Regina (Hille) Plat halve eeuw zuster bij het klooster (foto)
Ze dienen zich misschien niet meer aan, nieuwe kloosterlingen. En ook al kan de nieuwe generatie zich geen voorstelling maken van de wijze van leven van monniken en zusters, toch kun je na een bijzondere ontmoeting met zuster Regina (Hille) Plat onmogelijk stellen dat het niet meer van deze tijd is. Geen vezel in haar jonge lichaam die er destijds over prakkiseerde om het klooster in te gaan, in de periode dat Volendam veel missionarissen en religieuzen voortbracht. Uiteindelijk volgde zij haar roeping en bijna een halve eeuw later is zij Algemene Overste in Huize Bijdorp in Voorschoten. Bij de Zusters Dominicanessen in het moederhuis. Een ‘nieuwerwetse' non, hoewel ze die laatste benaming zelf niet graag gebruikt. Ze staat nog midden in het leven. Was verliefd, maar wilde haar genegenheid met zoveel mogelijk mensen delen. Ging op zoek naar God, tegen de wil van haar ouders ‘trad zij in', durfde tijdens een vergadering eens de bisschop te corrigeren, had en heeft veel over voor de medemens. Nivo-verslaggever Eddy Veerman ging op audiëntie.

Vroeger kende Volendam over de honderd missionarissen. ,,Het was de tijd dat er een gebrek aan priesters was. En de tijd dat de pastoor naar de trap van de visafslag toog en daar op een dag zei: ‘jullie kunnen wel vis vangen, maar je moet mensen vangen'. Die avond meldden zich zeven mannen aan voor de priesteropleiding, om Theologie te gaan studeren. Zegt het verhaal..."
Zelf meldde zij zich in 1961, op 23-jarige leeftijd, aan in het huis, bij de zusters Dominicanessen in Voorschoten. ,,In de periode had ik acht jaar als bejaardenverzorgster gewerkt in het Sint Nicolaashof in Volendam en daar een opleiding voor gedaan. Als ze tegen mij wel eens zeiden: ‘jij raakt in het klooster', reageerde ik: ‘nou van m'n leven niet'. Ik heb ook nog diverse malen verkering gehad, één keer zelfs wat langer. Ik was superverliefd. Ben ik nog wel eens... Maar het zakte ook telkens weer af. Dan waren z'n oren plots te groot in mijn ogen, of zijn neus. Ik was de oudste van een gezin met tien kinderen. Het was hard werken in die tijd, als bejaardenverzorgster."
Gevoel van binnen
,,Toch zat er een gevoel van binnen, dat vertelde dat ik naar het klooster moest. Maar ik wilde niet. De Kapelaan kwam bij ons thuis en die kwam met de boodschap dat ik eerst maar eens van Volendam weg moest, naar Amsterdam. Om te kijken of ik wel buiten het dorp kon aarden. Maar als meisje naar de grote stad, nee, dat kon helemáál niet, in die tijd. Toen heb ik een noveen gedaan. Dan bid je negen dagen om iets te verkrijgen, in mijn geval was dat om uitkomst. Om thuis te blijven, of naar het klooster te gaan. Ik had nog tegen mijn zus Maart gezegd dat zij naar het klooster moest gaan. Zij was veel rustiger dan ik. Ik was anders, drukker, hield van dansen, ging op zondag altijd bij de thuiswedstrijden van Volendam kijken. Kwam natuurlijk ook omdat mijn broer Klaas in het eerste speelde."
Om voor eens en voor altijd af te rekenen met het stemmetje in haar dat zei dat haar toekomst in het klooster lag, pakte ze haar spullen in en haar ouders brachten haar naar Huize Bijdorp. ,,Mijn moeder was het er niet mee eens, dat ik uiteindelijk ging. Toen m'n ouders me hier 48 jaar geleden afzette, zei m'n vader tegen de hoofdzuster: ‘nou, hier is ze dan, ze heeft het hele Volendam aan jongens versleten en nu kruipt ze in het klooster...' De hoofdzuster reageerde monter: ‘Misschien zijn dat juist wel de goeie.' Niemand in Volendam dacht dat ik het vol zou houden en zelf dacht ik ook: ‘nou, veertien dagen zal ik het hier proberen en dan is het gezeur uit m'n hoofd'."
