Tragiek en applaus

Tragiek en applaus
Het eerste Volendamse doelpunt op vreemde bodem werd begeleid met een klaterend applaus. Van het NEC-publiek. Blijkbaar begint het elftal van Frans Adelaar hier en daar medelijden op te wekken. Volendam verloor ook de zevende uitwedstrijd kansloos met 6-1.
Wie de eerste helft van NEC-Volendam bekeek, kon zich nauwelijks voorstellen dat Ajax, De Graafschap en Roda JC onlangs van de promovendus verloren. De ploeg van Adelaar heeft maar een klein zetje nodig om in te storten, en maar één tegentreffer nodig om te worden gedevalueerd tot een meelijwekkende figurant. Het is een kwestie van kwaliteit, maar ook het mentale aspect speelt een voorname rol. Want wie gelooft in een wederopstanding, als het eerste doelpunt op vreemde bodem al zes wedstrijden op zich laat wachten? Blijkbaar niemand.
Het leverde andermaal een dramatische voorstelling op. Een Volendams treurspel dat begon met drie tegentreffers in het eerste kwartier. Daarbij waren ongelukkige hoofdrollen weggelegd voor Paul de Lange - hij toucheerde een indraaiende vrije trap van Lasse Schöne - en Jeroen Verhoeven, die bij de 2-0 niet vrijuit ging. Bij de volgende drie doelpunten kreeg de beweeglijke NEC-aanval alle vrijheid om te combineren. De Volendammers stonden erbij en keken ernaar.
De handdoek in de ring gooien mag niet op het voetbalveld. Dus moest ook het tweede deel van de martelgang worden ondergaan. Er was één troost voor de mannen van Adelaar: veel erger dan vóór rust kon het haast niet worden. Dat werd het ook niet. Alleen Lasse Schöne wist nog een gaatje te vinden. Er viel zelfs nog wat te juichen voor Volendam. Gerson Sheotahul tekende met een knap afstandsschot voor de eretreffer. Ook het Nijmeegse publiek besefte dat dit een uniek doelpunt en er klonk een daverend applaus. Of het nu een ovatie uit medelijden was, of een hart onder de riem; pijnlijk was het in elk geval.