Na de scheiding van Kerk en Staat
Na de scheiding van Kerk en Staat
De ouderen onder ons kunnen er allemaal nog over vertellen. Ze zitten vol van verhalen over de invloed van de kerk op hun jonge en latere leven. Voor de jongeren van nu zijn dat verhalen die soms ongeloof opwekken. Verhalen uit voorbije tijden. Verhalen waarvan ze niet begrijpen wat een genot het kan zijn om vrij te zijn en vrij te kunnen denken.
De wereld heeft er lang over gedaan om kerk en staat te scheiden. De Franse revolutie was een grote stap waarbij de invloed van de kerk op het burgerlijk bestuur definitief werd afgewezen. In Nederland hielden de kerken door de verzuiling hun schaapjes nog lang dicht bij de kerkelijke geboden en verboden. Pas sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is ook dat gaan verwateren. Veel mensen hebben al lang geen band meer met de kerk, maar zijn nog wel gelovig. Niet op de traditionele manier waarbij kerkelijke leer en geloof samenvielen, maar vrijer, persoonlijker en niet zelden spiritueler.
Harrie Kuitert, een protestants theoloog is daar erg enthousiast over. In zijn boek: ‘Dat moet ik van mijn geloof’ prijst hij het moderne geloven, al maakt hij zich natuurlijk ook zorgen over de wijze waarop sommigen met die vrijheid omgaan.
Bij het lezen van dat boek schoten mijn gedachten een hele andere kant uit. Met de financiële crisis in mijn achterhoofd moest ik ineens aan Mozes denken die terugkerend van de berg zijn joodse volk het gouden kalf zag aanbidden. En ineens veranderde ik de titel van Kuitert’s boek van ‘Dat moet ik van mijn geloof’ naar ‘Dat moet ik voor de winst’.
Vandaag de dag is winst heilig. Er worden heel wat risico’s genomen om winst te maken en winst veilig te stellen. Van moraal is er vaak geen sprake. Er wordt hooguit gekeken of het van de wet mag. Als het van de wet niet mag, dan wordt er gekeken hoe de wet kan worden ontdoken.
Een van de dingen die de financiële crisis heeft zichtbaar gemaakt is dat de politieke macht onvoldoende is gescheiden van de economische macht. Plaatselijk en wereldwijd is de economische macht zo sterk geworden dat ze een grote invloed op de politiek heeft gekregen. In plaats van het algemeen belang waar de politiek zich sterk dient te maken, worden economische belangen verkocht als algemeen belang. Dat heeft als gevolg dat burgers in het nastreven van hun eigen belang of het algemeen belang het onderspit delven tegen economische belangen.
De belangrijkste les die daar uit valt te leren is dat na de moeizaam bevochten scheiding tussen kerk en staat we voor een nieuwe opgave staan. De scheiding tussen politieke macht en economische macht zal een even moeizame maar noodzakelijke strijd worden.
Ondernemersbelangen en belangen van ondernemingen dienen weer ondergeschikt te worden aan het algemeen belang. Dat kan alleen door het algemeen belang te versterken. Dat kan alleen maar door de vaak achter politieke besluitvorming verborgen economische belangen zichtbaar te maken.
Als burger hebben we dat zelf in de hand. Als we die politieke partijen steunen die van transparantie een serieuze bezigheid maken door verborgen economische belangen zichtbaar te maken, kan er een betere afweging worden gemaakt.
Door die transparantie zal ook duidelijk worden welke politici of politieke partijen zich laten leiden door specifieke economische belangen die niet samenvallen met het algemeen belang.
De integriteit van politici zal nauwkeuriger moeten worden gewogen dan nu het geval is. Ik zou er een voorstander van zijn dat bijvoorbeeld raadsleden geen banden hebben met economische belangen en ook niet benaderd worden door mensen met economische belangen. Vrij van zulke bindingen zijn ze veel beter in staat om het algemeen belang te blijven overzien.
Droom ik? Ach, dat zeiden ze indertijd ook tegen degenen die de scheiding van kerk en staat nastreefden. Maar op de een of andere manier zullen we moeten leren dat religieuze dogma’s en het ongebreideld streven naar winst in de geschiedenis altijd tot geweld en onderdrukking hebben geleid.
Peter Louter