Heel gelukkig tussen dewijdbroeken
Bron: AD

Heel gelukkig tussen de wijdbroeken
Terwijl Frans Adelaar zijn spelers in legio trainingsvormen laat afwerken op doel - wat niet voor iedereen even makkelijk blijkt - klinkt bij een serie opeenvolgende treffers over de stadionspeakers ineens het muziekje dat normaliter een Volendams thuisdoelpunt begeleidt. Hoe toepasselijk, want scoren - of beter gezegd het gebrek aan scorend vermogen- is deze dagen hét gespreksthema achter de welbekende Dijk, waar de knusse thuishaven van de wijdbroeken huist. Waar FC Utrecht zich opmaakt voor een heus clubrecord - als voor de zesde opeenvolgende maal in de eigen Galgenwaard de nul wordt gehouden - prakkiseert heel Volendam hoe de promovendus in vredesnaam op verplaatsing moeten gaan scoren.
Eénmaal lukte dat slechts tot nu toe, in de Nijmeegse Goffert. Daartegenover staan liefst 26 tegentreffers, in zeven uitbeurten. Een regionale reporter heeft de hulp ingeroepen van een mental coach, wil Adelaar het mobiele nummer geven, maar die bedankt vriendelijk voor de eer. ,,Dat kost geld, ik denk niet dat er hier budget voor is.’’ Begrijp de IJsselsteiner niet verkeerd, hij is niet pertinent tegen de inzet van een zielenknijpend type, maar hij moet rond het Kras-stadion gewoon roeien met de riemen die hij heeft. ,,Dat we uit niet scoren zit tussen de oren. Als je bij elke mislukte poging steeds maar weer de houding aanneemt oh jee, het lukt wéér niet, dan wordt het er echt niet beter op.’’
En dus steekt Adelaar in aanloop naar de ’altijd bijzondere’ ontmoeting tegen zijn FC Utrecht al zijn energie in het verbeteren van de mentale instelling van zijn spelers. ,,Door zaken bespreekbaar te maken, iedereen te laten zeggen wat-ie voelt. Individuen maken in het veld keuzes, maar die worden bepaald door de instelling waarmee ze binnen de lijnen lopen.’’ En dat vergt een verstandig optreden van iedereen. Daarom is Adelaar ook zo verbolgen dat de spits die dit jaar wel viermaal het vijandelijke net liet bollen - de olijke Jack Tuyp - op zijn vrije dinsdag in het krachthonk te nadrukkelijk aan de halters is gaan hangen. Met een hamstringblessure tot gevolg. ,,Dat is balen. Je weet hier dat niemand mag verzaken, dan is zoiets gewoon niet slim.’’
Werken bij FC Volendam, de club waar de allerlaagste begroting van de eredivisie dik drie miljoen achterblijft bij die van de op een na armste (Heracles), dat als bijnaam de Heen en Weer heeft verworven en momenteel weer hekkensluiter is…. niet veel mensen zullen Frans Adelaar benijden. Maar een bezoekje aan geboren Utrechter, die als trainer en speler een rijk verleden heeft bij de eredivisionist in zijn geboortestad, leert dat Adelaar is geland op een warm nest dat FC Volendam heet. In een dorp waar hij zich inmiddels als een vis in het water voelt.
,,Dat heeft alles te maken met de wijze waarop hier voetbal wordt beleefd en een club wordt gerund. Ik tekende hier op een moment dat Stanley Menzo met zijn ploeg vijf punten achter stond op RKC. Dat ze toen alsnog kampioen werden, is natuurlijk gewoon mooi. Iedere trainer wil op het hoogste niveau werken, ook ik.’’
,,Natuurlijk weet je dat de mogelijkheden beperkt zijn, dat je aan de slag gaat bij een club waarvoor het bereiken van de nacompetitie gelijk is aan het kampioenschap. Maar dáár ligt wel een mooie opdracht. Iedere trainer hunkert naar succes. Maar wat dat is, verschilt per club. Het gaat er om dat je doelstellingen haalt. En bij ons is dat handhaven! Of dat kan? Bij mij zit het glas altijd halfvol. Het gaat steeds beter. We hadden een paar punten meer moeten hebben. Was ook verdiend geweest, maar we blijven er in geloven.’’
Adelaar kwam in het Palingdorp aan de boorden van het IJsselmeer terecht na een sabbatical dat hij nam nadat supportersdreigementen zijn functioneren bij ADO Den Haag in de weg zaten. Een periode op zijn trainers-CV die hem niet in de koude kleren is gaan zitten. Misschien wel daarom was het altijd gemoedelijke FC Volendam de club die op het juiste moment zijn pad kruiste.
