Ouders overleden Jan Schilder: ‘Dit is hoe het niet moet' (foto's)
,,Geen probleem is zo groot, dat het niet oplosbaar is." Die woorden gaf vader Kees Schilder regelmatig aan zoon Jan mee. Zo vaak stuurde Jan zijn vader een smsje, met louter de woorden ‘Kleine jongen', de song van André Hazes, waar ze beide iets mee hadden. Doelend op de wijze lessen van zijn ouwe heer. Maar drieënhalve week geleden bleek dat hij zijn allerdiepste gevoelens niet durfde te delen, dat hij zijn problemen niet langer kon handelen en stapte uit het leven. Jan Schilder. 18 jaar. Een voetbaltalent. Dat koos voor een veel te vroeg, zelf geregisseerd afscheid. Was het de druk van het moeten, wat voor verkramping in de benen kan zorgen en voor vertroebeling in het hoofd? Een generatie die opgroeit in welvaart, met de nieuwste communicatiemiddelen die dichterbij moeten brengen, maar eigenlijk de afstand vergroten. Een maatschappij die verhardt, de vele verleidingen die jongeren dienen te weerstaan, maar in de groepsdruk is het moeilijk ruggengraat ontwikkelen. Het ‘waarom?' zal voor de achterblijvers levenslang duren. Door de wisselende gemoedstoestanden van verdriet, ongeloof, gepieker en realiteit heen, rapen Jan's ouders de kracht en moed bijeen om andere ouders en jongeren te bereiken. Moeder Rina: ,,Het is verschrikkelijk dat het ten koste van ons gaat, maar laat dit iets betekenen. Dat dit niet voor niets is gebeurd." Vader Kees: ,,We moeten met elkaar gaan praten. Want dit is niet de oplossing..."
De deur staat open in de Jan Platstraat. Zoals dat altijd het geval is geweest. Iedereen voelt zich thuis. Maar iedereen is nu van slag. Ook de hond, Thijssie. Familie, vrienden, buren, vrienden en vriendinnen van hun kinderen, ze komen en gaan, ook in de dagen na de begrafenis. Ondertussen toont de tv vanaf het vroege ochtenduur onophoudelijk beelden van de Premier League. De bal rolt door. Maar zonder Jan Schilder...
Engels voetbal, dit keer. Vader en zoon bezochten diverse buitenlandse wedstrijden, diverse bastions die voetbal uitademen: Camp Nou in Barcelona, Stamford Bridge (Chelsea) in Londen. Geen dag ging voorbij, zonder dat het over voetbal ging. Ook moeder Rina volgde de bewegingen van haar zoon op de voet. Kees: ,,We hebben veel stadions gezien samen. Belandden we bijvoorbeeld eens bij West Ham United-Bradford City. Typisch Engels voetbal en dat sfeertje. Jan kende al die spelers van naam, alsof het z'n vrienden waren. Was-ie trots. En ik ook. Met je zoon naar een buitenlandse voetbalwedstrijd. Bij elkaar op de kamer. Over voetbal praten. Schitterend." Mijmerend en verdwijnend in het duel op tv... ,,Tja... nu zijn dat allemaal herinneringen. Maar wel hele mooie..."
‘At the end of the storm there's a golden sky and the sweet silver song of the love walk on'
Ze zouden binnenkort naar Glasgow Rangers-Celtic. ,,Die wedstrijd hadden we al eens gezien." Het zal er niet meer van komen. Zoon Jan zette zondagmiddag de 1e november immers iedereen op het verkeerde been.
RKAV Volendam A1 speelde die middag een thuiswedstrijd bij FC Omniworld A1. ‘In onze tempel wint niemand', blufte de jonge Schilder vaak. Die zondag was hij extra gedreven om in die tempel te excelleren, daar had hij een reden voor. Kees: ,,Jan was de regisseur van de ploeg. Daags voor die bewuste zondagmiddag zei hij: ‘We spelen zondag tegen FC Omniworld, maar ‘s middags heb je ook Ajax-Feyenoord op tv. Weet je wat: ik maak twee goals en zorg dat het snel 4-0 wordt en dan heb ik opeens een blessure.' Bij rust was het 3-0 en hij had al gescoord en een doelpunt voorbereid. Moest-ie van trainer Jan Zwarthoed (gokker) blijven staan. Meteen na rust bereidde hij de 4-0 voor en gaf aan dat hij een blessure had opgelopen... Dat was Jan."
