigers van VD80 liepen triomfantelijk rond.
Dromen zijn bedrog, dat zie je maar weer eens. In het echt riep het financiële genie Karregat, die eigenhandig de gemeente voor een groot financïeel fiasco heeft behoed (volgens de VVD dan) , dat het een goede investering was. Dit omdat het Pietermanproject jaarlijks ruim twee ton belastinggeld aan de gemeente betaalt. Op zo’n moment zou ik graag raadslid willen zijn. Maar dan wel voor héél even. Dan zou ik vragen: ‘Geacht College, zouden ze zonder die bijna twee miljoen van ons belastinggeld méér of minder per jaar gaan betalen?” En dan zou de aap uit de mouw komen, want het maakt helemaal niets uit. Het is een typisch doekje voor het bloeden, bedoeld om raadsleden van een glij-argument te voorzien waarmee ze het voorstel gemakkelijk weg kunnen slikken. Na de raadsvergadering komen die raadsleden thuis en zeggen tevreden tegen hun partner dat het een goede investering is geweest.
Heeft Karregat zijn onderhandelingspositie met de Pietermanontwikkelaars verenigd in de PEV nu verstevigd door het ontraden van de motie? Ik vrees het ergste met verwijzing naar de geschiedenis van het Pietermanproject tot nu toe. Als het in één project aan transparantie heeft ontbroken, kunnen we dit project toch wel als modelvoorbeeld nemen. Ik herinner me nog maar al te goed dat het CDA de nodige geheimzinnigheid betrachtte bij een aan het Pietermanproject gerelateerde zaak en zich beriep op ‘voortschrijdend inzicht’. Weet u het nog?
Ik betreur het dat de vorige coalitie dit evaluatierapport niet heeft kunnen afmaken. Waarschijnlijk zou de transparantie véél groter zijn geweest. Ik zit nog steeds met grote vragen. De verstrengeling tussen het CDA/VVD en het Pietermanproject blijft zo’n beetje in de doofpot. We kunnen er naar raden, maar officieel bestaat die niet.
Dat er door de evaluatie lessen zijn geleerd die nu in praktijk worden gebracht is zonder meer een winstpunt. Maar het oplossen van fouten uit het verleden bieden nog geen garantie dat die zich niet op een andere manier in de toekomst weer kunnen voordoen. De fouten zitten naar mijn smaak in de verstrengeling en met nieuwe procedures los je dat niet echt op.
Waarschijnlijk schend ik een taboe door dit weer op tafel te leggen. Maar taboes zijn bij columnisten in goede handen. Ze leveren altijd weer stof om over te schrijven. De Pietermanontwikkelaars hoeven hun handel niet aan jan en alleman te laten zien. De raad dient echter als eis te stellen dat op zijn minst het college van B&W dat inzicht heeft en de fractievoorzitters daarover in kan lichten.
Waarom zou je projectontwikkelaars die subsidie willen hebben anders behandelen dan een bijstandsgerechtigde? Van die mensen wil de gemeente letterlijk alles weten en vraagt ze het hemd van het lijf. En als het niet vertrouwd wordt gaat er een ambtenaar op huisbezoek om daarover aan het college te rapporteren. Wie zijn hand op houdt moet zich verantwoorden, ook als het een projectontwikkelaar betreft.
Peter Louter