,,Toegegeven, we hebben een stadion waar commercieel weinig mee mogelijk is. We moeten dit jaar overleven, en ook als we ons handhaven zal dat het verhaal blijven. Maar het is wel een dorp met een hechte gemeenschap, waar het voetbal nog de sfeer van vroeger ademt. Die omgeving past me. Hier in het stadion staan de deuren van alle ruimtes nog open voor iedereen, dat heeft wel wat. Volendammers zijn mensen die niet meteen het achterste van hun tong laten zien, wat terughoudend zijn, maar als ze eenmaal ontdooid zijn - en dat is nu wel zon beetje - dan heb je er heel loyale mensen aan. Realisten, die wel kritisch zijn en eisen stellen, maar niet tegen beter weten in.’’
Dat geldt ook voor Adelaar zelf, die zijn hoogtijdagen als speler (179 duels, 21 doelpunten) en trainer bij FC Utrecht beleefde. Waar hij werkte met spelers van een ander kaliber dan bij het Andere Oranje.
,,Klopt, maar ook dat weet je van tevoren. Dus benader je een groep anders. Je stelt andere eisen, want hoe je het ook wendt of keert, je kunt niet om het kwalitatieve verschil heen. Op een hoger niveau kun je meer individueel in detail treden. Dat wil niet zeggen dat er hier geen talent rondloopt. Want er is een aantal talentvolle spelers die in potentie hogerop kunnen. Maar dat kost tijd. Hen verder brengen, ook dat is voor een trainer een uitdaging.’’
Zoals er zondagmiddag ook één ligt in stadion Galgenwaard. Immers, de wijdbroeken scoorden niet alleen slechts éénmaal in een uitwedstrijd, maar keerden ook telkens puntloos terug in het dorp.
,,In Galgenwaard spelen is altijd lastig. FC Utrecht beleeft een goede reeks. Ik vind dat, gelet op mijn verleden en de band die ik met de club heb, prettig om te zien. Maar het zou natuurlijk een mooie toevalligheid zijn als we uitgerekend in Utrecht de negatieve spiraal in uitwedstrijden opheffen. Dat kan best, als we maar met dezelfde overtuiging met kansen omgaan als in thuiswedstrijden.’’
’Jullie moeten er gewoon op ketsen,’ luidt de tip van een oudere Volendam-supporter die, zoals veel dorpelingen, met Adelaar meedenkt. Maar de 48-jarige IJsselsteiner laat die taktische variant graag aan zich voorbij gaan.
Grijnzend: ,,Ketsen… als u maar weet dat ze dáár in Utrecht iets héél anders mee bedoelen.’’
Eénmaal lukte dat slechts tot nu toe, in de Nijmeegse Goffert. Daartegenover staan liefst 26 tegentreffers, in zeven uitbeurten. Een regionale reporter heeft de hulp ingeroepen van een mental coach, wil Adelaar het mobiele nummer geven, maar die bedankt vriendelijk voor de eer. ,,Dat kost geld, ik denk niet dat er hier budget voor is.’’ Begrijp de IJsselsteiner niet verkeerd, hij is niet pertinent tegen de inzet van een zielenknijpend type, maar hij moet rond het Kras-stadion gewoon roeien met de riemen die hij heeft. ,,Dat we uit niet scoren zit tussen de oren. Als je bij elke mislukte poging steeds maar weer de houding aanneemt oh jee, het lukt wéér niet, dan wordt het er echt niet beter op.’’
En dus steekt Adelaar in aanloop naar de ’altijd bijzondere’ ontmoeting tegen zijn FC Utrecht al zijn energie in het verbeteren van de mentale instelling van zijn spelers. ,,Door zaken bespreekbaar te maken, iedereen te laten zeggen wat-ie voelt. Individuen maken in het veld keuzes, maar die worden bepaald door de instelling waarmee ze binnen de lijnen lopen.’’ En dat vergt een verstandig optreden van iedereen. Daarom is Adelaar ook zo verbolgen dat de spits die dit jaar wel viermaal het vijandelijke net liet bollen - de olijke Jack Tuyp - op zijn vrije dinsdag in het krachthonk te nadrukkelijk aan de halters is gaan hangen. Met een hamstringblessure tot gevolg. ,,Dat is balen. Je weet hier dat niemand mag verzaken, dan is zoiets gewoon niet slim.’’
