‘Mijn zoon was verslaafd aan coke’
‘Mijn zoon was verslaafd aan coke’
Ruud raakte als puber verslaafd aan cocaïne. Zijn moeder Gary had niets door. Inmiddels herkent ze drugsgebruikers moeiteloos. Ze richtte Moedige Moeders op, om andere vrouwen te waarschuwen.
“Ik ben bijna zestig. De meeste vrouwen van mijn leeftijd zijn oma, of willen het worden. Ik hoop met heel mijn hart dat ik nóóit oma word. Verslaving is namelijk voor een groot deel erfelijk. Als ik dat vroeger had geweten, had ik nooit een kindje gemaakt. Dat klinkt hard, maar ik meen het wel. Ruuds vader had een drankprobleem en mijn vader ook. Ruud had dus aanleg om een verslaving te ontwikkelen. Ook ik heb die verslavingsgenen in me. Ik kon net zo slecht zonder mijn zoon, als Ruud ooit zonder coke. Hem loslaten was onmogelijk voor mij. Ik was verslaafd aan mijn kind, en niet zo’n beetje ook. Inmiddels is Ruud 28 en al enige tijd clean. Hij heeft een baan, een huis, een vriendinnetje en als hij bij mij over de vloer komt, hoef ik mijn portemonnee niet meer te verstoppen.
Toch blijf ik bang dat hij een keer een terugval krijgt. Verslaafd blijft hij namelijk zijn hele leven. Dat weet ik nu, maar toen Ruud een puber was, wist ik helemaal niets van verslaving of drugs. Toen hij na school steeds afwezig thuiskwam, een bleek gezicht en geen eetlust had, dacht ik dan ook dat hij busziek was. Mijn zoon aan de drugs? Kom nou, zo’n rustige, verlegen jongen als hij? Inmiddels weet ik dat juist die kinderen verslaafd raken, niet de populaire jongens. Ruud zag er netjes uit en praatte zonder accent, in tegenstelling tot de meeste andere jongens in Volendam. Bovendien was hij een kind van gescheiden ouders, wat in ons dorp in die tijd ook niet veel voorkwam. Hij was anders dan de rest, terwijl je op die leeftijd niets liever wil dan bij de groep horen. Door drugs te gebruiken, kreeg Ruud wél erkenning.
Zombie
Het bewijs dat Ruud coke gebruikte, kwam toen ik een wikkel op zijn kamer vond. Hij was toen achttien en al bijna vier jaar aan de drugs. Daarvoor waren er natuurlijk genoeg aanwijzingen, maar als moeder wil je zoiets niet zien. Toen eenmaal duidelijk was dat Ruud verslaafd was, had ik geen idee hoe ik hem daar vanaf moest helpen. Ik klopte aan bij de regionale verslavingskliniek, maar daar stuurden ze me weg met een foldertje. Cocaïne was voor oude mannen zeiden ze, en bovendien helemaal niet verslavend. Ik was met stomheid geslagen. Als zij me al niet wilden helpen, wie dan wel? Ten einde raad gaf ik Ruud een ticket om een jaar te gaan backpacken in Australië. Als ik hem wegstuurde, zou het vanzelf wel over gaan, dacht ik. Maar na die vakantie ging Ruud vrolijk verder met gebruiken. Een verslaafde kan best een periode zonder drugs, zolang hij weet dat hij op een gegeven moment weer verder kan gaan. Het werd me steeds duidelijker dat ik Ruud niet kon helpen. Sterker: door mijn ‘hulp’ zakte hij alleen maar verder weg. Het is moeilijk om te accepteren dat je je kind niet kunt helpen.
Sommige moeders leren het nooit. Die denken: ik kan hem toch niet zomaar op straat zetten, hij moet toch eten? Maar uiteindelijk help je alleen de dealer, niet je kind. Eenmaal daarvan overtuigd, heb ik een knop omgezet. Van mij kreeg hij niks meer. Toen hij me dus smeekte om geld, omdat de dealers anders zijn benen zouden breken, weigerde ik. Op dat moment hóópte ik zelfs dat het zou gebeuren, dan zag hij tenminste in dat er iets moest veranderen. Ik was mijn zoon toch al kwijt. Hij was een zombie die geld van me stal, niet de Ruud die ik kende.
