Ziel bloot, masker af (foto's)
Ziel bloot, masker af
27 jaar nadat hij ‘Mooi Volendam’ bezong, kunnen de tekstregels van die evergreen nagenoeg naadloos op het huidige tijdperk worden geprojecteerd. Onbekommerd vertolkte zanger Jaap Veerman (corn) destijds het lied dat voor altijd beklijfd. Met de band Canyon vestigde hij landelijk naam. Het plotse overlijden van zoon Lennart tijdens de Nieuwjaarsbrand van 1 januari 2001 verdoofde elke noot in zijn muzikale aderen. Veerman belandde in een spirituele zoektocht. Ruim een kwart eeuw na ‘Mooi Volendam’ vormen het verlies en de verwerking daarvan de inspiratiebron voor nieuw muziekmateriaal en een definitieve comeback op de bühne. De twijfels om zijn verhaal te doen (,,Er zijn zoveel meer mensen in onze gemeente die ‘zwaar gepakt’ zijn en wij zijn reeds in de publiciteit geweest”) gaan even opzij. Tegenover Eddy Veerman vertelt hij over de hiaten in het verhaal van 01-01-01, het teruggetrokken leven, wraakgevoelens, groei, de band met zijn andere zoon, het verlies van nóg een kind en de tweeling waarvan hij pleegouder is geworden; iets wat hij iedereen zou willen aanraden.
Jaap Veerman (corn) gaat acht jaar na de dood van zijn zoon weer vaker de bühne op
De raamdecoratie van het rijtjeshuis verraadt dat het om mensen gaat met een verruimde inslag. Bovendien heeft de woonkamer een voor Volendamse begrippen iets eigenaardige inrichting, vormgegeven door de vijftiger en zijn Edamse vrouw Anja. Jaap: ,,Ik weet nog goed dat er een vriendje van Lennart binnenkwam. Hij zag dat de keuken in het midden van het huis stond en merkte op: ‘Dit klopt niet’, zei hij, zo klein als-ie was. Prachtige anekdote.”
Lennart. Hij was één van de veertien jongeren die stierf ten gevolge van de Nieuwjaarsbrand. Zonder brandwond. Vermoedelijk door ademnood of een hartfalen. De blik gaat naar buiten van vader Jaap. Hij graaft in zijn gevoel…
Graadmeter
,,Tja. Wat moet je nog vertellen. Ik heb mijn verhaal destijds voor de tv-uitzending van Kruispunt gedaan. Moet je dan weer met je kop in de krant? Er zijn meer mensen die hun kind hebben verloren. Vóór ons, na ons. De omstandigheden waren voor ons dan wel anders. Maar het is net zo erg. Voor verdriet is immers geen graadmeter Ik kan me voorstellen, dat andere mensen die op die manier zwaar ‘gepakt’ zijn, denken of hebben gedacht: waarom zij wel in het nieuws?”
,,Inmiddels zijn we wel weer wat jaren verder.” Hij overdenkt zijn woorden zorgvuldig. ,,Ik heb wraakgevoelens gekoesterd. Op een gegeven moment weet je niet meer tegen wie je dat moet doen. Dan maar richting God. Ik heb nu geen woede meer. Af en toe alleen het gevoel dat je iemand de schuld wilt geven. Ik vind het onzin om God aansprakelijk te stellen. Zo van: anders had hij dit toch nooit laten gebeuren? Het bevreemd me dat sommige mensen dat doen. Voor iets wat we zelf als mensen hebben veroorzaakt.”
,,Mensen vertellen van alles tegen mij. Misschien omdat ik zo open ben geworden. Maar als ze dan hun verhaal doen, krijg ik altijd aan het eind te horen: ‘maar dat wat jullie hebben, dat is erg’. Daar word ik verlegen van. Na Kruispunt heb ik wel heel veel reacties gekregen.”
,,Bij elke ramp die zich voltrekt, wordt Volendam er op een of andere manier wel weer bij gehaald. Ook laatst met de vliegtuigcrash. Mensen beginnen soms honderduit te praten en vergeten wel eens dat ik er bij zit. Misschien omdat ik mezelf uiterlijk goed profileer. Ik kan veel hebben, maar als ze soms de Nieuwjaarsbrand erbij halen en over details beginnen, dan kan ik voor een half uur instorten.”
