Jongen van het dorp: Henny Schilder van de Nintendo tot schilder tot profvoetballer bij Volendam
Jongen van het dorp: Henny Schilder van de Nintendo tot schilder tot profvoetballer bij Volendam
Met de 3-1 overwinning op Heracles Almelo op zak, leeft FC Volendam sinds zondag in de wetenschap dat de ploeg niet als nummer laatst van de eredivisie het jaar 2009 hoeft in te gaan. Als zaterdag bij Vitesse voor het eerst dit seizoen een uitwedstrijd wordt gewonnen, dan wordt sowieso van stuivertje gewisseld met de Arnhemmers. „We gaan minimaal voor een punt, dat hebben we afgesproken”, meldt Henny Schilder monter. De 24-jarige centrale verdediger is een jongen van het dorp. Geen technicus, maar zo’n bewaker die in staat is de spits van de tegenpartij te volgen tot in de kleedkamer.
Zondagmiddag zat hij telkens kort op de Braziliaanse spits van Heracles, Everton. Bovendien kwam hij meerdere malen vóór hem, zodat de Almelose trainer Gert Heerkes zich genoodzaakt zag de aanvaller in de rust reeds te wisselen. „Invaller Bas Dost was door zijn lengte een stuk moeilijker te verdedigen, maar het was al met al een heerlijke middag”, aldus Schilder, die zelf met een dieptebal aan de basis stond van de 2-0.
En dat terwijl hij op elfjarige leeftijd het voetbal links liet liggen. „Ik speelde liever met de Nintendo dan dat ik trainde. Mijn moeder werd dan boos en stuurde me heen. Achteraf maar goed dat ze er zoveel werk van gemaakt heeft”, lacht de Volendammer, die drie jaar geleden nog echt als schilder met de kwast in de hand op de bouw stond. „Zelfs in de B1 heb ik nog overwogen om te stoppen. Dat was het jaar van de nieuwjaarsbrand, waar ik zelf ook bij betrokken was. Met zeven vrienden zaten we in die selectie. Ik was de minst technische, dus ik had nooit gedacht dat ik het het verst zou schoppen. Elk seizoen dacht ik: nou, dan ga ik nog maar een jaartje door. In die B1 was zanger Simon Keizer, van Nick & Simon, overigens de spits. De kapstok van het elftal; hij fungeerde altijd als aanspeelpunt.”
Schilder werd ondertussen gezien als pure mandekker, sterk in de één tegen één duels. „Dat is tevens een etiket uit het verleden. Ik zou mezelf heel graag verbeteren om met de bal aan de voet op avontuur te gaan. Maar trainers zien graag dat ik achterin blijf en de spits niet uit het oog verlies. Maar als het even kan, dan ga ik.”
Twee weken geleden speelde hij tegen Ajax ook lange tijd foutloos, tot hij zich verslikte in de stuiterende bal en Ajax-aanvaller Miralem Sulejmani. „Daardoor maakte Ajax op slag van rust gelijk. Terwijl we eigenlijk voor de tweede keer in korte tijd van die club hadden kunnen winnen. Op zo’n moment loop je even met het lot van de ploeg op je schouders en ben ik in de uren daarna ook flink chagrijnig. Maar ik heb ervan geleerd, tegen Heracles ging de bal bij twijfel ook meteen de lucht in.”
Wekenlang leek Volendam vanwege de puntloze status uit te groeien tot het lachertje van de eredivisie. „In het dorp vielen de reacties me mee. Als we vorig seizoen wonnen met 3-1, hoorde je nog nou, het was niet best. Ik zat er zelf meer mee. Ben gewoon kritisch. En elke keer als we dan uit een tegendoelpunt kregen, dacht je: daar gaan we weer. Maar thuis kregen we vervolgens de bevestiging dat we van eredivisieploegen kunnen winnen. We weten wat er gevraagd wordt, het klikt als ploeg en we zitten in een soort van vibe.”
„Heeft ook een beetje met het kunstgras te maken. Ik moet op gewoon gras echt wennen, maar dat geldt niet voor al onze spelers. Sinds de bekerwedstrijd verdedigen we meer vooruit. Dat is gewaagd, die speelstijl, maar ik mag dat wel. Zaterdag tegen Vitesse hebben we een mooie kans om voor het eerst te stijgen op de ranglijst. We hadden een uitcomplex, maar na de 0-0 vorige week bij FC Utrecht moet dat inmiddels tot de verleden tijd behoren.”