Robin Sier dertien jaar na de oorzaak (drugs) en het gevolg (zelfmoordpoging)
Robin Sier dertien jaar na de oorzaak (drugs) en het gevolg (zelfmoordpoging)
Het was zo’n verhaal dat ongrijpbaar was voor het voorstellingsvermogen. Dertien jaar geleden. Robin Sier, die als zestienjarige zichzelf van het leven trachtte te beroven door een samoerai-zwaard in het lichaam te priemen. Excessen door drugsgebruik. Het lichaam vloeide bloed, het hart was net gemist, waardoor hij een tweede kans kreeg. Om het anders te doen. Sinds acht jaar is Bauru, Brazilië, zijn thuis. De inmiddels 29-jarige Volendammer keert jaarlijks drie maanden terug naar het dorp, om daar het onderhoud te verdienen voor zijn gezin, een vrouw en twee dochters.
Zijn story begint bij dat van een scholier die voor het eerst in aanraking komt met drugs. ,,Je bent jong en onzeker. Het is me niet aangesmeerd destijds, ik was zelf geïnteresseerd in drugs en wat het zou doen. En het beviel me. Als ik gebruikte kwam ik in een gezellige stemming terecht.”
Alleen beïnvloedde het zijn doen en laten in het dagelijks leven. ,,Ik haakte af op school en stopte met de HAVO. Ik kon wel wat geld gebruiken en ben gaan werken bij Jonk Sierbestrating. Waar ik nooit een vast dienstverband had, maar toch telkens weer met tussenpozen terugkeerde, zoals ik daar nu ook werk.”
Onvolwassen
,,Het drugsgebruik bleef beperkt tot in het weekeinde. Maar het bleek wel steeds vaker dat ik in verkeerde mate gevoelig bleek voor de substanties van de drugs die we namen: lsd, wiet en paddestoelen. De andere vrienden hadden er geen last van. Ik kreeg last van achtervolgingswaanzin. Achtervolgd door angst. Angst om dood te gaan…”
Hij voerde dikwijls gesprekken. Met zichzelf. ,,Nee, delen met iemand anders deed ik niet. Mijn vrienden merkten wel dat ik ‘anders’ reageerde, maar zeiden verder niets dan dat ik ‘normaal moest doen’. Je bent jong, onvolwassen. Ik kan het hen niet kwalijk nemen. Niemand. Alleen mezelf.”
,,Mijn ouders hadden wel een vermoeden en uitten dat ook. Maar juist als het verboden is en je het gevoel hebt dat ze er niet open voor staan, dan houd je het zo lang mogelijk achter. Ik loog in het begin veelvuldig. Tot het op een gegeven moment geen zin meer had en ik er voor uit kwam. Maar de angsten, nee, dat besprak ik ook met hen niet.”
,,Ze lieten me mijn keuzes maken. Merkten dat de manier hoe zij er mee omgingen en ik, niet zou leiden tot een oplossing. Ik wilde geld verdienen. Dan kon ik de drugs betalen.” Het ‘spul’ dat hem langzaam maar zeker in de handen van de wanhoop dreef.
,,Als ik eens geen zin had om uit te gaan en tóch ging en dan paddestoelen at, dan had dat een enorme averechtse uitwerking. Ik werd wantrouwend naar de rest van de wereld. De angst om dood te gaan of dat iemand me om het leven zou brengen regeerden. Ik probeerde het te negeren, terwijl het probleem om aandacht schreeuwde, om te worden aangepakt.”
,,Ik kon de illusie niet meer van de realiteit scheiden. Doordeweeks had ik dezelfde achtervolgingswaanzin. Ik belandde voor langdurige tijd in een psychose. Tijdens een houseparty werd ik paranoiïde. Maffe figuren maakten daar zo’n indruk op me, dat ze niet meer uit mijn hoofd zijn gegaan. Als ik weer flink last kreeg, riep ik nooit rustig over straat, want deze figuren zag ik rondrijden in auto’s, om mij te zoeken, om me te doden. Als ik ze zag, ging ik via steegjes naar huis.”