,,Je bent er nooit klaar mee. Maar je leert er mee om te gaan, zo kijk ik er tegen aan. Omdat het in de volksmond ligt, krijg je vaak de kreten ‘het krijgt een plekje’ en ‘tijd heelt alle wonden’. Nou, dat laatste gaat niet op. Maar zo blijft het vaak oppervlakkig. En als je dieper wilt gaan, dan doe je dat maar zelf.”
Levenloos
,,Of dat steeds moeilijker wordt? Als de gedachten opkomen van het moment dat de kist van Lennart op de vloer stond en ik uren naar het levenloze lichaam van mijn zoon tuurde; dat wil ik niet meer. Maar soms komt het en kan ik het niet wegzetten. Dan kan ik ook niet slapen en moet ik het schijnbaar weer helemaal beleven.”
,,In het begin hebben we alles willen uitpluizen, Anja en ik. Er zitten gaten in het verhaal. Maar die gaten wil je zelf opvullen en dan creëer je zo je eigen werkelijkheid, die misschien helemaal niet de werkelijkheid is. Vorige week kwam er een meisje op me af, die in bar De Molen bij Lennart heeft gezeten toen hij al overleden was. Ze wist niet of ze het moest vertellen. Op zo’n moment wil je weten of er stukjes tussen zitten die je zelf nog mist van die nacht. Het brengt je weer van de rails, maar ik ben ook blij dat ze iets vertelt.”
,,In die periode na 1 januari 2001 hebben we lopen reconstrueren, maar we liepen tegen muren op. Hij was zonder enig brandplekje overleden. Zijn broer Martijn zat ook in De Hemel, maar die is rationeel, die heeft geprobeerd te schuilen toen het vuur kwam. Lennart waarschijnlijk niet; die kwam net van de wc terug en is gewoon overvallen. En misschien gestikt. Dat weten we niet. Als zo’n meisje dan haar verhaal vertelt, drukt het van alle kanten tegen de binnenkant van mijn lichaam aan. Het is je kind. Die zit in elke cel van mij. Als je dan zoiets hoort, voelt het alsof het jezelf overkomt.”
,,Maar ik wil me er nu niet meer in begeven, het heeft geen toegevoegde waarde meer, dat spitten. Alleen op je sterke momenten wil je het weten.”
,,Maar de confrontaties blijven. Als gemeentebode op het stadskantoor ben ik tevens ploegleider geworden van de BedrijfsHulpVerlening. Vorige week moesten we buiten Volendam bij elkaar komen, met BHV-ers uit meerdere delen van het land. Dan gaat het over brandjes stichten, over redden. Collega Mark Lansen, die ook in de Nieuwjaarsbrand zat, was er ook bij. De examinator begon weer over Volendam en kwam ook bij Mark terecht. Of hij er bij betrokken was? Ondertussen dacht ik: ‘vraag het niet, vraag het niet.’ Ik zal het best overleven, hoor, maar je zit dan toch weer even te shaken op je stoel. Volendam zal altijd bij rampen erbij worden gehaald, dat zal in lengte van dagen zo blijven.”
‘Hoorde dit bij onze groei? Maar tot welke prijs gaat zoiets?’ 
,,Je hebt twee soorten rouwverwerking. Of je stopt het weg, of je gaat er doorheen en gooit het eruit. Binnen die twee varianten heb je ook weer allerlei onderdelen. Het is in mijn ogen geen keuze; je bent zo. Soms denk je, nu effe niet. Maar het kondigt zich nu eenmaal niet aan. Soms zie ik op afstand een jongen van een jaar of zestien fietsen en lijkt hij van de achterkant exact op Lennart. Soms heb je geen idee waar de herinnering die opdoemt, vandaan komt. Het hoort allemaal bij het proces.”
,,Anja en ik zijn types die zichzelf na 1 januari 2001 helemaal hebben omgekeerd. Mijn ‘grote gevoel’ is 180 graden anders geworden. Soms gaat het noodlot je deur niet voorbij. Zo is het leven. Soms ben ik boos. Omdat ik het gewoon even wil zijn. Dat kunnen momenten zijn, dat kan ook uren duren. Dan ga ik ‘googelen’ op mijn computer en tik ik in ‘het verlies van je zoon’. Op zoek naar gedichten of boeken waarin ik troost kan vinden. Boeken over het leven. Hoe schrijvers denken dat het in elkaar zit.”
,,Cabaretier Freek de Jonge heeft ook een kind verloren en in zijn gedicht richt hij zijn pijlen op God.