Werken bij FC Volendam, de club waar de allerlaagste begroting van de eredivisie dik drie miljoen achterblijft bij die van de op een na armste (Heracles), dat als bijnaam de Heen en Weer heeft verworven en momenteel weer hekkensluiter is…. niet veel mensen zullen Frans Adelaar benijden. Maar een bezoekje aan geboren Utrechter, die als trainer en speler een rijk verleden heeft bij de eredivisionist in zijn geboortestad, leert dat Adelaar is geland op een warm nest dat FC Volendam heet. In een dorp waar hij zich inmiddels als een vis in het water voelt.
,,Dat heeft alles te maken met de wijze waarop hier voetbal wordt beleefd en een club wordt gerund. Ik tekende hier op een moment dat Stanley Menzo met zijn ploeg vijf punten achter stond op RKC. Dat ze toen alsnog kampioen werden, is natuurlijk gewoon mooi. Iedere trainer wil op het hoogste niveau werken, ook ik.’’
,,Natuurlijk weet je dat de mogelijkheden beperkt zijn, dat je aan de slag gaat bij een club waarvoor het bereiken van de nacompetitie gelijk is aan het kampioenschap. Maar dáár ligt wel een mooie opdracht. Iedere trainer hunkert naar succes. Maar wat dat is, verschilt per club. Het gaat er om dat je doelstellingen haalt. En bij ons is dat handhaven! Of dat kan? Bij mij zit het glas altijd halfvol. Het gaat steeds beter. We hadden een paar punten meer moeten hebben. Was ook verdiend geweest, maar we blijven er in geloven.’’
Adelaar kwam in het Palingdorp aan de boorden van het IJsselmeer terecht na een sabbatical dat hij nam nadat supportersdreigementen zijn functioneren bij ADO Den Haag in de weg zaten. Een periode op zijn trainers-CV die hem niet in de koude kleren is gaan zitten. Misschien wel daarom was het altijd gemoedelijke FC Volendam de club die op het juiste moment zijn pad kruiste.
,,Toegegeven, we hebben een stadion waar commercieel weinig mee mogelijk is. We moeten dit jaar overleven, en ook als we ons handhaven zal dat het verhaal blijven. Maar het is wel een dorp met een hechte gemeenschap, waar het voetbal nog de sfeer van vroeger ademt. Die omgeving past me. Hier in het stadion staan de deuren van alle ruimtes nog open voor iedereen, dat heeft wel wat. Volendammers zijn mensen die niet meteen het achterste van hun tong laten zien, wat terughoudend zijn, maar als ze eenmaal ontdooid zijn - en dat is nu wel zon beetje - dan heb je er heel loyale mensen aan. Realisten, die wel kritisch zijn en eisen stellen, maar niet tegen beter weten in.’’
Dat geldt ook voor Adelaar zelf, die zijn hoogtijdagen als speler (179 duels, 21 doelpunten) en trainer bij FC Utrecht beleefde. Waar hij werkte met spelers van een ander kaliber dan bij het Andere Oranje.
,,Klopt, maar ook dat weet je van tevoren. Dus benader je een groep anders. Je stelt andere eisen, want hoe je het ook wendt of keert, je kunt niet om het kwalitatieve verschil heen. Op een hoger niveau kun je meer individueel in detail treden. Dat wil niet zeggen dat er hier geen talent rondloopt. Want er is een aantal talentvolle spelers die in potentie hogerop kunnen. Maar dat kost tijd. Hen verder brengen, ook dat is voor een trainer een uitdaging.’’
Zoals er zondagmiddag ook één ligt in stadion Galgenwaard. Immers, de wijdbroeken scoorden niet alleen slechts éénmaal in een uitwedstrijd, maar keerden ook telkens puntloos terug in het dorp.
,,In Galgenwaard spelen is altijd lastig. FC Utrecht beleeft een goede reeks. Ik vind dat, gelet op mijn verleden en de band die ik met de club heb, prettig om te zien. Maar het zou natuurlijk een mooie toevalligheid zijn als we uitgerekend in Utrecht de negatieve spiraal in uitwedstrijden opheffen. Dat kan best, als we maar met dezelfde overtuiging met kansen omgaan als in thuiswedstrijden.’’
’Jullie moeten er gewoon op ketsen,’ luidt de tip van een oudere Volendam-supporter die, zoals veel dorpelingen, met Adelaar meedenkt. Maar de 48-jarige IJsselsteiner laat die taktische variant graag aan zich voorbij gaan.
Grijnzend: ,,Ketsen… als u maar weet dat ze dáár in Utrecht iets héél anders mee bedoelen.’’