In alle overpeinzingen gaan de gedachten terug naar de laatste avond samen, met het hele gezin. Zaterdagavond, 24 uur eerder. Kees: ,,Iedereen was er en ook Jan zat in de bank. Dat kwam zelden voor. Er werd zelfs geroepen ‘zullen we scrabbelen?' Ik zei nog: pak effe een fototoestel, dan leggen we het vast..."
De volgende middag stonden de ouders trouw langs de kant tijdens de wedstrijd tegen FC Omniworld. Kees: ,,Na die overwinning dronken we nog een pilsje in de kantine. Hij met de jongeren, ik met de vaders. Ze deden een ‘gooitje' en toen Jan ‘erin zat' moest hij naar Hotel Katwoude om daar een foto van te nemen. Toen hij daar van terugkwam en de trap opliep in de RKAV-kantine, liep ik hem tegemoet. Hij liet de foto aan me zien. ‘Hoe vind je ‘m, pa?'... Het is de laatste keer dat ik Jan heb gezien. Zo wil ik hem voor altijd bij me houden..."
Om acht uur smst zijn achttienjarige zoon diens vriendin Tamara nog. Of ze film wil kijken. Even later verlaat hij de RKAV-kantine en begeeft zich, ogenschijnlijk, richting ouderlijk huis. Maar bedenkt zich klaarblijkelijk, want hij parkeert zijn brommertje bij het Stadskantoor en pakt daar prompt rond half negen de bus. Met als eindbestemming Centraal Station in Amsterdam. Ondertussen enkele mensen in bedekte termen sturend, wat hij van plan is. Zijn vriendin Tamara, maatje Hans en nog twee vriendinnen, haasten zich naar de stad, om hem op andere gedachten te brengen. Hartverscheurende taferelen spelen zich vervolgens af op één van de perrons. Op het moment dat de jongeren hopen dat ze Jan hebben overgehaald, zegt hij dat hij naar de wc gaat. Wanneer de andere jongeren hem niet laten gaan, rent hij weg. Hij beent perron 13 op. Als de anderen hem wanhopig proberen te zoeken, horen zij plots de gierende remmen en toeter van een aankomende trein...
Op dat moment rijden Jan's vader en moeder met hoge snelheid richting Amsterdam. Kees: ,,Ik lag al in bed toen Rina kwam en ik haar vroeg of Jan er al was. We dachten dat hij elk moment binnen kon stappen, bij zijn vriendin vandaan. Toen we hakken over onze straat hoorden gaan en de bel ging, bleek het de moeder van Tamara te zijn. Er was iets met Jan. We zochten meteen contact, maar kregen dat niet meer..."
‘Ik zei nog: pak effe een fototoestel, dan leggen we het vast...'
Rina: ,,Dat ritje in het donker richting de IJtunnel, ik voelde dat het niet in orde was. Helemaal omdat hij niet meer bereikbaar was. Misschien een moeder-gevoel. Eenmaal aangekomen rende Kees een perron op en terwijl ik daar nog nooit geweest was, liep ik op de balie af waar men via camera's zicht heeft op alle sporen. Toen ik vroeg of ze me konden vertellen of ze een jongen op een perron hadden gezien, kreeg ik te horen dat het al te laat was... Over de monitor kon ik zelfs een schreeuwend meisje horen. Het was Tamara..."
Kees: ,,Ik kwam op perron 13 terecht en wilde naar de plek lopen. Maar alles was al afgezet. Het was een komen en gaan van mensen. NS-mensen, politie, ze vlogen het perron op. Een trauma-helikopter was geland. We mochten er niet bij." Rina: ,,Maar we wilden natuurlijk zeker weten of het Jan was, die daar lag. Toen we vroegen of-ie een trainingspak aan had, kregen we bevestigend antwoord. Maar dan nog... Ik vroeg of iemand kon kijken of hij een gaatje in de nagel van een teen had... Die had ik die morgen zelf geboord, anders kon hij niet voetballen. Zo graag wilde hij voetballen..."
