Frans Adelaar: Tussen emotie en ratio (foto)
Tussen emotie en ratio
De wond was nog vers, toen Sparta aan de lijn hing. FC Volendam-trainer Frans Adelaar schakelde snel, zette de emotie opzij en koos voor het verstand, voor zijn ambitie. ,,Ik snap de teleurstelling bij de Volendammers. En heb niet de illusie dat ik iedereen kan overtuigen van mijn keuze.” 
Zijn laatste werkdag; Frans Adelaar staat vroeg op om zich nog één keer in de koffiekamer te begeven. Tussen de wijze mannen, de oud-voetballers, de clubmedewerkers en de kaarters. ,,Dit is uniek in de voetballerij.” In zijn royale zetel van zijn kantoortje, met uitzicht op het kunstgrasveld waar zoveel ‘herboren gevoel voor FC Volendam’ werd bewerkstelligd, bladert hij even later terug in het dagboek. En ziet zichzelf het veld aflopen na de eerste grote deceptie, thuis tegen FC Groningen, op 3 mei.
Op één lijn
,,Zij scoren in de laatste seconde en ik had vernomen dat ADO op winst en Roda op gelijkspel stond. Dat viel gelukkig mee, want die scores veranderden in de slotfase.” Onderwijl hij zijn ploeg voorbereidde op het allesbeslissende weekeinde, kwam de KNVB met nieuws. ,,Klaas Smit stuurde me verheugd een sms toen de voetbalbond besloten had om ook de nummer negen door te laten naar de play-offs. Hij dacht aan de drang van Vitesse en een eventuele nederlaag van ADO. Aan plaats vijftien dus. Ik dacht aan Feyenoord, dat zich daardoor al geplaatst wist. Maar we konden er niks mee, we waren bezig met de voorbereiding.”
Vervolgens kwamen de keuzes: de beste elf voor een heet middagje op De Vijverberg. ,,Ik vraag altijd aan de stafleden ‘hoe zou jij het doen?’Met die staf zaten we op één lijn, geen twijfels, geen discussie. Een week eerder hadden we het anders gedaan met de backs, maar ik verwachtte dat De Graafschap anders zou spelen dan Groningen”, verklaarde hij de keuze om Kelvin Maynard te laten spelen.
,,En bij het wegvallen van Rowin van Zaanen dacht ik meteen aan Furdjel Narsingh, die goed was ingevallen in de vorige twee wedstrijden.” Ook Jack Tuyp en Melvin Platje kwamen voorbij in de overweging. ,,Gerson Sheotahul is op zo’n moment een betere keuze om de bal vast te houden en het middenveld bij te laten sluiten. Ik wilde Platje achter de hand houden. In de eerste minuut zijn alle verdedigers van de tegenpartij fit en heeft zijn stijl minder effect. En doorvoetballen met Platje als spits gaat ook minder goed; als invaller moet de tegenstander zich volledig op hem instellen.”
,,Zoals Graafschap begon, dat zouden ze geen wedstrijd lang volhouden, zoveel opportunisme. Na twintig minuten kregen we meer grip en kansen. Ab Plugboer stond in verbinding met betrekking tot de wedstrijden op de andere velden. Toen snel de 1-0 van Roda viel, wilde ik dat het niet op de spelers zou overslaan. Maar na de 2-0 heb ik in de rust duidelijk gemaakt, dat er maar één ding op zat: winnen.”
,,Voor het eerst heb ik in de rust een speler uitgelegd (Aaron Meijers, EV) waarom ik hem heb gewisseld. Niet omdat hij slecht speelde, maar we hadden meer power nodig. Platje kwam erin en hij heeft een chemie met Gerson Sheotahul, omdat ze regelmatig samen in het tweede hebben gespeeld. We startten furieus. Maar toen kwam dat curieuze doelpunt. Waarbij de vierde man uitging van tv-beelden, dat kan niet. Of je moet het een heel seizoen lang doen. Ik probeerde vooral de teleurstelling bij de spelers weg te halen: we moesten immers twee keer scoren.”
‘Zo’n jaar als dit, dat is uniek, dat heb ik nooit eerder meegemaakt en zal ik nooit meer meemaken’
,,Jack kwam er in en met prima aanvalsspel kwamen we op 1-2 en lonkte zelfs de 1-3. Tuurlijk heb ik overwogen om een spits in te ruilen voor een verdedigende middenvelder, maar dan geef je eigenlijk – zo ver voor het einde – een signaal aan je ploeg af dat ze achteruit moeten lopen, dat we de 1-2 gaan verdedigen. Dan roep je het over je zelf af.”
De 2-2 viel, verdwaasd doolde hij rond. ,,Na het eindsignaal liep ik het veld in met de gedachten dat ik vanuit De Kuip zou horen dat het 3-3 was geworden tegen Roda. Want dit kon toch niet. Ik had ongeloof, ook in de catacomben vroeg ik steeds of het al afgelopen was. In de kleedkamer heb ik wezenloos voor me uit zitten staren, minutenlang, tot voorzitter Henk Kras binnenkwam en vroeg of hij iets mocht zeggen. Wat hij netjes verwoordde. De knoppen moesten om, want ik moest naar de pers. Als een geslagen hond deed ik mijn plicht, kon ik me nog afsluiten om helder mijn verhaal te doen. Waarbij ik merkte dat bij De Graafschap geen feestgevoel heerste, maar de teleurstelling dat we niet allebei ‘door’ waren.”
