Boon voorbeeld volgens Balkenende
Wat draagt het kabinet Balkenende IV bij aan het ondernemender maken van Nederland?
Mensen vergeten wel eens dat er zonder ondernemers geen welvaart is! Nederland heeft internationaal een goede reputatie. We hebben bijvoorbeeld bekende bedrijven als Akzo Nobel en Philips die het goed doen. Daarnaast heeft Nederland ook veel bedrijven die internationaal uitstekend presteren en marktleider zijn, maar die bij het grote publiek toch onbekend zijn. Neem bijvoorbeeld een middelgroot familiebedrijf zoals Boon Edam Nederland BV. Het bedrijf maakt draaideuren, maar heeft vestigingen tot in China. Zo hebben we veel bedrijven om trots op te zijn. Maar als we in ons land op scholen vragen wie er ondernemer willen worden, moeten we nog steeds constateren dat te weinig jongeren spontaan hun hand opsteken. Dit kabinet wil deze trend doorbreken door ondernemerschap op scholen en in onderwijsinstellingen te stimuleren.
Maar ondernemerschap moet ook buiten het onderwijs gestimuleerd worden. Mijn vorige kabinet heeft op initiatief van het Innovatieplatform de innovatievouchers geïntroduceerd. Daarbij kunnen MKB-bedrijven met een kleine subsidie kennis inkopen bij kennisinstellingen waardoor ze net dat zetje in de rug krijgen om betere en innovatieve producten op de markt te brengen. Het draait om kennis, innovatie en ondernemerschap. Dit kabinet gaat die drie onderwerpen stimuleren en versterken. Het zijn de sleutels voor het behoud en de groei van onze welvaart.
Welke prikkels kunnen we jongeren geven om zelf ondernemender te worden?
Ik noemde net al het voorbeeld van de scholen. We moeten jongeren laten zien dat ondernemen leuk is en hen stimuleren om producten te verzinnen en te vermarkten. Gelukkig gebeurt dit steeds meer binnen onderwijsinstellingen. Er worden projecten opgezet waarbij jongeren echt zelf iets ondernemen tijdens hun studie. Ook komen er ondernemers om iets over hun vak te vertellen. Dat vind ik heel belangrijk.
Als je jong bent wil je graag geïnspireerd worden. Dat lukt door het geven van goede voorbeelden
In Amsterdam Nieuw West bestaat de IMC Weekendschool. Kinderen tussen de 10 en 14 jaar krijgen hier drie jaar lang elke zondag les van professionals die hun vak met plezier uitoefenen. Jongeren raken op deze manier gemotiveerd om door te leren omdat ze mogelijkheden leren zien. Dit soort activiteiten wil dit kabinet graag bevorderen.
Wat is de zin of onzin van ondernemende medewerkers (intrapreneurs) en heeft ons land daar baat bij?
Als het om ondernemen en innoveren gaat denken mensen veelal dat het gaat om het op de markt brengen van ‘nieuwe technologische snufjes'. Dat is natuurlijk ook belangrijk, maar het is interessanter dat innovatie in ondernemingen vaak tot stand komt door het werk anders te gaan organiseren, door bijvoorbeeld ‘slimmer' te gaan werken. Het Innovatieplatform heeft geleid tot oprichting van het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie. Uit onderzoek blijkt dat innovatie voor 75% tot stand komt door talent van medewerkers beter te benutten en het werk slimmer in te richten, terwijl 25% puur technologische innovatie is. Dus ondernemende medewerkers die oog hebben voor het bedrijfsbelang omdat ze
zien dat het werk beter georganiseerd kan worden, juich ik van harte toe. We willen binnen het Innovatieplatform ook kijken hoe we werkgevers meer kunnen betrekken bij die sociale innovatie. We merken dat sommige werkgevers dat ‘soft' vinden en er daarom geen interesse voor hebben. Maar talentontwikkeling, mensen laten excelleren en zo een beter rendement uit je onderneming halen... wie wil dat nou niet?
Hoe kunnen bedrijfsleven en onderwijs beter van elkaars 'kennen en kunnen' gebruik maken?
Het bedrijfsleven heeft een goed opgeleide beroepsbevolking nodig. Natuurlijk wordt er wel eens gemopperd dat het onderwijs niet aansluit op de vaardigheden en kennis die nodig is in het bedrijfsleven. Maar we zien steeds meer dat bijvoorbeeld regionale afdelingen van werkgeversorganisaties de weg weten te vinden naar ROC's, mbo- en hbo instellingen om met elkaar te praten over de opzet van het onderwijs. Soms worden cursussen aangepast of anders aangepakt om kundige jonge mensen af te leveren aan regionale bedrijven. We moeten er voor zorgen dat het beroepsonderwijs veel dichter bij de praktijk komt te staan. Mogelijk kan dat ook helpen om vroegtijdig schooluitval te voorkomen.