Tja. Wij hebben een katholieke opvoeding gehad en werden al vroeg geconfr
onteerd met het geloof. Ik ben blij dat ik die gehad heb, het heeft me gevormd. Maar ik was al wel vroeg boeken aan het lezen omdat ik me afvroeg wat er is, over hoe het in elkaar steekt, de materie van de cosmos. Soms las ik teveel, ik was nog maar jong, dan kwam het me m’n keel uit. Maar het is nooit weggeweest, dat lezen. Het maakt je wijzer, schenkt je persoonlijk inzicht.”
,,Het is een groei. Des te zwaarder de dingen die je meemaakt, des te bewuster word je. Dat is ook de bedoeling van het leven. Ik heb situaties aangegrepen om in teksten van liedjes te verwerken. Dat geeft inzicht. Kijk, het is allemaal mensenwerk en dan kan het aan alle kanten rammelen. We zien wel vaker ongelukken gebeuren. Hoorde dit bij onze groei? Maar tot welke prijs gaat zoiets? Krijg je een blauwdruk mee bij je geboorte? Er zijn momenten dat ik er in berust. Maar ik ben geen atheïst, niet kortzichtig.”
,,Na Lennart’s dood ben ik sensitiever geworden, veel gevoeliger voor zaken. Heb het gevoel dat mijn ziel sindsdien meer naar buiten is gekomen. Veel meer dan mijn materialistische ik, mijn ego. Ik kwam los in mijn jasje te zitten, de ziel lag snel bloot en ik werd enorm open. Maar aanvankelijk deelde ik het alleen met mijn vrouw. Ik kwam daardoor wel veel beter in contact met mijn kind te staan.”
,,Ik trok me na dat drama meteen terug uit het leven wat ik leidde. Dat leven bestond uit werk, muziek maken, uitgaan, het leven wat een mens normaliter leidt. Ik had daar geen behoefte meer aan. Belandde in een zoektocht. Sommige mensen zeiden dat ik een zonderling mens was geworden. Ze wilden me eigenlijk snel terug als degene die ik daarvoor was. Wilden me niet begrijpen. Dat heeft te maken met het feit dat die mensen zelf niet weten hoe het voelt.”
,,Iedere ouder doet het na zoiets op zijn of haar manier. Ik wilde niemand mijn mening opdringen; wel als we met de ouders van de bij de Nieuwjaarsbrand overleden kinderen met pastoor Berkhout bij elkaar kwamen. Dan legde ik wel mijn bevindingen en mijn gevoel op tafel.”
Levensbelang
,,De tijd verstrijkt, maar het blijft een proces. Naderhand vecht je het meer met jezelf uit. Met Albert Steur (vader van de eveneens op 01-01-01 overleden Ruud Steur, EV) heb ik nadien ellenlange gesprekken gevoerd. In de jaren na de ramp hebben we met z’n viertjes alle kanten van het ‘mens zijn’ en het rouwproces belicht. En dat is heel goed geweest.”
,,Wat mij betreft is het van levensbelang geweest, dat mijn vrouw al die tijd dicht bij me stond. Dan ga je er samen doorheen en is het ook eens niet erg als de één in gedachten even een andere kant opzeilt. Ik heb genoeg verhalen gelezen van mensen die na zo’n gebeurtenis zelf gestorven zijn van verdriet. Als ik het in mijn eentje had moeten opknappen, zou ik zeker zijn afgedwaald. Wij ondernamen de zoektocht samen en konden daarbij steeds elkaars gevoel aan elkaar overbrengen. Dat is een zegen.”
,,De eerste drie jaar vormden een zwart gat. Het is toch sterk dat je daarna de kracht hebt om weer het normale leven – tussen aanhalingstekens – in te gaan. Ik nam me voor, toen dat gelukt was, me niet meer druk te maken om onbenulligheden. Maar toen het zo ver was, deed ik dat tóch. Het is ook weer zo, dat als je dat niet doet, je je niet in het gewone leven kúnt begeven. Anders word je echt een zonderling. Je kunt wel stellen dat ik nu eigenlijk niet meer zenuwachtig hoef te zijn voor een optreden, maar zo werkt het niet. ”
,,Zonder alles wat ik heb meegemaakt, was ik nooit zover gekomen als ik nu ben. Maar het bizarre is dat je dat alles nooit hebt gewild. De eerste jaren na de ramp was ik zonder energie, ik wilde me niet in het leven begeven. Durfde in de eerste maanden geen winkels in. Droeg een masker op sommige momenten. Op die tijden profileer je jezelf als ‘iemand’.”
