Naar de inhoud

Edward Sturing bij FC Volendam voor het eerst hoofdcoach buiten Gelderland (foto)

Bron: NIVO

Edward Sturing bij FC Volendam voor het eerst hoofdcoach buiten Gelderland
Hij heeft de vaderlandse voetballerij inmiddels van binnen en buiten gezien, maar Edward Sturing was nog niet eerder hoofdtrainer in het betaalde voetbal buiten ‘zijn’ gebied. Na vier jaar – met tussenpozen – Vitesse en twee jaar PSV (hoofd opleiding) verbond hij zich aan FC Volendam en de eerste divisie. ,,Ik wilde wel in die League werken, maar dan alleen bij een club met het perspectief om iets te bereiken. En dat kan hier.”

De geboren Apeldoorner, zelf ooit spelend voor De Graafschap, Vitesse en het Nederlands Elftal, noemt zichzelf later in het gesprek niet alleen een hoofdtrainer, maar ook een opleider. Toch zet de opvoeder in Sturing (46) als vader zijn trainerskwaliteiten bewust buitenspel. Zijn zoon speelt in de A1 van De Graafschap. ,,Maar ik ga hem niet volproppen met allerlei technisch en taktisch advies.”

'Knijpen’
,,Nooit gedaan. Soms komt hij zelf op me af. Hij is net als ik verdediger en vraagt dan wel eens bijvoorbeeld wanneer hij precies moet ‘knijpen’. Dan leg ik hem dat uit. Maar als Hoofd Opleiding bij Vitesse en PSV heb ik gezien hoe verkeerd het kan gaan wanneer ouders zich teveel met hun voetballende zoon bemoeien. Er staat al zoveel druk op die jongeren: ze moeten overal in mee kunnen en willen niet afvallen, op school, met de groep, met sport, als je dan als ouders ook in zo’n geval nog extra druk op je kind gaat leggen…Zo gaan veel talenten verloren.”

,,Pas als mijn zoon thuiskomt en zegt dat hij geen plezier meer heeft in voetbal, hebben we een probleem en dan gaan we eens met de trainer praten. Mijn dochter is actief in het paardrijden; ik ben allang blij dat ze beide zo aan het sporten zijn, in plaats van dat ze betrokken zijn bij dingen waar ik ze liever niet bij heb.”

,,Zelfs op dit niveau, betaald voetbal, moet je uitkijken. Deze jongens bij Volendam zijn voetballers geworden vanwege het feit dat ze naast kwaliteit plezier in het spelletje hebben. Dan moet je dat benutten en het creatieve niet eruit gaan halen.” Liefst elf seizoenen was hij basisspeler bij Vitesse, Edward Sturing. Hij maakte de metamorfose mee in Arnhem, waar Vitesse op de sfeervolle oude accommodatie Nieuw Monnikenhuize promotie naar de eredivisie bewerkstelligde en later verkaste naar het innovatieve Gelredome, waar de Gelderse grootmacht in de schuldenlast kwam te zwemmen.

Sturing kwam er voor het eerst als hoofdtrainer aan het roer toen Herbert Neumann vertrok en later hetzelfde gebeurde met Ronald Koeman. Van prima resultaten en Europees voetbal viel hij in de periode ,,waarin alles wat geld kostte, weg moest. Jeugdspelers waarmee ik in de C1 nog mee had gewerkt als Theo Janssen, Stijn Schaars en Ruud Knol, werden doorgeschoven.” ,,Dat seizoen werd het overleven in de nacompetitie en was het groot feest toen we dat haalden. Was Vitesse destijds gedegradeerd, dan zou het voorbij zijn geweest met de club. Zo slecht stond het er toen financieel voor. Naderhand kwam er een gemeentegarantie en had de club weer wat geld te besteden. Werden we knap zevende in de eredivisie en het jaar daarop elfde. Na vier jaar bekroop me toen het gevoel dat ik er niet nóg langer moest blijven. Dat zou niet goed zijn voor de club, voor mezelf en voor de spelers.”

‘Als zeventienjarig jongetje kom je nog spontaan de voetballerij binnen’
PSV vroeg Sturing om in Eindhoven Hoofd Jeugdopleidingen te worden. Na twee seizoenen vroeg Vitesse hem terug. ,,Ik wilde weer elke dag op het veld staan.”Hij werd assistent van trainer Hans Westerhof en tekende voor drie jaar. ,,Ze vroegen me tevens om cultuurbewaker te worden van de club.” Toen vorig seizoen de prestaties tegenvielen, werd Westerhof geslachtofferd en Sturing pas later in die beslissing gekend. ,,Dat strookte niet helemaal met mijn beleving van ‘cultuurbewaker’ zijn en uiteindelijk ging het ook mis.” Voor de zoveelste keer werd hij interim-hoofdtrainer, maar dit keer van korte duur en bovendien zat er geen assistentschap meer in. ,,In het tweede half jaar van het seizoen ben ik niet één keer in het Gelredome geweest. Ik hield me alleen nog bezig met het analyseren van de komende tegenstander van Vitesse. Dat is best frustrerend als het zo loopt.”