‘Complot’
Tijdens een feestje in het Volendamse park escaleerde het. ,,Het was niet de kwantiteit drugs, zoals vaker, maar mijn gevoeligheid voor de samenstelling. Die ‘personen’ waren ook aanwezig en omdat ze tussen mijn eigen vrienden zaten, concludeerde ik dat ook zij in het ‘complot’ zaten. Overal zocht ik verbanden... onvoorstelbaar hoe het mogelijk is om alles zo aan elkaar te rijgen. Ik voelde me niet goed en ging huiswaarts. Mijn ouders waren er en zagen de angst in mijn gezicht, dat ik onder invloed verkeerde. Ik liep rechtdoor naar boven. Was ervan overtuigd dat mijn ouders me ook niet meer wilden.”
,,Ik zag nog maar één uitvlucht: mezelf van kant maken. Op mijn kamer hing een samoerai-zwaard, die ik van de wand haalde en in mijn lichaam stak…” Beneden hoorden ze zijn schreeuw, waarna ze hem even later badend in het bloed aantroffen. ,,Ik bleef nog lang bij kennis. Althans, in zoverre dat ik later toen de ziekenhuisbroeders en -zusters bij me waren, ik ook bang was dat ze me iets aan wilden doen, me gif zouden toedienen.”
De steek, anderhalve centimeter onder zijn hart en daarbij een long en maagdeel doorborend, was hem bijna fataal geworden. Anderhalve maand lag hij in het hospitaal en naderhand viel hij terug vanwege onder meer longontsteking. Hij brak na terugkeer met zijn vrienden. ,,Dat was het beste voor mij. En eigenlijk heb ik ze daarna ook nooit meer gezien. Ik kreeg andere maatjes.”
Ook in de jaren daarna, waarin hij alsnog het onderwijs oppakte, vergreep hij zich aan de verdovende middelen. ,,Het was een psychologische verslaving. Doordeweeks werkte ik, had het leven voor mijn gevoel weinig inhoud. Van alcohol werd ik ongezellig en misselijk, dus had ik de illusie dat als ik ‘wat’ op had, dat het leven ineens meer betekenis gaf. En het verlangen daarnaar groeide telkens doordeweeks. Desondanks was ik niet gelukkig, want het besef groeide dat die gedachte inderdaad maar een illusie was.”
Tot hij acht jaar geleden voor een vakantie naar Brazilië vertrok. ,,Een rondreis van de ouders van een vriend van me, wiens broer niet meeging. Of ik mee mocht? Op de derde dag kwam ik op het schitterende eiland Ilha Bela een dame tegen. Tot na zonsopgang raakten we niet uitgepraat…”
,,Toen ik terugkeerde bij m’n maatje – ik was 24 uur wakker en had geen slaap meer – zei ik hem dat het voelde alsof ik een lsd-trip had gehad. Achteraf denk ik dat ik nog nooit écht verliefd was geweest en dat dat de enige vergelijking was die ik kon maken.”
Paspoort
De Volendammer zei tegen de Braziliaanse schone dat hij haar wel weer zou ontmoeten. ,,Toen ze me niet geloofde, gaf ik haar mijn paspoort, zodat ik wel terug moest.” Daar was de reisleidster het niet mee eens. Uiteindelijk vertrok het Hollandse reisgezelschap na tweeënhalve week zonder Sier terug naar Nederland.
,,Ik bleef in Bauru, waar zij woonde. Tot grote bezorgdheid van het thuisfront, want tot dat moment waren mijn beslissingen over het algemeen nooit zo doordacht geweest en deze trouwens ook niet, want rationeel gezien zou het immers nooit een weloverwogen besluit kunnen zijn. Het was mijn gevoel, dat luider sprak.”