,,Je overweegt naderhand alles beter en pantsert jezelf als dat moet, maar wordt soms erg emotioneel. Op het stadskantoor ben ik als gemeentebode gaan werken en daar werken tal van jongeren die in de ‘brand’ zaten en flink geraakt zijn. Het praat gemakkelijker met hen, we zijn gelijkgestemden. Dat voel je van elkaar. Ze zijn nog jong. Dan besef ik me en merk soms aan de verhalen dat ze al wat worstelingen hebben doorgemaakt, maar dat nog steeds hebben en ook nog gaan krijgen. Daar heb ik zoveel respect voor.”
,,Zij hebben ook hun strijd. Ik ben geboren met een ‘open lipje’. Daar word je mee geconfronteerd als je een jaar of vijf bent en later op school word je er wel eens mee gepest. Ik heb er geen enorm trauma aan over gehouden, maar het is toch m’n levenlang een strijd geweest om het te accepteren. Als je dan ziet waar deze jongeren mee om moeten gaan, dan is dat van mij helemaal niks. Ongekend, hoeveel grenzen zij moeten verleggen.”
,,Of ik wel eens droom van Lennart. Dat hebben mijn vrouw en ik allebei al regelmatig meegemaakt, net zoals ik mystieke ervaringen heb gehad. Zo écht. Het geeft aan hoe sterk je band met je kind is. Op elke vraag wil je wel een antwoord hebben, maar als mens kunnen we nou eenmaal niet alles bevatten. Voor heel veel dingen sta ik open en ik ben heel open. Zeg wel eens gekscherend dat ik teveel vrouwelijke hormonen heb. Je komt die openheid niet vaak tegen bij mannen. Misschien zit het wel in sommigen, maar houden ze zich liever gesloten. Waarom, weet ik niet. Voor mij werkt het bevrijdend.”
,,Het heeft ook mijn vader-zoon-relatie veranderd. In elke cel van je lichaam zit jouw afkomst. Dat gaat eeuwen terug. Naarmate je ouder wordt, kun je elkaar dingen aanreiken. Lennart was zestien, dan verzet je je nog tegen je vader. Ik kon met mijn vader goed ‘bomen’. Maar ik wist dat-ie dieper kon en dat deed hij niet. Hij overleed jong, maar ik weet nog toen hij ziek en stervende was, dat hij zei: ‘Ik wou dat ik even met mijn vader kon praten’.”
,,In je evolutie als mens gaat het zo dat de zoon de vader moet kunnen verbeteren en andersom. Met Martijn heb ik nadien een hele goede band gekregen. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor. En dat is ook een openbaring voor me geweest. Ik kan over van alles met hem praten. Al naar gelang hij er zin in heeft; dat heeft hij van mij. Na verloop van tijd heeft Martijn me meegenomen naar concerten. Belde hij ineens op om naar het North Sea Jazz Festival te gaan. Zijn we samen muziek gaan ontdekken. Hij heeft me daarom deels uit de put getrokken.”
Ondertussen leefde er het onderhuidse verlangen naar nieuwe uitbreiding van het gezin. ,,Anja was nog jong toen Lennart overleed en Anja’s moeder was 45 toen ze nog een kind baarde. Als het idee al bij jezelf leeft en andere vrouwen er ook over beginnen dat het nog best zou kunnen, dan zal dat de wens versterken. Anja was 43 en raakte weer zwanger. Maar na 25 weken moest ze bevallen. Het kindje bleek niet levensvatbaar. Madelène, zo noemden we haar, heeft nog even geleefd…”
‘Het leek of we behept waren met ongekende kracht. Maar van het één op het andere moment was het over’
,,We hadden het terdege vooraf besproken met Martijn. En we waren sterk toen Anja weer zwanger was en het goed leek te zijn. Anja straalde. Het leek of we behept waren met ongekende kracht. Maar van het één op het andere moment was het over.”
