In de greep van gras
Niet de mens, maar gras is de succesvolste soort die de evolutie heeft voortgebracht. Tot deze opmerkelijke conclusie komt N. Calder in zijn boek ‘ Timescale, an atlas of the fourth dimension'. Hij stelt dat gras de enige soort is die er in is geslaagd de mens tot zijn slaaf te maken. Hij zaait het, voedt het, verzorgt het, verwijdert concurrerend gewas en beschermt het tegen zijn vijanden. Hij heeft er grote delen van de aarde mee bedekt in de vorm van graan, rijst, gras voor zijn vee en grasrijke arealen voor zijn recreatie.
Ook de gazonbezitter is een slaaf. Ik ben het ook geweest. Tijdens het groeiseizoen, na het lezen van de ochtendkrant, waren de eerste zaterdagse uren bestemd voor de verzorging van het gras in de tuin. Niets was me te dol. Eigenhandig ontwikkelde ik een instrument voor diepbeluchting omdat het beschikbare gereedschap voor beluchting in mijn ogen niet aan de hoogste eisen voldeed. De beloning voor al dat gezwoeg kwam in de vorm van reputatie. Het mooiste gras van de hele buurt was het mijne, zo werd breeduit erkend. Ik kon dan ook met diep genoegen naar mijn grasveld kijken: een dik, vol grastapijt, diepgroen, onkruidvrij en heerlijk geurend als ik het gemaaid had.
Op mijn landje in Polen ontbreekt me die ambitie. Het is gewoon te groot om het intensief te onderhouden. Ik bemest het ook niet. Een maaibeurt kost zes uur. Hoe minder ik hoef te maaien, hoe meer tijd ik over houd voor wat anders. Wel laat ik het maaisel liggen als groenbemesting, een kunstje dat ik heb afgekeken van de afdeling ‘groenvoorzieningen' van de gemeente. Het verlost me ook van het probleem waar ik al dat maaisel laat. Onkruid bestrijd ik niet. Het is ook groen en ik hou het kort. Alleen voor distels ken ik geen pardon.
Mijn buurman en vriend Jacek, is nog wel helemaal in de greep van gras. Hij maakt zichzelf wijs dat hij met een paar uurtjes per week een goed gazon kan krijgen. Zijn terrein is veel kleiner, maar heeft nog altijd zeker 800 vierkante meter gras. Het geeft hem geen rust. Zo maar kan hij tijdens het koffiedrinken op staan met de mededeling dat hij een uurtje aan zijn gras gaat besteden. Vervolgens ligt hij urenlang op zijn knieën om onkruid te verwijderen. Dat is een taak waar hij nooit mee klaar komt. Ieder stukje grond dat door onkruidverwijdering bloot komt, zaait hij opnieuw in en bedekt hij liefdevol met een handje tuinaarde. Zijn strijd zie ik vooral als een strijd om de natuur zijn wil op te leggen. Wat hij maar niet wil begrijpen is dat hij alleen maar de egocentrische wensen van het gras uitvoert.
Ook als het langer dan een week droog blijf, wordt hij onrustig. Het gras roept. Het duurt dan niet lang meer tot hij een pomp in zijn put hangt en die met sproeien helemaal leeg trekt. Op zich is dat geen enkel probleem. Na een nacht heeft het water weer zijn oude niveau bereikt. Het probleem is dat het zeker 24 uur duurt voor alle bezinksel weer naar de bodem is gezakt. Alvorens te kunnen gaan sproeien moet hij dan ook altijd weer enige strijd leveren met zijn vrouw die geen ander dan helder pompwater wenst. Het eindigt dan ook altijd met hetzelfde compromis. Mopperend en verongelijkt pompt hij voor het sproeien eerst wat emmers water vol om zijn vrouw tevreden te stellen.
Om hem te helpen zijn aanpak wat te rationaliseren, heb ik hem ooit het engelstalige ‘ Gras voor Dummies' cadeau gedaan. Omdat de ‘dummy'-serie in Polen nog onbekend is, vatte hij het woord letterlijk op. Hij was zwaar beledigd en ik heb alle zeilen bij moeten zetten om het geschenk het juiste perspectief te geven. Ik denk dat hij dat boek nog nooit heeft ingekeken en gezien de staat van mijn gras, lijkt me dat hij vindt dat ik het boek zelf dien te lezen. Met enige regelmaat noemt hij mijn gras meesmuilend een onkruidveld. Als een aantal onkruidsoorten van bloeien naar zaadvorming gaat, vraagt hij me altijd weer bezorgd wanneer ik weer ga maaien (of: laat maaien).
Eigenlijk is het onkruid me lief geworden. Het zorgt voor een veelzijdige vegetatie waarvan altijd wel weer wat bloeit. Dat trekt dan weer vlinders aan die soms met enige tientallen rondfladderen terwijl ze van bloem tot bloem gaan. Aan sproeien doe ik ook niet. In de droge en hete zomers die redelijk gewoon zijn in Polen wordt alles stil aan bruin.Alleen hardnekkig onkruid blijft groen. Maar zo gaat dat in de natuur.
De eisen die gras stelt zijn minstens zo erg als die van een veeleisende partner. Je moet er voor zorgen dat je beide de baas blijft. Anders doe je alleen nog maar wat zij willen.