,,Er ging van alles door mijn hoofd, ook in de bus, ook toen ik alleen naar huis reed. Toen brak ik; daarvoor kon ik al janken, maar blokkeerde ik steeds. Dat is misschien mannelijk. Je vermant jezelf liever, terwijl jezelf uiten goed is. Zo ben ik echter opgevoed en ik denk dat generatiegenoten van mijn ouders gewend waren verdriet weg te stoppen. Maar een traan laten als mens is goed, ook als je een kerel bent...”
,,Ik merkte dat ze thuis overleg hadden gehad over hoe mij op te vangen. Ik moet zeggen dat de teleurstelling omsloeg in woede. Het onrechtvaardige gevoel. De club had beloond moeten worden. Waarom niet? Met beperkte middelen, ook toen de prestaties minder werden, bleef het rustig en werden er tussentijds geen spelers bijgehaald. En werd de hand niet bij overheden opgehouden voor financiële steun. Een leuk elftal, voorbeeldig gedrag van supporters; ik dacht: dit is de kans dat het ook op zo’n manier kan in de eredivisie. Uiteindelijk vlieg je eruit en krijgen de opportunisten toch nog gelijk. Dat vergelijk ik met het verliezen van een jonge dierbare. Het waarom, want er lopen zoveel rotzakken rond die eerder gehaald zouden moeten worden. Maar zo werkt het niet.”
,,Ik had er meer last van dat toen ik met FC Utrecht de beker misliep. Vervolgens ga je bellen met Peter Wijker en Henk Kras om een plan de campagne te maken, in de hoop het viertal ervaren spelers, waarvan het contract afliep (Tim Bakens, Dominique van Dijk, Paul de Lange en Gerry Koning) te behouden. Dan zou je een goed fundament hebben voor komend seizoen. Woensdagochtend heb ik eerst nog een uitzending van ‘Heen en Weer’ zitten bekijken, met tevens beelden van die zondag. Zat ik weer met tranen in mijn ogen.”
Verwerkingsproces
,,Daarna gooide ik een balletje op bij de vier jongens. ’s Middags kwam ik thuis en ging de telefoon: Sparta. Dat is raar. Want dan stokt je verwerkingsproces. Zo sta je te praten over volgend seizoen met je selectie, heb je het goed naar je zin, loyale collega’s, een fijne selectie met doorgroeipotentie, de steun van supporters. Dan kijk je verder: er is de onzekerheid van wie er blijven, van hoe er wordt gereageerd als het seizoen niet brengt wat er wordt verwacht, wat zijn dan de mogelijkheden? Heb ik dan nog een club? Ik was beschadigd en Volendam heeft me een kans gegeven waar ik ze enorm dankbaar voor ben. En zo’n jaar als dit, dat is uniek, dat heb ik nooit eerder meegemaakt en zal ik nooit meer meemaken. Ik heb ook in mezelf geïnvesteerd en was zo graag met Volendam de eredivisie in gegaan.”
Sparta streepte hem eerder van de kandidatenlijst toen hij vervroegd bij Volendam verlengde, maar zag zijn kans nu schoon en kocht zijn contract af. ,,Je bent gevleid als zo’n aansprekende club belt. Kunt twee jaar in de eredivisie tegen een hoger salaris werken. Ik ben niet naïef, weet ook wat er bij zo’n club kan gebeuren als het minder gaat. Zoals ik ook niet kortzichtig ben en het verhaal Volendam teveel romantiseer. Ik zat eens in Griekenland bij een club, toen een eredivisionist vanuit Nederland een driejarige aanbieding deed. De Grieken wilden me niet laten gaan, dus ik wimpelde de interesse af. Drie weken later was ik ontslagen…”
,,Ik weet inmiddels hoe ik met dergelijke situaties om moet gaan. Heb de feeling om spelers en supporters te binden. Ben veranderd als trainer. In mijn benadering naar spelers, naar pers. Kan omgaan met onrust. De scherpe kantjes zijn er vanaf, dat is ervaring. Van Gaal, Hiddink, Adriaanse, Advocaat, ze hebben ook dergelijke tegenslagen gehad op jongere leeftijd als trainer. Ik ben pas 48. Door mijn functioneren hebben ze ‘bovenin’ ook vertrouwen gehouden en zijn ze rustig gebleven. Ik had vooraf geen angst dat het fout zou gaan en dat dat het einde van mijn carrière kon betekenen. Angst om te verliezen doet verliezen. Welke trainer gaat na nul punten uit zeven wedstrijden nog aanvallender spelen?”
,,Of ik hier ooit terugkeer? Wie weet, ik bewaar alleen maar mooie herinneringen en adviseer alle collega’s om te solliciteren op deze job. Dit is een mooie club. De supporters hebben om uitleg gevraagd en dat heb ik in een open brief gedaan, daar hebben ze recht op. Ik heb begrip voor iedere interpretatie, heb niet de illusie dat ik iedereen kan overtuigen waarom ik deze keuze heb gemaakt.”
Hij staat op en gaat een andere kamer binnen, voor medisch en technisch overleg. Waarna de seizoensafsluiting volgt in De Dijk, met spelers en vrouwen. Dan is hij weg. Na slechts één jaar. ,,Een héél jaar”, doelt hij op het gewicht van de voorbije twaalf maanden.
,,Het is niet definitief, zo voel ik het niet. Het is de voetballerij, het leven. Ik heb me hier altijd op mijn plek gevoeld…”