,,Het was absoluut niet om iemand te vervangen. Meer een manier om het leven weer op te pakken. Om meerdere dingen te hebben om voor te leven. Ik weet niet of mensen dat kunnen begrijpen. Sommige mensen zullen een conclusie hebben getrokken, maar daar zit je niet mee. Het was een keuze. En belangrijk voor ons. Uiteindelijk belandden we weer in een dienst, een begrafenis in besloten kring. Je valt wel weer in de put. Maar je bent daar al geweest. Dat scheelt, merkwaardig genoeg. Want het was immers nog maar zo kort geleden. Uiteindelijk rest je de conclusie dat het niet zo mag zijn. Het gebeurt ook bij jonge ouders. We hebben het geprobeer
d en als het telkens mis gaat, ga je dat avontuur niet nog een keer aan.”
,,En nu, nu hebben we twee meiden rondlopen. Een tweeling. Pleegkinderen. Sinds drie jaar. Anja kwam met het gevoel, ze had er over gelezen. Dat zijn vrouwen. Aan mij was het eigenlijk al die tijd voorbij gegaan. Omdat er eerder een kindje op komst was geweest, zaten we al wel in die sfeer. Het is bizar, maar tegenwoordig geeft men al een cadeautje als je zwanger bent, dus we hadden al wat spulletjes gekregen en de baby was welkom. We vroegen ons af in welke kamer het zou gaan slapen. We waren al in zo’n ver stadium, vandaar naderhand de wens van Anja om pleegouder te worden.”
,,Dat moet je eerst weer bespreken met je zoon. Misschien zal hij denken: ‘wat heb ik voor een vader en moeder?’ Het is tenslotte een ‘Corn’… Maar ik moest er zelf ook goed over nadenken. Dacht ook van: waar komt ze nu mee aan? Tijdens de eerste bijeenkomst werd me al gevraagd hoe ik er terecht was gekomen. Je moet er open voor staan. Daarna hebben we meer bijeenkomsten bijgewoond. Zo’n stichting is enorm blij met je. Ondertussen kom je in een wereld die je niet kent: de pleegzorg. Je ziet filmpjes, leest, hoort verhalen. Bijvoorbeeld dat kinderen sterven door onhoudbare situaties. In Nederland. Zoiets zie je niet op het nieuws. Wij denken dat zoiets alleen in landen uit de Derde Wereld gebeurt.”
,,Iemand zei tijdens de bijeenkomst: ‘het is niet zoals dat je een tandem koopt’. Die uitspraak was voor velerlei uitleg vatbaar en zet je ook aan het denken. Je moet er met z’n tweeën op, stapt niet zomaar af en je ruilt ‘m niet eventjes in. Er zijn meerdere vormen voor pleegkinderen: noodopvang, voor drie maanden, voor onbepaalde tijd. Dat is bizar: je kunt kiezen. Op leeftijd, of je een jongetje of een meisje wilt, gehandicapt of niet.”
,,Als toekomstige pleegouders word je ook gescreend en ‘bepsychologiseerd’. Ik was vooraf gereserveerd. ‘Waarom bent u hier?’ Op die vraag zei ik dat ik met mijn vrouw mee was. Ik hield afstand. Maar dat werkt niet. Als je toestemt, moet je gaan. Dan moet je je totale liefde geven.”
,,Sommige pleegouders zijn wat ouder, kunnen niet meer zoveel hebben en willen er niet aan beginnen kinderen dagelijks om zich heen te hebben. Dat ging bij ons niet op. We hadden immers weer twee kinderen thuis. Zo voelde het. Martijn was inmiddels getrouwd en ook vader geworden, van Eva en Nick. Kleinkinderen tillen je gigantisch op. En met onze twee meiden erbij hebben we af en toe het huishouden van Jan Steen hier. Maar ik vind het prachtig.”
Humor
,,Twee meiden… Het proces kon beginnen. Ze kwamen uit een gebroken gezin en hadden een achterstand. Maar dat is niet meer. En je gaat jezelf hechten aan die kinderen. Ik was er wel huiverig voor. Sommige mensen zeiden: ‘wat doe je als ze op latere leeftijd bij je weg gaan?’ Maar als je hier aan begint, moet je dat voor 200 procent doen. En dan ga je van ze houden.”
,,Tuurlijk hebben we ook aan Lennart ‘gevraagd’ of hij het er mee eens was. Ons gevoel zegt dat hij het ons niet verweet. Anders zou je het ook niet doen, als het niet goed zou voelen. Ze zitten in dezelfde leeftijdscategorie als Eva, het dochtertje van Martijn. Dewi en Nina zijn vijfenhalf. Een ééneiige tweeling. Dat maakt het bijzonder en grappig. Daar zit humor in. Ik heb er absoluut geen spijt van dat het zo gelopen is. Het valt mezelf op, dat als iemand me naar de tweeling vraagt, ik begin te stralen.”