Daarentegen schonk het hem nieuwe levensbagage. ,,Weet je, als je als zeventienjarig jongetje de voetballerij binnenstapt, ben je redelijk onwetend en vooral spontaan. Dat laatste raak je langzaam maar zeker kwijt. Enerzijds is dat goed, anders ga je in deze wereld steeds voor het gaas. Alleen gebeuren er ook dingen waar je je bedenkingen bij hebt. Dan zeggen ze altijd: tja, dat is de voetballerij. Maar of het nou altijd zó moet. Feit is dat ik als voetballer mezelf geleerd heb om te gaan met tegenslagen, die te verwerken en daar telkens sterker uit te komen. Dat deed ik met blessures, dat deed ik ook toen ik op het laatste moment afviel als kandidaat voor de selectie van het Nederlands Elftal die naar het WK in Italië (1990) ging. En ik prent het mijn spelers ook in: je zult met teleurstellingen te maken krijgen gedurende het seizoen, omdat ik simpelweg niet iedereen elke week kan opstellen, hoe graag ik ook zou willen als ze er hard voor werken. Maar ik heb ze ook gezegd dat aan het eind van de rit zal blijken dat ik iedereen hard nodig heb gehad.”

,,Als een speler teleurgesteld is omdat hij niet speelt, kan-ie naar de krant gaan lopen, maar hij kan er ook op het trainingsveld voor zorgen dat hij me aan het denken zet. Wat er ook gebeurt, het gaat daarna namelijk weer verder en dan moet je mentaal sterker zien te worden, terugvechten. Dat was ook mijn kracht als speler: met de beperkte voetbalkwaliteiten die ik had, ben ik er toch nog in geslaagd om drie interlands te spelen.”

Frustrerend
Zo ondervond hij inmiddels de interessante en minder fijne zijdes van het trainersvak. ,,Trainer zijn is mooi, het is uitdagend. Maar soms ook frustrerend. Bijvoorbeeld als je ziet dat een getalenteerde speler goud in handen heeft, maar dat talent weggooit door zijn gebrekkige instelling. Anderzijds, zo selecteert het zichzelf in de sport. Tenslotte kan niet iedereen de top halen. Maar als je wel met zo’n speler aan de slag gaat en het lukt, dan geeft dat de kick van een voetbaltrainer.”

Zo is hij ook in de slag met de huidige spits van FC Volendam, Michiel Kramer. De van NAC overgekomen aanvaller kreeg al in zijn eerste oefenwedstrijd de rode kaart en ‘zocht’ ook in de weken daarna regelmatig geïrriteerd contact met tegenstander of scheidsrechter. Dat was in de laatste oefenwedstrijd, afgelopen donderdag tegen het Turkse Kasimpa Saspor, niet anders. ,,Je kunt niet verwachten dat zoiets in één dag anders wordt. Hij zal moeten proberen zich stoïcijns te houden tijdens een wedstrijd, alsof niets of niemand hem kan raken. Het zijn boeiende processen en ik denk ook dat dat één van de redenen is waarom Volendam me heeft aangetrokken: ik ben tevens een opleider.”

Alle heisa die hij meemaakte in zijn tijd als (assistent-)trainer bij Vitesse, liet hem niet onberoerd. ,,Je weet nou eenmaal dat er een heleboel om het voetbal heen zit en dat veel druk met zich meebrengt. Maar zo heeft elk beroep zijn nadeel. Eén ding nam ik me destijds al voor: niemand ontneemt mij de liefde voor het spelletje. En dat geldt nog steeds.”

Als hoofd- en jeugdtrainer verdiepte hij zich tevens meer in de mens an sich en de opgedane ervaring schiep hem duidelijkheid in de verhouding tussen trainer en speler. ,,Een trainer kan niet altijd het achterste van zijn tong laten zien. Als je altijd heel eerlijk wilt zijn, dan zul je soms mensen tekort doen. Dan moet je slim zijn. Als trainer dien je altijd op je hoede te zijn, want de uitspraken liggen dan als het ware onder een vergrootglas.”
Positief
Tijdens de overgebleven gelimiteerde werkzaamheden voor zijn Arnhemse werkgever zag Sturing FC Volendam vorig seizoen diverse keren aan het werk. ,,Omdat Vitesse de week daarop de tegenstander van Volendam zou treffen. Daarom heb ik een beetje beeld van de ploeg van toen gekregen. Met minimale middelen werd er iets maximaals uit gehaald. Het viel me op, dat toen ik getekend had, hoe zeer positief de reacties waren van mensen uit mijn omgeving.”

,,Ik wilde best in de Jupiler League werken, maar alleen als een club zou aankloppen met het perspectief om iets te bereiken. Sinds mijn komst hier heb ik gemerkt hoe het leeft bij mensen en de betrokkenheid bij de club. En tot dusver heb ik het prima naar mijn zin, met de groep spelers en de assistenten.” Sturing blijft in Eerbeek wonen en dat betekent dat hij ’s morgens vroeg in de auto stapt. ,,Om zes uur vertrek ik, om voor de files uit te zijn. Maar ach, ik ben een ochtendmens.”

Sturing staat nog onder contract bij Vitesse, tot 2011, en wordt gehuurd. Zijn voorgangers Stanley Menzo en Frans Adelaar beleefden een goed jaar met Volendam. ,,Deze club biedt trainers dus de kans om een stap te maken, maar ik ben hier niet heen gekomen om binnen één jaar in de kijker van een andere club te komen. Het is heel prettig om te werken met een selectie waar veel kwaliteit in zit en mijn taak is om, wanneer ik vertrek, materiaal achter te laten waarvan de spelers echt beter gemaakt zijn. Dat is goed voor de ontwikkeling van hun carrière, maar ook voor de club Volendam.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.