Kees: ,,Waar we ons het meeste mee bezig hielden, was om die andere jongeren bij te staan. Die waren in shock. Daarna ben ik op dertig meter van waar hij lag, gaan zitten. Verdwaasd voor me uitkijkend. Zijn leven en mijn leven gingen aan me voorbij... je kijkt naar het treinstel en denkt alleen maar, dat als hij ook maar één sprankje hoop had gehad, hij op het laatste moment opzij was gegaan. Want zo'n trein die op je afkomt..."
Rina: ,,Zo'n drie uur moesten we wachten. Ondertussen steeds contact hebbend met onze dochters. En wij hadden geen Jan. Toen pas werd gezegd dat hij was overleden..." Kees: ,,Dat is het wrange. Wij hebben ‘m niet meer gezien. We zijn daar wel heel goed opgevangen en de recherche bood ook aan om ons naar huis te rijden. Maar we zijn zelf gaan rijden. Dan hadden we dat half uurtje nog voor onszelf. Want daarna word je geleefd. Zeiden we nog tegen elkaar: ‘God, onze keuken is eruit, nu kunnen we niet eens een koppie zetten voor al die mensen die gaan komen.' Dat je daar dan mee bezig bent..."
,,Die maandag werd de allergrootste rotdag uit ons leven. Vanaf ‘s nachts, na de thuiskomst van het Centraal Station, praat je en praat je. Maar we hadden niks... Pas de volgende avond arriveerde Jan. In een dichte kist. Zijn foto erop gezet. Dan heb je iets om tegen te praten, dan heb je iets om naar te staren..."
‘Ik kan het weten het leven is niet makkelijk er is tegenspoed op ieder ogenblik kleine jongen'
Al op jonge leeftijd kon hij ondeugend zijn, gevolgd door zijn aanstekelijke lach. Aan de aandacht van meisjes geen gebrek. Kees: ,,Het was vroeger al een aimabel en sociaal ventje. Als iemand anders ergens schuld aan had, nam Jan dat vaak op zich, ten koste van zichzelf. Het incident rond de thuiswedstrijd van FC Volendam tegen Roda JC, een jaar geleden, had hem echter wakker geschud, volwassener gemaakt." Schilder was betrokken bij rellen tussen supporters van FC Volendam en de politie. Hij werd opgepakt, bracht de nacht in de cel door en moest als een van de weinigen voor komen. Kees: ,,Het was de kick, dat rellen. Maar hij wilde zich ook ergens tegen afzetten. Tegen de FC, dat hem als talent wegstuurde. Toen hij ‘vast' zat, zei ik hem: je bent een knul geweest en moest zo nodig vechten met de politie; maar dan moet je ook een knul zijn en je straf accepteren. Dat deed hij. Zonder namen van anderen te noemen."
,,Het voor de rechtbank moeten verschijnen, ineens kwam hij in de ‘grote mensen-wereld'. In het dossier hadden ze het zelfs continu over ‘de groep Schilder'. Zo'n grote groep, maar hij werd er uitgepikt met twee vrienden. Dat hij niemand anders verlinkte, bracht hem nog hoger op de ladder bij de jongeren, gaf hem een nog beter image. Maar er deden ook opeens allerlei wilde verhalen op het dorp de ronde en daar had hij een bloedhekel aan. Uiteindelijk leverde het hem een stadionverbod op. Ging hij naar de thuiswedstrijden van FC Utrecht, de club die hij jaren eerder al in zijn hart had gesloten."
‘Kleine jongen als jij dan later groot bent dan is je vader er misschien niet meer vertel dan aan je eigen kinderen de wijze lessen van je ouwe heer'
Kees: ,,Hij had al op jonge leeftijd een eigen mening. En die ventileerde hij ook. Dat zal niet iedereen hem in dank hebben afgenomen. Het zit in onze familie, van de ‘Thijssen'. Met humor, maar we zijn rechtuit. Soms denk ik ook wel eens: dat had ik anders moeten verpakken. Maar dat zit in het aard van het beestje. Het leverde Jan vaak discussies op met zijn voetbaltrainers. Samen keken we zo vaak naar het voetbal, soms meerdere wedstrijden per dag. We analyseerden hoe ploegen speelden. Dat nam hij ook mee als voetballer en dat vond niet iedere trainer even leuk. En Jan had vaak gelijk. Ik gaf hem mee dat, al heb je gelijk, je dat niet altijd krijgt. Maar hij had moeite met onrechtvaardigheid. Dat voelde hij ook met de manier hoe hij bij FC Volendam als spelertje behandeld is. Zelf heb ik ook veel voor de club gedaan, maar we zijn als stront aan de kant geschoven. Dat doet zeer bij ons, dat deed heel zeer bij Jan."
