Opwaardering van Markermeer

Een ecologische opwaardering van het Markermeer en IJmeer kan bijdragen aan de concurrentiepositie van Nederland. Voorwaarde voor dit kabinetsvoornemen is wel dat de bedrijvigheid niet in haar ontwikkeling geremd wordt vanwege die nieuwe natuurwet- en regelgeving.
Alleen onder die conditie achten de Kamers van Koophandel Gooi-, Eem- en Flevoland, Amsterdam en Noordwest-Holland de voorstellen acceptabel. Zij beschouwen de natuurmaatregelen als een onderdeel van een totale investering in de welvaart van Nederland.
'Er is ons gevraagd of we kunnen instemmen met het huidige toekomstperspectief voor het Markermeer en IJmeer', vertelt Ton Voortman, directeur economische ontwikkeling van de Kamer van Koophandel namens de drie KvK's. 'Wij zien de plannen voor het Marker- en IJmeer niet los van de andere Rijksbesluiten. Alleen als een nieuw ecologisch inrichtingsplan zo stevig is dat er gebouwd, gevaren, gerecreëerd en zoet water ingelaten kan worden staan wij er achter. Daarnaast hechten wij sterk aan de letterlijke zichtbaarheid van de ecologische maatregelen. Een oermoeras langs de Houtribdijk of helderder water maken het Markermeer mooier. Aantrekkelijk wonen wordt dan een belangrijke vestigingsargument voor bewoners en bedrijven.'
Het totale kabinetsvoorstel kent echter een prijskaartje met vele miljarden. 'Wij juichen natuurontwikkeling toe, omdat dit een gebied aantrekkelijk maakt. Met de ontwikkeling van een natuurgebied is het in onze ogen echter wel belangrijk dat economische ontwikkeling wordt geïntegreerd in de ontwikkelingsplannen', vindt Ton Voortman. 'Het moet elkaar aanvullen. Het heeft weinig zin een natuurgebied te ontwerpen dat het nodige kan incasseren om vervolgens de infrastructuur of bouwplannen te annuleren.'
De betrokken Kamers van Koophandel hebben in hun rapport 'De waarde van water' hun adviezen en inzichten ten aanzien van het Markermeer en IJmeer beschreven. 'Wij gaan er van uit dat het kabinet en Tweede Kamer het rapport lezen en er hun voordeel mee doen', besluit Voortman.