,,Het was Anja’s idee en in het begin kon ik het ook niet stallen, maar ik ben nooit bang geweest dat het tussen ons in zou komen te staan. Toen niet en ook niet toen ze bij ons kwamen, in januari 2006. En wat de toekomst betreft, moet je de ontwikkeling afwachten. Het lijkt er echt op dat deze meiden helemaal bij ons verder gaan opgroeien; ik zie ze als mijn kinderen en zo moet het zijn. Anders kan het ook niet. Hoe apart het ook klinkt.”
,,Het gaat allemaal in de wetenschap dat ze een moeder hebben, waaraan Anja met de tweeling een maandelijks bezoek aflegt. We proberen ondertussen veel aan de weet te komen, wat het verleden van het gezin betreft. En als de kinderen er aan toe zijn, komen ze vanzelf met vragen en kunnen we het hen dosisgewijs, de leeftijd in ogenschouw nemend, vertellen. Het is echt een verrijking voor mijn leven. Er loopt een procedure om het voogdijschap te krijgen. En daarmee kan ik gerust voor de pleegzorg pleiten. Want mensen die, net als wij, de ruimte hebben en voelen, zouden het eigenlijk ook moeten doen.”
,,Je moet het allemaal op je af laten komen, over valkuilen gaan nadenken doe ik niet. Je staat wel eens stil bij bepaalde facetten van de opvoeding en wat je te wachten staat, maar dat moet je loslaten en zeker niet in paniek raken. Tenslotte onderga je met je eigen kinderen dezelfde ontwikkeling. En er kan van alles gebeuren met kinderen, dat weten wij als geen ander. Maar dat is geen reden om jezelf te onttrekken aan het leven. Het leven moet je leven.”
Tja. Wat moet je nog vertellen…
‘Ik wil nieuwe liedjes in eigen beheer uitbrengen’
Volgende week zaterdag staat Jaap Veerman in het Jozefgebouw garant voor een muzikale reis, die het gevoel van nostalgie zal aanwakkeren, gezien het thema ‘Remember the good times’. Op 21 maart zal hij worden begeleid door de band Tilt.
,,Tot de ramp zich voltrok in 2001 was ik nog altijd professioneel muzikant. Met Canyon speelden we niet zo vaak meer in Volendam, maar door heel Nederland. Na het overlijden van Lennart werden uiteraard de optredens gecancelled. Maar na een maand moesten we alweer het podium op. Het ‘feestgebeuren’ hielden we nog even af, we deden alleen de popavonden. Ik heb het wel geprobeerd, zo’n feest, maar ik ging ‘dood’ op de bühne, het was totaal misplaatst.”
,,En mensen dachten en zeiden: ‘wat is-ie sterk’. Maar ze moesten eens weten. Je speelt een spel als artiest en ik was 23 jaar lang prof. Dan gebeurt je zoiets. En kwam ik in de molen terecht van ‘een man moet werken’. Totdat ik totaal instortte.”
,,Het frappante was dat ik van jongs af aan muziek had gemaakt en zelf ook gek was van muziek, maar nu kon ik er geen enkele troost in vinden. Ik draaide niets. Mensen om me heen drongen bij me aan om weer muziek te gaan maken. En ergens diep weggestopt voelde ik ook wel iets in die richting, maar het was kapot. Ik kon de frequentie, de snaar, niet vinden als ik wel eens iets luisterde. Mijn gitaar verdween voor een paar jaar in de koffer. Terwijl ik tijdens enkele optredens na de Nieuwjaarsbrand zong als nooit tevoren. Maar ik kon er geen kracht uit putten. Het applaus hoorde ik niet, ik ging langzaam maar zeker kapot.”
,,Klaarblijkelijk moet zoiets dan als het ware opnieuw beginnen. Mede dankzij Martijn gebeurde dat, die me, misschien bewust, naar concerten meenam. Drie jaar had ik niets gedaan met muziek. Ondertussen schreef ik wel wat teksten over mijn gevoelens. Want wellicht zouden ze ooit nog bruikbaar zijn. Het borrelde ergens onderin, ik ging er weer kracht uitputten en ontdekte bijvoorbeeld recente cd’s van Leonard Cohen, wiens teksten dieper gaan dan de liefde.”
