Naar ik heb begrepen, is de beschikbaarheid van voldoende contant geld bij het publiek alsmede de distributie ervan de verantwoordelijkheid van De Nederlandsche Bank (DNB). Deze heeft dat om reden van efficiency gedelegeerd aan het bankwezen. Maar zij houdt stevig de regie. Ook en met name toen commerciële banken tot de conclusie kwamen dat de distributie aan het publiek en toonbankinstellingen, zoals winkels, veel efficiënter zou kunnen worden georganiseerd. Het was inderdaad van de gekke toen er nog overal bankfilialen waren in één winkelstraat, soms naast of tegenover elkaar, gelduitgifteautomaten stonden van verschillende banken. ‘Geldmaat’ is door de commerciële banken daartoe in het leven geroepen. Één gelduitgifteautomaat geëxploiteerd voor alle commerciële banken en geëxploiteerd door alle commerciële banken; de kosten ervan zullen, naar ik veronderstel, naar mate van het gebruik door de commerciële banken worden gedragen. DNB zal in overleg met de commerciële banken en (vertegenwoordigers van) andere belanghebbenden, als de Consumentenbond en winkeliers, afspraken hebben gemaakt over zowel het aantal ‘geldmaten’ per aantal inwoners als de bereikbaarheid ervan. Ik denk dat in daardoor kleinere woonplaatsen als Edam en Oosthuizen ook in ieder geval 1 gelduitgifteautomaat zal zijn, ook al dit dat gezien de mate van gebruik ervan en het risico op overvallen en plofkraken niet of nauwelijks gerechtvaardigd.
Ik begreep dat in landen als Noorwegen en Zweden bijvoorbeeld, de beschikbaarheid en de distributie van contant geld, in veel belangrijkere mate dan hier het geval is, via het zogenoemde cash-back systeem plaatsvindt; het publiek pint in winkels meer dan is verschuldigd en krijgt zo haar biljetten in de portemonnaie. Hier komt dat vooralsnog nauwelijks van de grond; voor de winkelier is dat blijkbaar per saldo een te grote kostenpost of te veel moeite om het haar klanten ‘gratis’ aan te bieden.