Hij gooide zelfs zijn voetbalschoenen enige tijd in de hoek. ,,Dat doet je pijn als ouder. ‘Ik moet van jou', zei hij later. ‘Je moet niets', zei ik. ‘Je mag ook andere sporten uitproberen. Maar ik ben vaak op het voetbalveld te vinden en dan ben ik trots als ik langs de kant sta en jou zie voetballen.' Hij heeft even aan kickboksen gedaan, maar het voetbal ging toch weer trekken aan hem. Berry Smit, de trainer van RKAV Volendam-zaterdag, haalde hem over om weer te gaan trainen. En hij kreeg het plezier terug. Berry is een fenomeen. Hij is in deze weken bovendien de beste hulpverlener die je je kunt wensen. Wat hij doet, heeft impact op die jongens. Drie dagen voor zijn dood zat ik nog met een groep mannen bij de RKAV, zoals elke donderdag. Waaronder ook Berry. Had hij een opstelling gemaakt voor de Zaterdag-1 van het seizoen 2011-2012. Met Jan in de basis, ‘op 10'... En dan drie dagen later... Vervolgens schreef Berry een brief, die tijdens de begrafenis werd voorgelezen. Zo mooi en pakkend. Telkens als ik het lees, zwelg ik in mijn emoties."
‘Ons kind is dood, maar we zijn wrang genoeg meer bezig met de verhalen op het dorp'
,,De RKAV heeft het sowieso mooi opgepakt na de dood van Jan, door de jongeren avonden lang gelegenheid te geven bij elkaar te komen en op hún manier Jan te herdenken tijdens de eerstvolgende wedstrijd. De RKAV is van het dorp. Daarnaast ontvingen we zoveel kaarten en steun. Van allerlei andere sportverenigingen, van de supporters van FC Utrecht, maar onze eigen FC heeft het af laten weten, op een kort bezoekje van de voorzitter na..."
,,Naast het stadionverbod bij FC Volendam, moest hij na het Roda-incident' als onderdeel van de straf van de rechter regelmatig bij Bureau Jeugdzorg op gesprek. Maar dat had weinig om het lijf. Bovendien weet zo'n jongen die hulpverleners goed om de tuin te leiden. Een indruk te geven dat het goed met hem gaat. De betreffende mensen hebben na zijn dood contact met ons gezocht en ze willen hier op gesprek komen, ze willen hier van leren. En daar staan we open voor."
Hij was al eerder in aanraking gekomen met hulpverlenende instanties. ,,Toen hij nog geen vijftien jaar was, waren er al problemen met gokken. Gebeurt met het ‘zetten' op voetbalwedstrijden. Dan sta je wel even te kijken als ouders. We hebben aangeklopt bij de hulpverlening en het is samen afgelost en opgelost. Ook na zijn overlijden komen je meteen verhalen ter ore dat hij opnieuw in de schulden zou zitten. Dat hij de middag voor zijn actie met groot geld had ‘gezet' en verloren. Ons kind is dood, maar eigenlijk zijn we daar maar gedeeltelijk mee bezig. Er gaat veel energie zitten in de verhalen op het dorp, wrang genoeg. Ik heb veel navraag gedaan en krijg niet overal een vinger achter. Misschien wil ik dat ook niet precies weten. Wat ik weet, is dat dit een probleem is onder een groot deel van de jeugd en óók ouderen en daar moeten we iets aan doen. Iedereen is verantwoordelijk. De ‘lopers' bij wie je op wedstrijden kunt gokken, de jongeren zelf omdat zij ‘zetten' en wij als ouders voor die jongeren. En het ‘zetten' gebeurt niet eens met contant geld, maar via een smsje. Bij verlies wordt op een nieuwe wedstrijd ‘gezet'. En zo loopt het op... Straks moet wel de schuld worden afgelost. Maar waarvan?"