,,Dokter Duin moest me destijds vooraf keuren. ‘Het is zonde, het is doodzonde', zei hij. Ik dacht dat er iets ernstigs met me was. Maar het ging om het feit dat ik in het klooster ging. ‘Je zou een man en tien kinderen gelukkig kunnen maken', voegde hij er aan toe. Iedereen dacht: die is zo terug. In het bejaardentehuis zeiden ze ook: wat haalt ze in haar hoofd? Maar toen ik hier eenmaal zat, had ik zoiets van: dit is het. En eigenlijk is het gezeur nog niet over..."
‘Dementerende mensen, dat is meer dan een lijf wat gewassen moet worden'
,,Of het een roeping is? Ja, want anders houd je dit niet vol. Je begint als aspirant, er wordt op verschillende manieren bekeken of je het psychisch en lichamelijk aan kan. Je moet immers gekozen worden; als het bestuur je niet geschikt vond, moest je gewoon terug naar huis." Ze heeft professie gedaan en werd uitgezonden als afdelingshoofd in een bejaardentehuis in Baarle Nassau, om later te worden overgeplaatst naar Rotterdam, om daar de opleiding ziekenverzorgster en stafopleiding te volgen. Daar, in Stadzicht, groeide zij in het verpleeghuis uit tot hoofd afdeling somatiek en psychogeriatrie. ,,Dertig mannen waren er als patiënt, zeevaarders die altijd op de oceaan hadden gezeten, afhankelijk en ziek werden en dus verzorging nodig hadden en kregen. Daar heb ik mijn mooiste tijd gehad. Ik had er geen woordenboek nodig, kon hen goed aanvoelen, mede omdat ik uit het vissersdorp Volendam kwam. Ik heb het met heel veel plezier gedaan, liefst dertig jaar. Het zijn dementerende mensen, dat is meer dan een lijf dat gewassen moet worden. Zij hebben een liefdevolle benadering nodig en ook in hen zie je het wonder van de mens. Zij en hun omgeving hebben te maken met de verwerking van de aftakeling van die mensen, fysiek en geestelijk. Behalve de cliënten heb je dus ook continu contact met de families."
,,Ik heb nog vier jaar lang aan de pastorale school gestudeerd, waar ik bijbelcursus kreeg bij de Dominicanen. Ik werd eerstverantwoordelijke voor de pastorale in Stadzicht en kreeg een benoeming van de bisschop. Deed aan stervensbegeleiding en op zondag ging ik voor in de kerkdienst, hadden we met Kerstmis nog een levende Kerststal, met personeelsleden." Rotterdam werd logischerwijs haar woonplaats, ook nu nog gaat zij op en neer tussen de havenstad en Voorschoten. ,,Ik woon er inmiddels 42 jaar en voel me er thuis. Een ‘moordstad', zeggen ze, letterlijk en figuurlijk. Dat ik op een gegeven moment in Stadzicht moest opzeggen, vond ik een groot offer."
‘Tegenover het materialisme van tegenwoordig, staat de geestelijke armoede'
Tussentijds veranderde er namelijk een hoop, in die zin dat de geboren Volendamse tien jaar geleden in het moederhuis van het klooster, in Bijdorp, tot bestuurslid werd gekozen. ,,Toen ik zeventig jaar werd, dacht ik, zo is het mooi geweest. Ik kocht een ‘vrije reis-kaart' voor dagjes uit, maar uiteindelijk werd die nooit benut. Ik werd gekozen tot Algemene Overste. Je voelt je verplicht om ‘ja' te zeggen, helemaal als de zusters vertrouwen in jou hebben." De voordracht werd tijdens het kapittel goedgekeurd. ,,Het kapittel is een vergadering met afgevaardigden van de congregatie, die het beleid maken voor de komende vier jaar en in dat kapittel wordt aan het bestuur opgedragen dat beleid voor die tijd uit te voeren."