Media
Maar er gebeurde niets en Ruuds verslaving werd alleen maar erger. Op een gegeven moment besloot ik met mijn verhaal naar de media te gaan. Opeens wist het hele land dat Ruud verslaafd was, en dat dat in Volendam wel vaker voorkwam. Natuurlijk zijn er mensen geweest die vonden dat ik de goede naam van ons dorp door het slijk haalde. Omdat die Gary haar zoon niet kon opvoeden, moest heel Volendam lijden, zeiden ze. Alsof alle kinderen van gescheiden of werkende moeders verslaafd raken! Inmiddels krijg ik geen negatieve reacties meer. Ze zien nu dat het Ruud alleen maar goed heeft gedaan dat ik op deze manier hulp heb gezocht. Hij heeft nog een tijdje in een verslavingskliniek in Schotland gezeten, maar begon ook daarna weer met gebruiken. Uiteindelijk lukte het hem pas om van de drugs af te blijven toen hij zelf inzag dat hij fout bezig was.
Zelf heb ik soms nog wel spijt van mijn mediaoffensief. Ruud is nu geen anonieme verslaafde meer, en dat levert problemen op, bijvoorbeeld bij het zoeken van een baan. Verslaafd zijn is in Nederland nog echt een taboe. Aan de andere kant ben ik ontzettend blij dat ik naar de media ben gestapt. Nu weet iedereen dat het drugsprobleem groter is dan we denken, en zullen meer moeders de symptomen herkennen bij hun kind. Ik heb Moedige Moeders opgericht omdat ik in die tijd snakte naar voorlichting, terwijl die nergens te vinden was. Nu kunnen mensen bij verschillende vestigingen van Moedige Moeders terecht voor informatie en contact met andere ouders. Daarnaast zetten we ons in voor betere voorlichting en wetgeving op het gebied van drugs. Door het boek Cokepunt, dat ik samen met Ruud heb geschreven, kunnen andere moeders hopelijk wél vroegtijdig inzien dat hun kind verslaafd is en hulp nodig heeft. Natuurlijk weet ik dat zoiets moeilijk is. In Volendam gebruiken veel jongeren drugs, maar vrijwel alle moeders zeiden tegen mij dat ‘haar kind daar gelukkig niet bij hoorde’.
Andere wereld
Inmiddels hebben we al veel bereikt met Moedige Moeders. Er komt betere hulpverlening, een beter drugsbeleid en betere klinieken. Ik hoop op een algeheel verbod, het rookverbod zorgt er immers ook voor dat meer mensen stoppen met roken. Er is nog nooit een drugsgebruiker overleden zonder ooit begonnen te zijn met een ‘onschuldig’ jointje. Preventie is een groot struikelblok. Door de huidige voorlichting op scholen worden jongeren alleen maar nieuwsgierig gemaakt naar drugs. Leraren en psychologen zouden daarom getraind moeten worden om drugsgebruikers te herkennen. Ook moeders moeten worden bereikt. De pubers van nu leven in een totaal andere wereld dan wij, daar hebben we geen flauw benul van. We hopen daarom dat er steeds meer moeders vroegtijdig hulp zoeken, zodat ze een verslaving kunnen voorkómen. Helemaal voorkomen zal nooit lukken, maar hoe jonger je erbij bent, hoe meer kans je hebt om nog iets te redden.
Voor Ruud is dat te laat. Hij is nog steeds verslaafd, hij gebruikt alleen niet meer. Eén klein foutje en hij is weer terug bij af. De laatste tijd realiseer ik me hoeveel we gemist hebben samen. Maar het belangrijkste is dat hij nu weer gelukkig kan zijn, we moeten nog zoveel inhalen...”
Herken een drugsgebruiker
• Doorgaan tot de vroege ochtend, zonder een kater te krijgen.
• Overdag slapen als een blok, niet wakker te krijgen.
• Weinig trek in ‘normaal’ eten, alleen in zoetigheid.
• U niet meer recht in de ogen kijken, rusteloos zijn.
• Smoezen bedenken om maar niet aan het gezinsleven te hoeven deelnemen.
• Een grauwe huidskleur en veel afvallen.
• Steeds verkouden zijn, vaak met bloedneus.
• Grote pupillen en glanzende ogen.
• Altijd geld tekort, soms stelen.
Kijk ook eens op www.moedigemoeders.nl en lees Cokepunt, verslaafd (aan je) je kind, door Gary Kok en Ruud Hansen (uitgeverij De Boekenmakers, 14,95 euro)