‘Je bent je ‘eigen jong-zijn' vergeten. Wij deden ook dingen toen we jong waren'
,,Overigens heeft hij, zoals werd gesuggereerd, die bewuste avond geen drugs gebruikt. Misschien wel eerder. Bepaalde dingen kunnen we niet bevestigen, maar ook niet ontkennen. Voor Jan geeft het niet meer. Maar hij staat hier ook niet alleen in. Laat dit dan een boodschap zijn voor de andere Volendammers die in die situatie zitten. Dit moet tot bezinning dwingen. Want één ding staat vast: wat Jan nu heeft gedaan, is hoe het niet moet. Dat heb ik ook aangegeven aan de pastoor, toen hij voor de begrafenis op bezoek kwam. En ook geen woorden als ‘Lieve Jan'. Gewoon Jan. Want Jan was Jan. De pastoor heeft het naderhand uitstekend verwoord in zijn preek."
‘Kleine jongen op school al zul je merken dat alles draait om cijfers en om macht'
,,Jan en zijn vrienden, ze deden en doen misschien vaak stoer. Maar inhoudelijk is het ‘een prachtgroep'. Jan had aanzien. Maar thuis kwam vaak zijn onzekerheid naar boven. Misschien had hij het gevoel dat er een verwachtingspatroon was bij anderen. En daar moeite mee. Het blijft gissen. En de verhalen geven daar voeding aan. Op het Centraal Station heeft hij vlak voor zijn daad nog tegen zijn maatje geroepen dat hij ‘nu niet meer terugkon'. Want dan zou hij het sukkeltje van het dorp zijn. Maar waarom?"
In de dagen rond en na het overlijden van Jan wordt de internationale wielerwereld opgeschrikt door de zelfdoding van baanrenner Dimitri de Fauw en de voetbalwereld door de suïcide van Robert Enke, meervoudig international als doelman van het Duitse elftal. In Alkmaar is een mediadebat over ‘Zelfdoding: doodzwijgen of niet?' en op het internet verschijnt een website die tips geeft over het gebruik van medicatie, ten behoeve van het zelf uit het leven te stappen. Rina: ,,Als je het verhaal leest over De Fauw en Enke, dan zijn er zoveel dingen herkenbaar. Vooral dat aan de buitenkant weinig te zien is. Maar van binnen voelen de betreffende mensen zich misschien toch eenzaam. Hij is zo'n anderhalf jaar opstandig geweest, maar vooral de laatste tijd leek het met Jan zo goed te gaan. Hij voetbalde goed, de kalender stond vol: zijn eerste rijles, de wintersport was betaald, hij zou een week later een weekendje weg gaan met zijn vriendin..."
Niets wees er op dat hij... of toch? Kees: ,,Hij had wel eens in bepaalde bewoordingen iets gezegd tegen vrienden en tegen zijn vriendin. Maar die hadden het nooit zo uitgelegd voor zichzelf... En dat is ook te begrijpen. Wij hebben onszelf al zoveel keer afgevraagd wat we anders hadden kunnen doen. Er is in de afgelopen weken al zo vaak gezegd: als we dit hadden gedaan, of als we... maar het heeft geen zin verwijten te maken of schuldgevoelens te hebben." Rina: ,,Stukje bij stukje komt er een geheel. Maar dan nog..." Kees: ,,We hebben al met diverse mensen gesproken. Des te dieper je spit, des te groter het vraagteken. Dat is zo tegenstrijdig. Dus moet je daar op een gegeven moment mee stoppen."
,,Jan was een ‘vooroploper'. Ging nooit opzij. Dat gold ook deze keer. Maar dit... Hij zal niet gewild hebben dat jongeren hem nu gaan volgen. Hij wil echt iets anders duidelijk maken. Dat we allemaal gaan nadenken." Rina: ,,Je vraagt je af ‘waarom hij?' Er gebeuren zoveel dingen om je heen die je al niet kunt bevatten. Mensen die te jong overlijden. ‘Waarom toch, Onze Lieve Heer', vraag ik dan altijd. Ook dit kan ik niet bevatten. Ik richt me dan toch tot Het Geloof. Misschien heeft hij een taak. Misschien moet hij waken over de jongeren. Dat het niet voor niets is geweest. Dat geeft me kracht. In deze twee weken heb ik zoveel geleerd. Die wijze van steun die je krijgt van je naaste mensen, maar ook van mensen die heel ver van je af staan, dat heeft me aan het denken gezet. Voor hen misschien zo'n kleine moeite, maar het betekent zoveel voor de ontvanger."