Ze is één van de jongste in het huis. ,,Ik ben één van de laatste Volendamse meisjes die destijds is ‘ingetreden' in het klooster. Hier in Bijdorp hebben we ook zuster Luciana Veerman uit Volendam gehad, die overleden is, en nu nog zuster Justine Konings. Er waren er meer, maar die zijn al geruime tijd overleden. De gemiddelde leeftijd van de in totaal 94 zusters is 84 jaar. De activiteiten naar buiten zijn afgenomen, daarom zijn we als het ware meer naar binnen gericht. We hebben meditatieve dagen voor de zusters, die vanwege hun leeftijd over het algemeen niet meer werken. Er is meer tijd voor spiritualiteit, meer tijd voor gebed."
Verleden liggen letterlijk en figuurlijk ver uit elkaar. ,,De stichteressen van het klooster sprongen in die tijd in op de noden van die tijd: onderwijs en medische zorg. Naderhand heeft de maatschappij dat overgenomen. Als je nu nog iets zou stichten, dan zou dat zijn omwille van de behoefte aan geestelijke bijstand, aan eens in de zoveel tijd een goed gesprek. We hebben tegenwoordig wel het materialisme, maar daar tegenover staat de geestelijke armoede. We proberen ons nog zoveel mogelijk in te zetten op geestelijk en spiritueel gebied voor de maatschappij. Hier en daar wordt nog een lezing gegeven, wordt er vrijwilligerswerk gedaan. En besteden we aandacht aan het bidden voor onze medemensen."
,,Het personeel in dit huis brengt iets verfrissends. Het zijn leken, maar ze integreren heel goed en nemen op hun beurt weer de verhalen van de zusters mee naar hun omgeving. De leken nemen langzamerhand onze taken over. Dan kunnen we samen optrekken. Want het gaat straks eens ophouden, wat de zusters betreft. Er is geen nieuwe aanwas meer van zusters, wat buiten Europa wel het geval is. Daar is dat heel anders. Het is de tijdsgeest van hier, ik ga daar niet om treuren. Het is klaar. We hebben ons werk gedaan. We bestaan hier 168 jaar en er zit nog veel kracht in ons, maar we gaan er niet meer actief mee de straat op."
‘Met één man de liefde delen was te beperkt voor mij'
,,Nu doen we hier nog drie keer per dag het koorgebed in de kapel en een eucharistieviering. En we doen veel aan meditatie. Dat is nodig, anders ga je in de malle molen van het gehaaste leven mee. Ik ben en blijf zo lang mogelijk actief, maar kies ook jaarlijks om een paar dagen in stilte te verblijven, in een abdij." Tegelijkertijd doemen vraagtekens op bij deze tijd. ,,Waar moeten de kinderen hun verhalen kwijt? Ouders werken, het is de tijd van communiceren via mobiel en laptop. Ik weet niet of het al zo erg is in Volendam, maar in een stad als Rotterdam merk je dat helemaal." ,,Open staan voor mensen kent geen tijd", vervolgt zij. ,,Het is een groot geluk dat ik ooit verloofd ben geweest en een relatie heb gehad, dat ik in die hoedanigheid verdriet en geluk heb gekend. Op een gegeven moment dacht ik ook: met één man de liefde delen is te beperkt voor mij, in en vanuit het klooster kon ik mijn liefde aan veel meer mensen geven. Open staan voor mensen kent geen tijd."
