Klankbordgroep begrafenisfonds gaat feiten liever uit de weg
Klankbordgroep begrafenisfonds gaat feiten liever uit de weg
Vorige week woensdag verscheen in deze krant de evaluatie van de klankbordgroep van het begrafenisfonds. Deze klankbordgroep had onder andere tot taak om het beleid te evalueren dat het fonds in het verleden heeft gevoerd. Op die manier zou over zaken van het verleden meer helderheid moeten worden verkregen. Maar heeft de klankbordgroep zich ook van die taak gekweten?
Rapport niet afgestemd met nabestaandenvereniging
Vooraf merk ik op dat in het rapport ten onrechte is vermeld dat dit mede namens de nabestaandenvereniging is opgesteld. Het rapport is namelijk niet afgestemd met mij als voorzitter, noch met de achterban van de vereniging. Wel is mij gevraagd een juridische analyse aan te leveren. Daar heb ik in november vorig jaar een aanzet voor gegeven in overleg met een – eveneens juridisch onderlegde - adviseur van de seniorenraad die goed thuis is op het terrein van bestuurdersaansprakelijkheid. Onze conclusie was dat wij niet graag in de schoenen van het fondsbestuur zouden staan als de zaak voor de rechter zou worden gebracht. Namens de klankbordgroep ontvingen wij een bedankje voor onze ‘uiterst nuttige bijdrage’. Vervolgens zijn die aanzet en uitwerkingen daarvan besproken in vergaderingen van de klankbordgroep. In gesprekken die ik in die periode voerde met meerdere leden van de klankbordgroep werd aangegeven dat zij vonden dat mijn bijdrage in het rapport moest worden verwerkt. Omdat ik verder niets meer hoorde, ging ik ervan uit dat dit ook zou gebeuren.
Klankbordgroep laat het bij ‘vraagtekens’
Toen ik het rapport op de avond vóór publicatie kreeg toegezonden, zag ik tot mijn verbazing dat van de juridische analyse niets was opgenomen in de evaluatie. Ik las een vergoeilijkend verhaal waarin het fondsbestuur ook nog een aantal complimenten werd gemaakt. Wel plaatste de klankbordgroep ‘vraagtekens bij de noodzaak tot de bouw van het mortuarium in de huidige vorm, de belasting daarvan op het geringe eigen vermogen (met name in het licht van de toen aanwezige financiële situatie) en het ontbreken van de communicatie hierover met de achterban.’
Maar dit waren nu juist de belangrijkste vragen die beantwoord moesten worden. De bouw van het mortuarium was immers de financiële nekslag waardoor het fonds niet meer in staat was de deelnemers in de toekomst een uitkering bij overlijden te betalen. Gezien haar taak helderheid te scheppen over wat in het verleden is misgegaan, had de klankbordgroep het op dit cruciale punt niet bij vragen kunnen laten.
Meer begrip voor fonds dan voor gedupeerde deelnemers
Maar waarom heeft men die vragen dan onbeantwoord gelaten? Wat je wel vaker ziet in dit soort situaties, is dat zich een verstandhouding ontwikkelt tussen de onderzoekers en de organisatie die onderzocht wordt. Als je elkaar veelvuldig spreekt (de klankbordgroep is al bijna 2 jaar bezig), dan krijg je feiten en achtergronden te horen die meer begrip oproepen, ook al hebben betrokkenen juridisch misschien een scheve schaats gereden. Hierbij moet worden bedacht dat de klankbordgroep niet alleen het gevoerde beleid moest evalueren, maar ook adviseerde over lopende beleidsvragen. Als je samen intensief en constructief overleg voert over een beter beleid dan is het vervelend om je gesprekspartner in een evaluatie hardhandig te moeten herinneren aan fouten in het verleden. En ook de kerk waar het fonds onder valt (die met twee leden in de klankbordgroep zat), hoort liever iets anders. Het verraste mij dan ook niet toen ik uit de mond van een van de klankbordgroepleden hoorde dat hij bang was een wissel op de toekomst van het fonds te zullen trekken, als hij de verwijten die het fonds volgens hem zeker konden worden gemaakt, onomwonden zou laten horen. Ik heb hierop geantwoord dat ik het met hem eens was dat een onnodige escalatie moest worden voorkomen, maar dat de 13.000 deelnemers aan wie het fonds nooit verantwoording heeft willen afleggen (zelfs de jaarverslagen hield men geheim) er recht op hadden dat nu wel verantwoording zou worden afgelegd.
Alleen seniorenraad vond dat fonds verantwoording moest afleggen
Die verantwoording is dus niet gegeven. De meerderheid van de klankbordgroepleden wilde zelfs liever helemaal geen kritisch geluid laten horen in het evaluatierapport. Het is te danken aan de vasthoudendheid van de vertegenwoordigers van de seniorenraad dat het fondsbestuur is opgeroepen tenminste zijn verontschuldigingen aan te bieden. Maar de meerderheid wilde niet verder gaan dan een ‘vorm van verontschuldiging’ voor het gebrek aan transparantie en communicatie en niet voor het gevoerde financiële beleid. En het fonds mag ook zelf bepalen hoe ze die verontschuldiging aanbieden.
Volgens het evaluatierapport waren de financiële problemen van het fonds hoofdzakelijk aan onze voorouders te wijten die in het verleden te weinig premie hebben betaald. Maar wat er niet bij wordt gezegd, is dat het fonds die voorouders al in 1996 de schuld gaf van de financiële problemen. De naturaverzekering is toen vervangen door een veel lagere uitkering bij overlijden. En de hoogte van die uitkering was berekend door financiële deskundigen (actuarissen) op basis van het beschikbare kapitaal. Dan kun je nu natuurlijk niet aankomen met het verhaal dat het nog steeds allemaal de schuld is van onze voorouders.