Kees: ,,Als ik op internet lees welke reacties er op zijn boek worden achtergelaten, bijvoorbeeld van de vorige trainer die hij in zijn hart had gesloten, Marcel Oldekamp. Dan vallen de tranen op het toetsenbord. Dat houdt je op de been. We moeten durven emoties te tonen, proberen bij elkaars gevoelens te komen. We weten dat er tal van problemen spelen in dit dorp. Voor de Nieuwjaarsbrand dacht je al: dit kan niet zo doorgaan. Maar het is nog erger geworden. Hebben we er nou van geleerd, of stoppen we het weg? We moeten samen iets doen. Je kunt niet alles bij de ouders leggen, want die kunnen hun kinderen niet 24 uur per dag in de gaten houden. Het is het hele plaatje. Maar begin bij elkaar. En dat is moeilijk, want als je voorheen niet veel met elkaar hebt gepraat, kun je dat niet van de ene op de andere dag inhalen."
,,Ik leef al twee weken in een koker. De nachten duren het langst. 24 uur per dag ben je aan het malen. Soms heb ik helemaal geen gevoel. Weet ik niet wat ik voel. Gisteren reed ik in de auto en kwam ik er op de weg naar De Rijp achter dat ik al veel eerder een afslag bij Purmerend had moeten nemen..."
Kijkend naar de foto van hun Jan. ,,Het gemis, dat voel je nu al op allerlei momenten... En Rina denkt nog dat-ie terugkomt..." Rina: ,,Ik wil het nog zó graag niet geloven." Kees: ,,Je kunt allerlei redenen bedenken, maar niet één reden om dit te doen. Het echte waarom, daar komen we uiteindelijk toch niet achter. We moeten zijn vrienden helpen. Willen niemand iets verwijten. Al die verhalen op het dorp, dat vond-ie juist zo verschrikkelijk. En nu kan hij ze zelf niet meer weerleggen."
,,We hebben het zo vaak gezegd: kom naar ons toe. Praat. Deed-ie ook wel. Maar schijnbaar niet over alles. Dat zullen meerdere ouders zo ervaren. De jeugd van nu: ze is regelmatig emotieloos, ook naar elkaar. Contact verloopt vaak oppervlakkig, via sms, msn of hyves. En ze leven zo snel. Ze hebben alles. Maar er ontbreekt duidelijk iets."
Rina: ,,Ik ben veel thuis en Kees nam hem overal mee naar toe. Toch hebben we het niet kunnen voorkomen. Wij bespraken best veel aan tafel en ik dacht echt dat we dicht bij het leven van de jongeren stonden. Maar toch niet zo dicht als we dachten..." Kees: ,,Je bent je ‘eigen jong-zijn' vergeten. Wij deden ook dingen toen we jong waren. Maar dit is de moderne tijd en jongeren zitten in hun eigen belevingswereld. Die is anders dan de onze destijds. Er heerst nu veel bezorgdheid onder de ouders en ook onder de jongeren. Die jongeren moeten beseffen dat ze een vader en moeder hebben. Die zijn altijd bereid om te helpen."
,,Ze zijn ook niet bang meer voor leraren, hebben niet meer dat respect voor ouders zoals wij dat vroeger hadden. Gaan vaak naar boven. Daar staat hun computer of kijken ze tv. Je kunt de tijd niet veranderen en je moet je ogen er niet voor sluiten. Het enige wat je kunt doen, is proberen hen te bereiken en duidelijk te maken dat het zo niet moet. Het is de tijd dat men verslaafd is aan games met geweld erin. Alles moet maar kunnen. Een beetje drugs, een beetje gokken, het uitgaan. Maar dat gaat niet goed. Vlakbij mijn eigen viswinkel in Amsterdam zie ik dagelijks jongeren van dertien in de pauze een joint roken. En die moeten daarna weer de klas in... Dat is kennelijk de wereld van nu."