,,Ieder mens is geroepen, of je nou timmerman bent, of iets anders, dat gaat niet alleen op voor de religieuzen onder ons. Ik weet nog goed dat ik bij het klooster aan kwam en zei: ‘ik kom voor God'. Nou, ik had al gauw in de gaten dat God niet los verkrijgbaar is. Dat je er ook iets voor moet doen om te voelen dat Hij er voor je is. En dat heb ik ervaren." ,,M'n moeder heeft het nooit kunnen aanvaarden dat ik in het klooster ben gebleven. Ik heb haar veel verdriet gedaan door toch weg te gaan en weg te blijven. M'n zussen zeggen dat ze nu wel trots op me zal zijn." ,,Mijn drijfveer voor nu en de toekomst is om de zusters hier een goed welzijn te bezorgen. En zin te geven aan het spirituele. Als religieuzen moeten we de identiteit behouden en de stilte hier in huis bewaren."
Ze rijdt nog steeds van hot naar her en is een bezige bij. ,,Ik zit nog altijd in het bestuur van meerdere stichtingen, heb lang in de Diocesane roepingenraad van het bisdom Rotterdam gezeten en neem nog deel aan de gespreksgroep Filosofie. Ik heb met veel bisschoppen gewerkt. En dit is nog het enige moederhuis in het bisdom Rotterdam, dus is er sowieso veel contact met de bisschop."
Ook al had de Volendamse ooit de moed om de bisschop aan te spreken op zijn woord. ,,Toen bisschop Simonis (later kardinaal) tijdens een bijeenkomst een lezing hield en vertelde dat ‘er geen zout meer is in de kerk', doelde hij op het gebrek aan aanwas van nieuwe priesters. Ik stak mijn vinger op en zei dat er ‘wel degelijk zout was'. ‘Maar u proeft het niet, want het is uw smaak niet.' Iedereen keek op. Simonis corrigeerde het en zei dat er ‘te weinig zout' was. Maar later sprak men er schande van en in een Haagse krant stond dat zuster Regina Plat de bisschop had aangevallen. Toen ik hem later sprak, zei hij dat hij het waardeerde dat ik zo open durfde te zijn en het niet achter zijn rug om had gezegd."
Onderdanig
Ze gaf op haar manier invulling aan het religieus zijn (,,Non vind ik een negatief woord") en dwong daarmee aanzien af. ,,Maar het ging heus niet vanzelf. Ik ging als oudste van het gezin het klooster in. Daar waar je onderdanig moest zijn en geen eigen mening mocht hebben. Vaak heb ik mijn kop gestoten. Nog bid ik iedere avond dat ik trouw mag blijven.
,,Ik moet nu nog regelmatig aan de woorden van bisschop Van Luyn denken, toen ik als Algemene Overste werd geïnstalleerd. ‘Regina, ik weet niet of ik je moet feliciteren of condoleren, want je zult je in deze functie vaak eenzaam voelen'. Dat ervaar ik ook zo. Aan de andere kant: de samenwerking met het personeel is heel goed. Ze ervaren dat ik altijd tussen leken heb gewerkt." Ze zien haar als ‘modern' en ‘werelds'. ,,Ik sta open voor veel dingen en doe aan van alles mee, stomp hier heus niet af."
Ze stelt zich open voor de nieuwe wereld. ,,Die is anders dan de onze vroeger. Mensen gaan minder naar de kerk, vooral de jongeren. Ze vinden daar niet meer wat hen kan inspireren. En helaas werken de hiërarchische leiders daar aan mee." ,,Ieder doet het op zijn eigen manier. Mensen gaan tegenwoordig ook sneller uit elkaar. Maar ze vergeten dat je jezelf meeneemt en dus ook later jezelf weer tegenkomt. Blijf in gesprek met elkaar, zou ik zeggen."
Nog elke weekeinde houdt de Volendamse de voetbaluitslagen bij. ,,En op zondag kijk ik naar de avonduitzending van Studio Sport met Hugo Borst en Youri Mulder. En ik lees iedere week trouw de Nivo. Eén minpuntje kleeft er aan mijn functie: dat er weinig tijd is voor mijn familie in Volendam. Terugkeren? Nee. Een profeet in eigen land wordt nooit geëerd", glimlacht zij. En ik voel me nog steeds gelukkig. Vanuit Bijdorp wens ik alle dorpsgenoten goede Feestdagen toe."