Het geld is weg, maar dat hebben anderen gedaan
En als actuarissen je hebben uitgelegd dat het kapitaal dat je in kas hebt, nodig is om in de toekomst uitkeringen bij overlijden te kunnen betalen, dan is het toch wel raar als je dat kapitaal in een nieuw mortuarium stopt. Want dan kun je op je vingers natellen dat er een moment komt dat je de premiebetalers moet melden dat je niet meer in staat bent de toegezegde uitkering bij overlijden te betalen. En hier kon ook de klankbordgroep niet omheen, gezien zijn vraagteken bij de belasting op het geringe eigen vermogen die het gevolg was van de bouw van een nieuw mortuarium.
Niettemin hoeft het fonds zich volgens de klankbordgroep niet te verontschuldigen voor het gevoerde financieel beheer. Het geld is grotendeels weg maar dat hebben anderen gedaan. Naast onze voorouders die te weinig premie hebben betaald, wordt ook de gemeente genoemd met al haar brandveiligheidsvoorschriften waardoor het mortuarium zoveel heeft gekost. Maar ook zonder die extra kosten had het fonds kunnen begrijpen dat het zich met zijn geringe eigen vermogen geen nieuw mortuarium kon veroorloven. En het is van algemene bekendheid dat dit soort bouwprojecten meestal duurder uitvalt dan begroot.
En helemaal onbegrijpelijk is dat het niet bij het bestuur is opgekomen de premiebetalers te vragen of ze liever een nieuw mortuarium hadden dan de toegezegde uitkering bij overlijden. In de evaluatie wordt gesteld dat er meer draagvlak zou zijn geweest voor een nieuw mortuarium als het bestuur afstemming had gezocht met de achterban. Maar ik waag te betwijfelen of de premiebetalers daar hun uitkering bij overlijden voor over zouden hebben gehad. En dat te meer omdat er alternatieven waren voor een nieuw mortuarium, zoals de ruimte in de Kruispuntkerk. In een artikel van 8 oktober 2008 in deze krant schrijft het fonds daarover dat men, mede uit praktische overwegingen, heeft gekozen voor een nieuw mortuarium dichtbij de kerk en de begraafplaats. Maar was dat geen luxe overweging in het licht van de (voorzienbaar) veel hogere kosten van een nieuw mortuarium? De klankbordgroep laat het ook hier bij een vraagteken, en wel ‘bij de noodzaak tot de bouw van het mortuarium in de huidige vorm’.
Weggelaten informatie
En het fonds had niet alleen geen boodschap aan de eigen deelnemers. Ook stoorde het zich niet aan het bisdom dat volgens kerkelijk recht toestemming moest geven voor de bouw van het mortuarium. Op 12 juli 2005 ontving het bestuur van de Vincentiusp
arochie een brief van het bisdom waarin een vernietigend oordeel werd uitgesproken over de rechtmatigheid van het handelen van het fondsbestuur. Maar dat vond de klankbordgroep niet vermeldenswaard, want je leest er niets over in het rapport. En ook andere informatie die een minder rooskleurig beeld geeft van de situatie, vind je niet terug in het rapport. Zo lees je niet dat in het accountantsonderzoek van het fonds flinke slagen om de arm zijn gehouden en dat dit geen betrekking heeft op de periode waarin het fonds de financiële controle zelf deed. En als men schrijft dat ‘de in rekening gebrachte grafrechten en de prijs van de uitvaarten laag zijn in vergelijking met andere voorbeelden’, vergeet men gemakshalve dat er ook voorbeelden zijn uit de regio waaruit blijkt dat die prijzen hoog zijn. En het moge dan zo zijn dat het fonds met Aegon een ‘hele goede deal’ heeft gesloten en dat we een korting krijgen op de grafrechten, maar het plaatje zou er voor de deelnemers heel wat beter hebben uitgezien als het fonds de 1,8 miljoen euro plus rente nog in kas had gehad die is opgegaan aan het mortuarium.
Aanvullende evaluatie, maar dan door professionals die afstand kunnen houden
Gedupeerde deelnemers die hun recht zoeken, zijn bij de klankbordgroep duidelijk aan het verkeerde adres. De klankbordgroep is namelijk van mening dat ‘dergelijke handelingen slecht zijn voor de Volendamse gemeenschap en de kerkgemeenschap in het bijzonder.’ Maar wat veel slechter is voor de gemeenschap is dat 13.000 deelnemers die jarenlang niet serieus genomen zijn door het fonds, nu ook niet serieus genomen worden door de klankbordgroep die het beleid van het fonds moest evalueren. Daarmee vergroot de klankbordgroep de kans op juridische procedures en heeft het rapport dus een averechts effect. Als fonds en bisdom procedures willen voorkomen, doet men er daarom verstandig aan een aanvullende evaluatie te laten plaatsvinden, maar dan door professionals die er onafhankelijk in staan. Mede op basis van de informatie die de klankbordgroep heeft ingewonnen, kunnen dan alsnog de vragen worden beantwoord die in het rapport onbeantwoord worden gelaten.
En het fondsbestuur doet er verstandig aan gevolg te geven aan de oproep de Volendamse gemeenschap excuses aan te bieden en dan ook voor het in het verleden gevoerde financiële beleid. Niet minder dan 1100 dorpsgenoten hebben het fonds en het bisdom aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. Het is uiteraard aan deze mensen zelf of ze genoegen willen nemen met excuses. Zoals in het rapport van de klankbordgroep is te lezen, zal de seniorenraad eventuele juridische acties namens zijn leden coördineren. Gezien zijn kritische rol in de klankbordgroep ga ik ervan uit dat deze taak bij de seniorenraad in goede handen is.
Met dank voor plaatsing
Klaas Bond