,,Uit de laatste smsjes is gebleken dat hij voelde dat hij alleen zijn ouders, zussen en vriendin had. Terwijl hij zoveel had en zoveel vrienden had; toch voelde hij zich eenzaam." Maar waarom dan niet aankloppen bij zijn naasten met dat gevoel. En waarom dan ‘uitstappen'. ,,We kunnen wel boos zijn, maar hij heeft ons waarschijnlijk niet bezorgd willen maken. En heeft er bewust voor gekozen om geen contact met ons te leggen in die laatste uren. Heeft zijn telefoon op het Centraal Station weggegooid. Hij heeft ons willen beschermen. Als er wel contact zou zijn geweest, dan zou hij breken en het niet kunnen...
‘Forever young I want to be forever young, do you really want to live forever forever, forever'
Kees: ,,Ik schiet al vol als ik denk aan de cd met de liedjes van de begrafenis... Tijdens die laatste uren op het Centraal Station heeft hij tegen zijn vriendin gezegd dat hij het liedje ‘Forever young' van Alphaville op zijn begrafenis wilde. Dat betekent dat hij er al langere tijd mee rondliep. Toen we dat nummer zijn gaan luisteren en vertalen, dan begrijp je iets van wat hem bewogen heeft. We hebben niets depressiefs aan hem gezien. Hij sprak nog zo bewogen over zijn toekomst. Het ooit voor zichzelf beginnen. Misschien heeft-ie dat ook als een verwachtingspatroon gezien en was hij bang dat niet waar te kunnen maken..."
Rina: ,,Een paar weken geleden is Kees' broer Jaap overleden. Hij was ongeneeslijk ziek. Het was opvallend dat Jan niet te dichtbij durfde te komen. Hij stelde wel vragen. Of Ome Japie dan echt nooit meer terug zou komen... En ondertussen overleed Nel Tol (foe), een bekende van ons. Hetzelfde verhaal. Vroeg hij me hoe het dan moest met haar zoons; dat ze dan nooit meer iets aan hun moeder konden vragen... Tranen had-ie wel eens. Ook toen onze vorige hond stierf. Maar die durfde hij niet te tonen. Maar Jan was bewust bezig met het leven en met de dood. Dat kon kennelijk alleen hier. Naar buiten toe moest hij de stoere jongen zijn." De spoorwegpolitie was afgelopen maandag op bezoek. ,,Misschien was er nog iets tastbaars van hem, schoenen, een overblijfsel van zijn trainingspak. Maar dat hadden ze niet meer. Zijn telefoon is wel gevonden en die hadden ze meegebracht. Hebben we toch nog iets..."
"We weten dat hier tal van problemen spelen. Vóór de Nieuwjaarsbrand dacht je al: dit kan niet zo doorgaan. Maar het is nog erger geworden'
Kees: ,,Je krijgt een rapport met daarin alles beschreven; om dat te lezen, dat was heel moeilijk en zwaar. De politie had tevens een uitdraai van zijn sms-verkeer, maar daar viel niets concreets uit te halen. Niet iets wat we nog niet eerder van zijn naaste kring hadden vernomen."
,,Het is hectisch alle dagen. Helemaal in de dagen toen hij nog hier ‘stond', voor de begrafenis. Was het een soort van opvangscentrum hier. De jongeren konden en kunnen hier praten en janken. Eerst waren ze stil, maar naderhand is er veel gepraat. Ze mochten te allen tijde naar binnen. En we hebben samen gegeten. Maakten Jan's vrienden in die dagen soep voor ons allemaal. Ik hoop dat ze blijven komen, die jongeren. Voor ons. Maar zij moeten weten dat wij er behalve nu ook straks voor hen zijn."
,,Het blijft een komen en gaan van visite. Maar zo is het hier altijd geweest, voor jong en oud. We hebben een bijzondere familie. Zo werden de jongens opgevangen en m'n broer deed dat heel goed met Tamara. Af en toe heb je in de drukte zelf een moment van emoties. Dan laat ik het even lopen. Die donderdag, de avond voor de begrafenis, dat was zó'n bijzonder moment. Opeens stonden we met z'n vrienden, Tamara en haar vriendinnen om de kist en was er het besef dat het de laatste avond betrof. In de stilte braken we allemaal..."
