Naar de inhoud

'Die littekens horen nu gewoon bij mij' (foto)

Bron: Telegraaf

Gerie SmitGerie Smit (24) uit Volendam was een van de slachtoffers van de allesverzengende brand in café Het Hemeltje. Eén van de kersttakken brandde zich letterlijk in haar rug en ook haar handen raakten verminkt. Over die oudejaarsavond én het intense jaar daarna schreef ze het boek Nieuwe handen...

" Ik dacht op dat moment echt dat ik doodging. Ik had nog nooit van mijn leven zoveel vuur gezien. Het was een gigantische steekvlam, pfoeffffff! Alles in café 't Hemeltje was van hout en dan die uitgedroogde takken aan het plafond... En het was druk, zo vreselijk druk. We stonden letterlijk tegen elkaar aan, je kon geen kant op. Ik ben op de grond gedoken en heb mijn gezicht beschermd met mijn handen. Het gekke was dat ik de uren daarna volstrekt niet heb beseft hoe ernstig het allemaal was. Later bleek ik derde- en vierdegraadsverbrandingen op mijn rug, armen, hoofd en handen te hebben. Zo erg dat op bepaalde plekken de zenuwen waren weggebrand; daarom had ik ook geen pijn. Ik zag wel dat de witte vellen letterlijk aan mijn handen hingen. Maar ik dacht: ach, even naar het ziekenhuis, een verbandje eromheen en dat is dat. Mijn rug voelde ik helemaal niet.

Overdreven gedoe
Het punt is: je beseft niet dat je midden in een grote ramp zit. Want dat overkomt jou niet, dat overkomt alleen anderen en dat zie je dan later op de televisie. Of in heftige dramaseries! Ik zag alle chaos om me heen verbaasd aan. Er lag een jongen op de grond en zijn moeder zat er handenwringend en huilend naast. Ik weet nog dat ik dacht: wat een overdreven gedoe, dat is toch weer echt Volendams! Maar ook de hulpverleners zagen niet hoe ernstig gewond ik was. Het was ook een enorme paniektoestand. Zelfs in de ambulance naar het ziekenhuis dacht ik nog dat het allemaal wel zou meevallen. Uiteindelijk heb ik twee maanden in het ziekenhuis gelegen. Een deel daarvan in kunstmatige coma, dat is heel gek, dat je opeens drie weken uit je leven mist. Het moeilijkste vond ik de manier waarop je als slachtoffer wordt behandeld. Er zijn bepaalde protocollen en die worden gevolgd. Zus en zo hoor je met een slachtoffer om te gaan en dat is dat. Maar iedereen is verschillend!

Men had bepaald dat het niet goed voor mij zou zijn om te horen dat er zoveel doden waren gevallen. Maar ik voelde donders goed dat mijn ouders iets voor mij verzwegen en daar werd ik echt gek van. Ik lag letterlijk te trappelen met mijn benen, want dat was de enige manier om te communiceren. Ik had lange tijd een tube in mijn mond en keel, en kon niet praten. En dan zag ik ze daar maar met droevige en betraande gezichten rond mijn bed staan. Hé, ik ben er nog, ik leef nog, wilde ik dan telkens roepen. Wat is er nou toch aan de hand? Mijn ouders vertelden me later dat ze het van de psychologen niet aan mij mochten vertellen. Mijn lichaam was nog te zwak, zo werd hen verteld, en misschien zou ik er wel te heftig op reageren. Maar ik ben er nu nog steeds van overtuigd dat die onzekerheid mij meer kwaad heeft gedaan dan het weten. Hulpverleners stoppen iedereen in hetzelfde hokje, maar je moet naar de verschillende persoonlijkheden kijken. Bovendien kende ik de meeste slachtoffers niet of slechts vaag.

Er zijn geen naaste vrienden of familieleden overleden, dat maakt het ook anders. Ook wat ik precies had, ontdekte ik trapsgewijs. Zo dacht ik lange tijd dat het gewoon mijn haar was dat in mijn nek hing. Later bleek al mijn haar compleet afgeschoren te zijn, omdat er takken en kerstlampjes in gebrand waren. Het was dus verband...

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.