,,Achteraf blijk ik – zo vertelde diegene me twee jaar geleden – ooit tegen iemand te hebben gezegd voor het vertrek naar Brazilië, dat als het mee zou zitten, ik niet meer terug zou keren. Schijnbaar had ik een verlangen naar verandering, naar misschien een heel ander leven mét inhoud.”
Binnen twee maanden stonden zijn ouders op de stoep in Bauru. ,,Ze ondervonden dat het goed ging met ons en eventuele veronderstelling verdwenen. Tuurlijk was alles mooi. Zij was een vrouw van de wereld, had voor werk en studie jaren in Europa gewoond. Verder was het onzin om zaken te gaan beredeneren. Ik had er niks, alleen de verliefdheid.”
Al snel raakte zijn vriendin in verwachting en trouwde het stel. Twee keer ging het moeizaam om een verlengd visum te bemachtigen. ,,Na vijf maanden gingen we samen naar Nederland, terwijl we in Bauru een huis lieten bouwen. We werden ouders van een dochter, Melissa. Maar het was een moeilijke periode. Ik was continue aan het werk, zij zat in Volendam en miste haar omgeving.”
Vervolgens toog het paar naar Brazilië. ,,Vierenhalf jaar ben ik niet teruggeweest in Volendam. De laatste drie jaar ben ik hier ’s zomers drie maanden en werk ik, zoals nu, zes dagen van twaalf uur. Daarmee kan ik daar de rest van het jaar doorkomen. Wat daar een maandsalaris is, kan ik hier in drie dagen verdienen.”
,,Mijn vrouw en kinderen blijven daar. Dat valt het gemakkelijkst te verdragen als ik er zo min mogelijk mee bezig ben en dus veel werk. Mijn heimwee is het grootst als ik mijn vrouw spreek.”
Vooroordelen
Zijn verleden had hij al snel bij haar op tafel gelegd. ,,Maar dat is ook echt het verleden. Nadien heb ik hier in Volendam een keer iets gebruikt, maar daar ben ik open over geweest. Zij is het tegenovergestelde van een persoon dat vooroordelen heeft.”
,,Hoe ik nu tegen drugs aankijk? Het is zeker geen snoepie voor de gezelligheid, maar ik heb geen volledige afkeer gekregen. Mijn ouders wisten het destijds. Maar ze wisten ook dat mijn besluit was om te blijven gebruiken en dus was het einde gesprek, anders kregen we steeds zinloze discussies.”
,,Ik denk wel dat het gaat veranderen, dat het bespreekbaarder wordt in de toekomst, al hoor ik om me heen dat jeugd ontkent en dat de ouders het liever onder de tafel houden. Als mijn kinderen straks groot zijn, zal ik er open voor staan. Mits ze er verstandig mee omgaan, want de kwaliteit van drugs is niet altijd wat je denkt. Ik weet dat het percentage gebruikers hier in Volendam nog steeds hoog is. Dan weet je dat jouw kind het misschien ook probeert als het in de buurt is. Verbieden en dreigementen uiten is denk ik niet de goede manier.”
,,Kinderen doen toch vaak waar ze zelf zin in hebben. Logisch dat je dan in deze wereld van het individualistisch denken je hart vast houdt. Maar als je de jongeren begeleidt, de risico’s vertelt en uitlegt wat bepaalde drugs doen, dan hoeft dat niet tot grote gevolgen te leiden.”
De consequenties die het destijds voor hem had, is hij niet vergeten. ,,Maar ze zijn wel vervaagd. Om het verhaal op te rakelen, moet ik moeite doen. De wond is geheeld en die fase, dat moment, ze zijn ver weg. Het is opgelost.”
Foto Robin Sier: ,,Als mijn kinderen straks groot zijn, zal ik er open voor staan en de risico’s van drugs vertellen. Verbieden en dreigementen uiten is denk ik niet de goede manier.”