,,Het proces verliep langzaam. Ik probeerde het in een bandje met zoon Martijn, maar dat strandde. Wel leuk, maar het leeftijdsverschil speelt toch mee. Het was bij repeteren gebleven, maar vormde wel een startje. Tot Jan Mühren me vroeg mee te doen aan het ‘Concert van de Eeuw’, in De Opperdam. Tijdens het oefenen bleek dat ik ‘Mooi Volendam’ niet meer kon zingen. Het ging vals, alsof het niet meer kon. ‘Jersey girl’ van Bruce Springsteen bleek een goede keuze voor mezelf. Ik gooide alles eruit en heb daar ontzettend veel reacties op gekregen. Van jongens ‘in de twintig’, die eigenlijk niet eens wisten wie ik was, tot vrouwen ‘in de zestig’, die me kenden van vroeger. Vooraf had ik een gigagrot
e onzekerheid. Kon ik het nog wel? Ik stond er, maar stond er ook niet, op dat podium. Het maakte ongekende emoties los.”
,,Ondertussen was Nederlandstalige muziek razend populair geworden. Mensen in het stadskantoor vroegen ‘wanneer ga jij nou weer plaatjes maken?’ Ik vond het moeilijk om de bevestiging aan te nemen. Ik twijfelde of ik er nog wel aan moest beginnen. Ik ben 52, dan zit je niet meer tegen de jeugd aan.”
,,Je gaat terugdenken aan hoe het daarvoor ging. Met Canyon hebben we vier jaar platen gemaakt en voor tv en radio opgetreden, maar die wereld – de commerciële – was niet de mijne. Misschien dat het daarom ook nooit doorgezet heeft na de doorbraak. Bovendien zaten we in de verkeerde tijd. Nederlandstalig was toen ‘not done’. Je moet je in dat wereldje kunnen manoeuvreren; wij wilden vooral muziek maken die we zelf leuk vonden om naar te luisteren. Datzelfde doen Jan Smit, Nick & Simon en de 3Js trouwens tegenwoordig ook. Die staan achter hetgeen ze maken.”
,,Zelf ben ik op het punt aangeland dat ik iets met mijn liedjes wil doen. Het materiaal is klaar en ik wil het – verantwoord – in eigen beheer uitbrengen. Als ik het zo doe, hoef ik mezelf niet op het commerciële pad te begeven. Al zal ik voor het uitgeven ervan wel op zoek moeten naar sponsors. En al is er een kredietcrisis, ik weet absoluut zeker dat het me gaat lukken. Maar ik zal het wel zélf moeten doen. Daar hoeft geen manager bij. Ik ben perfectionistisch, het zit in mijn hoofd hoe ik het wil. Ik weet dat er mooie liedjes tussen zitten. Ik heb niet de X-factor, maar ik hoef er ook niet mijn brood mee te verdienen.”
,,Je ziet het aan de 3Js. Die willen de diepte in met hun muziek. Maar dan heb je toch weer de commerciële wereld nodig, anders red je het niet. Mijn wens is dat er straks een volwaardig product komt, waarmee ik hoop mensen te bereiken. Met Canyon behoorden we eigenlijk tot de grondleggers van de Nederlandstalige muziek; nu hoor je niet anders, vooral hier in Volendam. Dat was toen niet denkbaar.”
,,Voor m’n gevoel staan er dingen te gebeuren. Ik ben sinds kort ook weer te boeken via George Thé (Volendam Music, EV). Connecties van vroeger hebben me gevraagd met Tilt op te treden. En dat wordt leuk. Met nummers van Van Morrison, THEM, Joe Cocker, we hebben er zelfs blazers bij. En uiteraard wat liedjes van Canyon, zoals ‘Kleine vlinder’. En we hebben destijds met Canyon iets gedaan met een uitspraak van Cees Veerman (poes), toen hij wilde stoppen met The Cats en zei ‘Ik wil niet meer’. Geen camera’s, geen auto’s, geen spotlights meer. Daar hebben we een song over gemaakt. We zochten toen al meer de diepte en dat gebeurt ook met mijn nieuwe werk. Ik ben nu heel serieus, niet meer honderd procent dezelfde, maar mijn humor is terug. Het heeft lang geduurd, maar ik kan weer voor mezelf kiezen. En ik ben weer actief.”