‘Ik zie op tegen de leegte van straks. Als het even rustig is, dan staar ik naar zijn foto aan de muur in de huiskamer'
Rina: ,,Ik zie op tegen de leegte van straks. Als het even rustig is, dan staar ik naar zijn foto aan de muur in de huiskamer. En vraag ik telkens weer ‘Waarom nou, Jan?' Het medeleven van al die mensen, dat doet ons ontzettend goed. Ook op dat Utreg-forum van de supporters van FC Utrecht. Zo bijzonder allemaal. Weet je, jaren geleden kon ik niet begrijpen wat hij bij een vreemde club in zo'n grote stad moest doen. Nu begrijp ik het. Dat heb ik ook geschreven op dat forum. De steunbetuigingen die we vanuit die groep supporters hebben gekregen... Heel mooi."
2009 Verdwijnt straks als een zwart jaar in het familie-album. Er ging van alles mis. Maar dat hen bij het vallen van de bladeren zoiets zou treffen, konden ze niet bevroeden. Zoals altijd poogt Kees er zo nuchter als mogelijk tegen aan te kijken. Kees: ,,Nu ga ik er zo mee om. Misschien gaat het straks veel slechter. Hier is geen draaiboek voor. Ik zit niet in een gat, ik zit in een put..." Rina: ,,Ik moet er niet aan denken dat ik straks de Kerstboom moet optuigen." Kees: ,,We beseffen dat het nog moeilijk gaat worden. Maar aan het eind van de eerste avond na Jan's dood, bleven we samen over, Rina en ik. Jankend. Heb ik tegen haar gezegd: ‘Vriend, wat gaan we doen? Blijven we hier zitten, of proberen we er nog iets van te maken en gaan we leven voor onze twee dochters.' Dat gaan we doen. Samen..." De bal rolt door, maar zonder Jan Schilder. En de vraag die vandaag, morgen en altijd zal beklijven: waarom?
‘Walk on with hope in you heart and you never walk alone You never walk alone'
‘Ze zijn ook niet bang meer voor leraren, hebben niet meer dat respect voor ouders zoals wij dat vroeger hadden'
Jan,
Achttien jaar: de leeftijd waarvan jonge kinderen dromen en waar ouwe lullen zoals ik nog wel eens naar terugverlangen. Maar als achttienjarige is het vandaag de dag niet gemakkelijk om op een goede manier te laveren tussen vrijheden en verantwoordelijkheden. Een warm nest, intelligent, gevat, een lieve vriendin, een baan, een leger aan vrienden, een nieuwe voetbalstart bij de RKAV, waar je je in korte tijd als een vaste waarde, als een belangrijke schakel ontwikkelde; ingrediënten voor een leven met toekomst, met perspectief.
Blijkbaar woog dit alles niet op tegen de onrust, want die was er ook. Je had geen tijd, was in je hoofd misschien met andere zaken bezig; je kon impulsief reageren en op een eigen wijze provoceren. Dat hoorde ook bij jou. Jij was vaak de gangmaker, op zoek naar grenzen en soms ook grensoverschrijdend. Die zondag nam je de laatste grens, Jan. Als jij al dit verdriet en liefde toch vooraf had kunnen aanschouwen ...
Jan Zwarthoed, trainer RKAV Volendam A1
[caption id="attachment_27785" align="alignnone" width="500" caption="Teamgenoten dragen het shirt van Jan Schilder (inzet) naar de middenstip. Een week eerder excelleert de achttienjarige middenvelder nog temidden van zijn ploeggenoten, waarna hij 's avonds besluit uit het leven te stappen. Zijn ouders willen een boodschap afgeven. ,,Het is verschrikkelijk dat het ten koste van ons gaat, maar laat dit iets betekenen. Er moet iets gebeuren.""]
[/caption]
[caption id="attachment_27786" align="alignnone" width="500" caption="Jan Zwarthoed (l), trainer RKAV Volendam A1, met naast zich het shirt van Jan."]
[/caption]